Op den drempel verscheen de dokter en boog.
»O! U is zeker de dokter? Kom binnen, als 't u blieft! O, mijn man
heeft zoo verschrikkelijk naar u verlangd," zei de zenuwachtige, dikke
dame, en haar spruit voorstellend, voegde zij er bij: »Mijn dochter
Ildegard,--ook 'n beetje nerveus, want papa is inderdaad half razend
en erg, heel erg ongemakkelijk door de pijn."
De dokter boog even voor de spichtige Ildegard, die zeer voornaam een
nijging maakte, en terwijl zij uit haar zeegroene oogen een
schaamachtig onderzoekenden blik op Dr. Otto Druff sloeg, zuchtte zij
in stilte: »O! wat 'n lief mensch schijnt dat te zijn."
»Mag ik u verzoeken, Dokter? Mijn man is in de slaapkamer."
»Gaarne, Mevrouw!"
De Overste lag in schuinsche houding in een fauteuil en kermde,
vloekte en raasde afwisselend.
»Herr Oberst!"
»Herr Doktor!"
Een paar minuten keek Aesculapius den kranken Mars oplettend aan. Toen
hij hem goed had opgenomen en bekeken, flikkerde het vonkje
boosaardigheid weer een ondeelbaar oogenblik in des dokters oogen en
bewogen zijn lippen zich onmerkbaar tot een glimlach, terwijl hij met
deelnemende stem vroeg:
»U lijdt zeker ontzaglijk veel, Overste?"
»O! om er helsch van te worden, Dokter!"
»Maar lieve man!"
»O foei, Papa!"
»Wees zoo goed eens even op te staan."
»Opstaan?" De kolonel zag den dokter aan, als wilde hij zeggen: Man!
ben je dol? en herhaalde: »Opstaan?--Onmogelijk!"
»'t Moet, Overste; anders kan ik niet oordeelen over den toestand van
uw been en heupgewricht. Mag ik u dus verzoeken?" Kermend en klagend
werkte de Overste zich langzaam met groote inspanning een eind omhoog,
totdat hij met dikke angstdroppels op 't voorhoofd, op één been
balanceerend, met beide handen op den fauteuil leunend, den medicus
smeekend aanzag.
De dokter greep snel den kranken voet, rukte dien met geweld naar
beneden en bewoog daarna het been krachtig heen en weer, zoodat de
Overste doodsbleek werd en bijna flauw van pijn, met een zacht
kermend: »Jezus-Maria-Joseph", in den stoel terugzonk.
Mevrouw was bij dit tafereel achter in een hoek van de kamer gaan
staan, om haar tranen den vrijen loop te kunnen laten, en de dunne
Ildegard zweefde nader, ten einde papa's kloppende slapen met wat Eau
de Cologne te wasschen. Medelijdend hield zij den zachtkreunenden
lijder haar batisten zakdoekje onder den neus, totdat de dokter op
bevelenden toon zei: »Komaan! kleed u nu maar eens uit." Toen nam zij
de vlucht, en terwijl zij beproefde te blozen, wierp zij een
vernietigenden blik op den aesculaap, als wilde zij zeggen: »Zulk een
woord in mijn bijzijn...? Foei, mijnheer, foei!"
Mama nam Ildegards plaats in en hielp haar gemaal bij 't ontkleeden
zijner extremiteiten, totdat de dokter zei: »Zóó is 't genoeg.--Ga nu
eens voorover op uw bed liggen; dan zal ik u onderzoeken, Overste."
Met zaakkundige hand bevoelde en betastte de medicus 't been, 't
heupgewricht en den rug van den lijder en zei toen, langzaam en met
klem:
»Overste, u kan geheel genezen, maar alleen op twee voorwaarden."
»Zoo! En die zijn, Dokter?"
»1º. Totale onderwerping aan het diëet, dat ik u voorschrijven zal."
»2º. Moed om een pijnlijke behandeling te ondergaan. U heeft toch
moed?"
Een flauwe glimlach omspeelde de lippen van den krijgsman, toen hij
antwoordde:
»Moed?--Ik ben soldaat, Dokter!--Maar aan pijn heb ik een verd.mden
hekel. Moet ik soms geopereerd worden?--Ga je gang maar, Dokter; maar
dan onder chloroform, asjeblieft."
