Geregeld elken dag, 's morgens om tien uren verscheen de medicus in
het hotel, waar de Overste logeerde en nu onder zijn handen de
verschrikkelijkste martelingen uitstond, brulde en tierde als een
bezetene, maar zich toch ieder maal na de massage inderdaad iets beter
gevoelde en langzaam aan weer begon te loopen.
Hoeveel »Donnerwetters" en »Sakkrrrements" de oude krijgsheld in de
wereld zond, is niet te bepalen, maar ze waren legio; vooral tegen het
einde van iedere dagelijksche behandeling ontsnapten die
verwenschingen en uitroepen in grooten getale zijn gebaarden mond en
herhaaldelijk verzekerde de Overste aan vrouw en dochter: »Die Druff
is een wonder van knapheid, een kraan van een vent,--maar--een beul.
En weet je waar ik eigenlijk het meest tegen opzie? Tegen dien
laatsten, geweldigen slag, dien hij me na elke massage op
mijn--hum!--op mijn--hum! geeft. 't Is alsof de vent een os dollen
wil! Die ééne vervloekte slag gaat me door merg en been."
»Ja, manlief!" had Mevrouw geantwoord, »'t is verschrikkelijk--ik kan
er ten minste niet meer naar zien; 't is heusch, alsof Dr. Druff al
zijn krachten nog eens extra te samen neemt om je die laatste..."
»Niet waar? Dus dat heb jij ook opgemerkt; 't is dan ook alsof er een
stuk ijzer op me neer komt.--Je begrijpt dat ik me die mishandeling nu
laat welgevallen, omdat ik _moet_, omdat ik aan dien Druff op genade
of ongenade ben overgegeven en omdat de kerel me waarachtig iederen
dag iets beter maakt, anders, als militair"; en de overste zette een
gezicht, alsof hij de geheele medische faculteit in één grooten hap
had willen verslinden--»anders zou ik bij hoog en bij laag--me zoo'n
vernederende aanraking niet laten welgevallen.--Om den d--nder niet."
»Foei! foei! papa, vloek toch zoo niet, dat's niet fijn", riep
Ildegard verbleekend.
»Neen! zoo'n slag op je--hum!--op je corpus, is fijn.--O! als ik er
aan denk, dat ik daar, als een schooljongen, vóór dien vent leg en
behandeld word, dan kookt mijn bloed, en...!"
»Maar manlief, wind je toch niet zoo op, de Dokter doet 't toch uit
bestwil, omdat 't noodig is voor..."
»Noodig! noodig! daar, waar hij nu slaat, heb ik volstrekt geen pijn;
in mijn heup zit het, nergens anders..."
»Och, papa! 't is heusch verkeerd, dat u zoo aangaat."
»Aangaan! Hoor me dat freuletje nu eens; ik geloof dat u wel anders
piepen zou, jonge dame, wanneer de Dokter u zoo uit alle macht, dag
in, dag uit, een slag op uw..."
»O, foei! papa, wat 'n ordinaire suppositie."
Ildegard keerde zich verontwaardigd om.
»Beste man! houd je kalm, je wordt anders weer erger. Wij zullen er
samen eens met den Dokter over spreken--niet waar, Ildegard?"
»Spreekt u er liever alléén over, mama!"
»Nu, goed, dan zal ik 't doen--ik durf wel."
* * * * *
Een paar dagen later vroeg Mevrouw v. Hattersdorff, toen ze een
oogenblik met Dr. Druff alleen was: »Dokter, is die laatste slag
bepaald zoo onmisbaar? Mijn goede, beste man ziet daar zoo erg tegen
op. Zou u hem dien niet kunnen schenken?"
Met het gewichtigste en ernstigste gelaat van de wereld verzekerde Dr.
Druff: »Mevrouw! die hoort onvermijdelijk bij de kuur; 't is wel
onpleizierig voor den Overste, dàt geef ik gewonnen, maar ik kan er
niets aan doen," en, met kalme wreedheid diende hij, na elke
behandeling, den Overste dien vervaarlijken klap toe.
Ook Ildegard, die beter was dan zij zich voordeed, had zich heimelijk
papa's lijden ter harte genomen en aan den ouden dokter, die een dame
van haar kennis, in 't zelfde hotel, onder behandeling had, gevraagd:
»Dokter, 't is misschien wel wat vreemd, dat ik als jong meisje me met
dergelijke zaken bemoei,--maar och! mijn goede papa wordt er zoo door
gedépraveerd weet u,--daarom wou ik u vragen: is dat altijd zoo, dat
men bij een massagekuur den patiënt zoo'n verschrikkelijken slag op,
hum--" zij durfde 't eigenlijke woord niet goed zeggen en zei dus
blozend: »op de heup toedient?"
Met eenige verwondering had de oude medicus geantwoord: »Neen, Freule,
gewoonlijk niet. 't Is wel zonderling, maar mijn collega Druff is een
door en door geleerd en kundig man en bovenal specialiteit in de
massage. Hij weet volkomen wat hij doet en zal 't dus bepaald noodig
oordeelen voor 't heil van uw papa."
Derhalve troostten èn moeder èn dochter den gepijnigden Overste, door
eenstemmig te verklaren, dat zij 't volste vertrouwen in Dr. Druff
hadden, en papa dus maar geduldig moest doorstaan, wat nuttig en
noodig voor hem was.