»O God--neen! niet snijden!" steunde mevrouw, doodsbleek wordend.
Uit de andere kamer klonk een klein gilletje; 't sleutelplaatje viel
plotseling neer voor 't slot der porte-brisée, waardoor ten
duidelijkste bleek, dat Ildegard uit de andere kamer door 't
sleutelgat de treurige groep had bekeken en alles had gehoord en
verstaan.
»Snijden?" vroeg de dokter lachend. »Geen kwestie van,
Mevrouw!--Wrijven, masseeren, volgens de methode van Dr. Mezger uit
Amsterdam; ik ben specialiteit in de massage; _'t is het eenige
middel_, waardoor mijnheer uw echtgenoot kan herstellen."
Een zucht van verlichting ontsnapte den krijgsman, terwijl hij nog
steeds vooroverliggend, met zijn hoofd schuins op het kussen, in zijn
baard bromde: »Anders niet? Maakt de kerel daar zoo'n drukte
over?"--en luid voegde hij den dokter toe: »Dan maar dadelijk, Dokter;
hoe eerder, hoe beter. Knijp dan maar!"
»Uitstekend, Overste; we kunnen dadelijk beginnen". De dokter trok
zijn jas uit, ontdeed zich van zijn vest, en toen Mevrouw von
Hattersdorff verschrikt vroeg: »Dokter, u gaat u toch niet uitkl...?"
viel hij haar lachend in de rede met: »Pardon! ik maak 't me alleen
maar wat gemakkelijker; er is nog al kracht noodig voor zoo'n
massage." Druff knoopte zijn manchetten los, stroopte zijn hemdsmouwen
op, toonde een paar buitengewoon zwaar gespierde armen en vroeg:
»Heeft u ook een weinig zoete olie, Mevrouw? 'k Gebruik anders cold
cream, maar de Overste ligt nu zoo goed in positie, dat ik...."
»O! Dokter, mijn dochter heeft toevallig cold cream op haar
toilet.--Ildegard! geef de cold cream eens!"
De porte-brisée werd zoover geopend, dat Ildegard, die nog
voorzichtigheidshalve de eene hand voor haar kuische oogen hield, de
andere met het potje cold cream er in, om het hoekje kon steken,
terwijl zij fluisterde: »Hier, Mama!"
»Als 't u blieft, Dokter!"
»Dank u!--Leg u nu een weinig op de linkerzijde, Overste. Wacht! ik
zal u helpen; zoo!"
»Au!--Autsch!--O! Sakkerrrrr!"
»Kalm maar aan, Overste! Zoo--oo--oo! nog een eindje. Mooi! nu zijn we
er; houd u nu maar rustig. Zoo--oo!"
»Wil ik ook liever weggaan, Dokter?"
»Neen, Mevrouw! Ik wilde gaarne, dat u hier bleef; er mag wel iemand
bij zijn, om zoo noodig nog eens te kunnen helpen en dus...."
»Goed, Dokter; best!"
»Dat doet u geen pijn, niet waar, Overste?" vroeg Dr. Druff, terwijl
hij met snelle bewegingen zijner rechterhand de heup, het dijbeen en
de kuit van den lijder rijkelijk met cold cream inwreef.
»Integendeel, dat doet me goed; 't is aangenaam. Als je zóó doorgaat,
Dokter, dan.... Au! Himmelhöllensakrement--Au!--Hou op!--Hou op! Neen,
Dokter, zóó niet; in Godsnaam schei uit: ik word onwel!"--De Overste
rilde over zijn geheele lichaam als een juffershondje, want de medicus
had plotseling met een forschen greep, het zieke heupgewricht onder
handen genomen en masseerde de pijnlijke plaatsen naar alle regelen
der kunst.
»O, Dokter, dat is heusch niet om aan te zien; dat is een
afschuwelijke marteling," snikte mevrouw, toen zij zag, dat na een
tiental minuten, waarin de lijder zich onder de hem masseerende handen
kromde als een worm, dokter Druff zijn behandeling besloot met een
allervervaarlijksten slag op het dikste gedeelte van des Oversten
heup, zoodat de patiënt bijna opsprong en brulde: »Gottsdonnerwetter,
dat is àl te erg!"