* * * * *
Eindelijk na achttien dagen, vreeselijke dagen voor Freiherr von
Hattersdorff, verklaarde de dokter, dat zijn patiënt volkomen genezen
was; en inderdaad, de Ischias van den Overste behoorde tot het
verledene. Hij liep, ofschoon nog wat zwak, als een kievit door de
kamer en zag er uit als nieuwgeboren; zijn eertijds min of meer
violette gelaatskleur was meer normaal geworden, zijn oogen stonden
helder en de onwillige heup was nu een voorbeeld voor alle heupen.
»Overste!" zei Dr. Druff na den achttienden dag, »ik kom afscheid van
u nemen: u heeft mijn behandeling niet meer noodig.--Is u tevreden?"
»Tevreden, beste Dokter? Tevreden? Neen, verrukt, dankbaar, innig
dankbaar! Ik ben een ander mensch geworden; je hebt van een ouden
kerel weer een jongen vent gemaakt."
Met tranen in de oogen, drukte mevrouw hem de hand en zei: »O, Dokter!
nooit! nooit zullen we u onze erkentelijkheid genoeg kunnen betuigen!"
Ildegard, die reeds gedurende achttien dagen de smeltendste blikken
uit haar zeegroene oogen op den knappen dokter had geslagen,
fluisterde zachtkens:
»O! lieve Dokter, u is een wonderman, een ideaal van een dokter," en
zij zag hem daarbij zoo schaamachtig aan, als wilde zij zeggen:
»Spreek met mama, Dr. Druff; voor u verzaak ik mijn ouden adel en word
voor eeuwig Frau Doctorin...."
»Dus mijn behandeling is u per saldo toch niet tegengevallen,
Overste," zei met een fijn glimlachje de medicus, als antwoord op den
stroom van dankbare woorden, die hem overstelpte.
»O, Dokter!" klonk het in trio.
»Dan heb ik verder hier niets meer te doen, dan u een aangenaam
verblijf te Wiesbaden, een goede thuisreis en voortdurende gezondheid
te wenschen."
»Hum! Hum!" zei de Overste en eenigszins verlegen voegde hij er bij:
»Dokter, hum!.... Uw declaratie, zou u die liefst nog deze week willen
zenden, want ik reis spoedig naar huis?"
»Mijn declaratie?" vroeg Dr. Druff en onwillekeurig keek hij
glimlachend naar Ildegard, die dadelijk probeerde of zij ook blozen
kon.
»Ik weet wel, Dokter, dat wat u aan mij heeft gedaan eigenlijk niet
met geld te honoreeren is, maar toch zou ik gaarne willen weten wat ik
u schuldig ben...." antwoordde de Freiherr.
»Honorarium, Overste? Volstrekt niet.--U is mij niets schuldig."
»Wa-a-at?"
»Wij zijn nu quitte, Overste."
Mevrouw en Ildegard zagen den dokter aan, als wilden zij zeggen: »De
arme man is zeker door de inspanning van streek en niet wel bij 't
hoofd;" en papa vroeg met onvaste stem: »Quitte? Hoe--be-doelt u
dat?"
»Zie mij eens goed aan, Overste. Herkent u mij niet?"
»U, Dokter?--'k Had vóór deze dagen nog nooit de eer...."
»Toch wel, Overste!--Herinner u maar eens. Mijn naam is Otto Druff; ik
heb in '70 als soldaat bij uw compagnie gestaan, toen u nog kapitein
was. Ik was destijds--nu wil ik het wel bekennen--een nogal lastig
recruut en vrij weerspannig. 't Ging streng toe in den oorlogstijd, en
daardoor heb ik eens, door uw vriendelijke bemiddeling, veertien dagen
arrest gehad op water en brood en vijftien slagen op mijn--hum..."
»Alle donders!" riep de Overste, opspringend, »'t is waar; nu herinner
ik mij: 't was te Wezel, toen we de Fransche gevangenen
surveilleerden."
»Juist!--Ik had misschien wel wat minder verdiend voor mijn
betrekkelijk klein vergrijp; maar 't was oorlogstijd, en daarom heb
ik, dat in aanmerking nemend, bij wijze van interest, u ook slechts
vier dagen langer arrest en maar drie klappen meer gegeven."
Schaterend liepen mevrouw en Ildegard de kamer uit, en de verbaasde
Overste riep, terwijl hij onwillekeurig zijn hand tegen 't dikste
gedeelte der heup wreef: »Himmelhöllenelement, Dokter! jij bent de
kranigste kerel, dien ik ooit heb ontmoet! Je hebt gelijk: nu zijn we
quitte!"
»Volkomen!--U hebt mij tot een goed soldaat gemaakt; ik maakte u op
mijn beurt tot een gezond mensch. We hebben beiden hetzelfde middel
en, naar ik geloof, met succes gebruikt.--Adieu! Overste,--sans
rancune!"
Dr. Druff ging vriendelijk groetend de deur uit.
»Bombenschwerenoth!" riep de Overste lachend, »wat een kranige vent!
Maar"--en zijn gezicht vertrok zich pijnlijk--»'n beetje minder hard
had hij toch wel kunnen slaan!"
_BIJOU_.
_BIJOU_.