»'t Is voor vandaag gedaan," zei doodbedaard de geneesheer, en wischte
zich met den zakdoek een aantal druppels van voorhoofd en slapen.
»O, Goddank!" kreunde de zieke, en toen hij met behulp van mama weer
zoover was aangekleed, dat Ildegard, zonder schaamrood te worden, haar
papa kon zien, hielp de dokter hem in den fauteuil en zei gemoedelijk:
»Ziezoo, nu zit u goed.--Ja! Ja! 't is geen aangename gewaarwording,
Overste; maar 't eind zal goed zijn.--En nu zullen wij eens over uw
diëet praten."
Met matte stem antwoordde de Freiherr:
»'k Ben doodaf!--O, God! die laatste slag! 't was of ik sterven
zou.--Maar ik geloof toch, dat uw behandeling de ware is; 't is alsof
ik nu al een weinig soulagement gevoel!--En wat moet ik nu al zoo
vermijden, Dokter?"
»Alles, Overste!"
»Alles?--Hongerlijden?"
»Dat zou u slecht bekomen," glimlachte Dr. Druff. »Neen! zóó erg is 't
niet. U mag brood eten, zooveel u lust, maar--zonder boter; en water
kan u drinken ad libitum. Wanneer u besluiten kan, dit strenge diëet
gedurende veertien dagen vol te houden, geef ik u mijn woord van eer,
dat u van hier gaat met den gezwinden pas en loopen kunt als een hert,
terwijl uw geheele constitutie aanmerkelijk beter zal zijn."
»Veertien dagen op water en brood," zuchtte de kolonel, »dat is heel
erg, Dokter!"
»Ischias is nog veel erger, Overste!"
»'t Is waar! In Godsnaam dan; ik wil die vervloekte pijn kwijt zijn;
'k zal doen wat u zegt."
»U heeft groot gelijk, Overste; en u zult zien: finis coronat opus."
»Blijf me met dat potjes-latijn van 't lijf, Dokter! Dat versta ik
niet.--Vrouwlief! geef me eens een glas Port; ik ben flauw geworden
door die ranselpartij."
»Port?--Water! bedoelt u," zei de dokter en tot mevrouw, die de flesch
met Portwijn reeds van het buffet genomen had, zich wendend, vervolgde
hij: »Mevrouw! wanneer u wil, dat mijnheer uw echtgenoot geneest,
_moet_--en hij drukte op dat woord--_moet_ u zorgen, dat de Overste
zijn diëet houdt. Gebruikt u zelf soms Port, of mejuffrouw uw
dochter?"
»Neen, Dokter, nooit!"
»Permitteer me, dan zullen we voorzichtigheidshalve dit restje"--Dr.
Druff nam de nog half volle flesch uit mevrouws handen en goot
eensklaps den inhoud uit 't venster in den tuin--»verwijderen.--Adieu!
Overste; tot morgen om tien uur; dan kom ik u verder behandelen."
Stom van verbazing zag de Overste, die meer gewoon was te bevelen
dan te gehoorzamen, den kort-aangebonden medicus na en pruttelde
in zichzelven: »'n Kranige kerel, met een paar handen... Brrrr!
en drommels kort aangebonden, maar dat mag ik wel. Ik geloof, dat
zijn behandeling mij wel zal bevallen; maar die ééne slag
was--hum!--zoo--hum! voor een officier zoo vernederend."
Voordat Dr. Druff het huis verliet, had hij nog een kort gesprek met
Ildegard en mevrouw, die hem tot op den corridor geleidden.
Op mevrouws vraag: »Dokter, wat dunkt u van mijn man?" schilderde hij
met enkele woorden den toestand van den Overste zoo weinig
rooskleurig, dat de dames, bleek van schrik en bezorgdheid, bij alles
wat haar lief en dierbaar was verzekerden, dat zij er samen voor
zouden zorgen, dat papa volstrekt geen anderen drank dan water, geen
andere spijs dan brood, of droge beschuit, hem bij uitzondering als
versnapering toegestaan, zou krijgen gedurende de eerste veertien
dagen.