»Dat's jammer; anders zou ik je proponeeren: »'t Huishouden van den
schoenlapper" of »De Behanger"."
De Directeur ziet intusschen zwijgend naar Waltens somber gelaat en
denkt: »Sic transit."
»Ik weet wat," gaat mevrouw Groote voort. »Geef als toegift: »De
dochter van Dominique"; dan speel jij voor Nicolaas den knecht--dat
kun je best, en ik zal de Cathérine spelen; dat 's altijd een
glansrolletje voor me geweest,--al zou ik dat nu alleen maar doen om
aan die Andrée met al haar drukte te laten zien, dat _ik me nog jong
kan_ maken, als mij dat blieft"; en terwijl zij dit zegt, ziet zij den
Directeur even aan.
»Is dat een pique sous l'eau, mevrouw?"
»Onder of boven water, meneer Schröder, zoo je 't nemen wilt," lacht
mevrouw Groote en vervolgt: »Nu, Walten, wat denk je daarvan?"
»'k Ben u dankbaar... mevrouw en... ik... zal... God! daar komt 't
weer. O!"
»Mijn hemel! wat scheelt hem op eens?" roept mevrouw Groote, die nog
juist bijtijds den ouden man om de schouders vat en hem voor vallen
behoedt. Langzaam doet zij hem weer nederzitten en veegt hem met haar
geparfumeerden zakdoek langs voorhoofd en slapen. »Vadertje wat wordt
je bleek. Zeg! wat scheelt je, ouwe heer?--Duizelig?--Zoo, is 't al
weer over? Jongens! jongens! je moet er 'n dokter over spreken; dat 's
geen gewone toestand.--Ben je nu weer klaar?--Wat voelde je eigenlijk,
Walten?"
»Duizelig, flauw, 'k werd wee!"
»Zenuwen!--Hier! drink eens."
»Ja!" Waltens tanden klapperen tegen den rand van 't glas, dat mevrouw
Groote hem heeft aangegeven.
»Zenuwen zijn 't, anders niet; van avond Brom-kali nemen en nu gauw in
de lucht. Wil 'k met je meegaan?"
»Neen! neen! dank u."
»Zeg, Schröder, zou je hem niet iemand meegeven, de trap af?" Mevrouw
Groote vraagt 't fluisterend, maar Walten heeft het toch verstaan en
zegt haastig:
»Och! asjeblieft niet; 't is nu heelemaal over. Ik begrijp 't wel: ik
ben van morgen al vroeg de deur uitgegaan, de bakker was er niet
geweest, en....."
»Wel Heere! je hebt misschien vergeten te ontbijten, vadertjelief! Dat
kan den besten gebeuren.--Kom! ga met mij mee in de koffiekamer. Toe!
ik heb ook nog geen twaalf-uurtje gehad. Hé, ja, laten wij eens samen
»lunchen", als ouwe collega's, recht gezellig. Neen! neen! refuseeren
mag je niet, hoor kameraad!"
Een trek van innige goedhartigheid siert mevrouw Grootes gelaat, als
zij den ouden man familiaar onder den arm neemt en tot den Directeur
zegt: »Excuseer ons, Schröder; wij gaan koffiedrinken.--Ik kom straks
wel terug om af te handelen, waarvoor ik kwam.--Komaan, beau cavalier,
je arm! Ha! Ha! Ha! de booze wereld zal ons oudjes toch wel zoo'n tête
à tête gunnen."
Walten aarzelt, en mevrouw Groote herhaalt: »Als jij refuseert,
refuseer ik alle rollen, hoor! Kom! ik heb nu juist groote ambitie om
je te schaken."
Schröder ziet aan Waltens houding en blikken, dat hij nog iets op 't
hart heeft, en vraagt hem daarom met de oogen: »Heb je nog wat?" De
oude man, die met zachten drang door zijn dame naar de deur wordt
geleid, knikt »ja" zonder dat zij 't ziet. Daarom roept de Directeur
hem met: »Een oogenblikje, mevrouw Groote; ik wou Walten nog iets
zeggen", terug.
»Gauw dan; ik wacht hier", zegt de actrice.
Als ze een paar passen in de kamer zijn, vraagt Schröder: »Wat wou je
me vragen?"
»Meneer Schröder, ik ben genoodzaakt om u te verzoeken om..... 'k Heb
dringend geld noodig; 't is ellendig, dat ik zoo krap zit, maar ik
moet van avond huur betalen; anders...."
»Heb je veel noodig?"
»'n Kleine zeventig gulden, en dan heb ik zelf nog niets: 'k heb nog
een paar kwartjes in huis.--Zou u me niet 'n honderd gulden voorschot
willen geven?"
»Hum!" Schröder denkt even na.
»'k Geloof toch, dat u er geen kwaad mee kunt. Pietersen heeft
gisteren al vrij wat kaarten geplaatst en...."
»Pietersen, dien ouwen nathals, laat je dien voor je werken?"
»Och ja! hij is jarenlang mijn souffleur geweest; hij is gaar en kent
de lui, die vatbaar zijn, en hij heeft er slag van om hen te laten
teekenen.--Zou u....?"
»Enfin! 'k zal je maar helpen."
»Kom je nu, kameraad? Mijn maag knort!"
»Dadelijk, mevrouw!"
De Directeur gaat naar zijn bureau, neemt er vier bankjes van [f]25
uit, geeft die aan Walten en zegt: »Ziedaar dan, maar meer dan dit
geef ik in geen geval."
* * * * *
Een oogenblik later zitten Walten en de actrice in de koffiekamer en
gebruiken met smaak een eenvoudige »lunch."
Mevrouw Groote heeft er slag van om den ouden kunstenaar, zooals zij
het noemt, »op zijn gemak" te zetten. Zonder dat hij het zelf merkt,
laat zij hem vertellen, hoe zijn toestand eigenlijk is; met een enkel
deelnemend woord, een blik of gebaar vol sympathie, met den fijnen
tact, sommige ontwikkelde vrouwen eigen, weet zij hem alles te
ontlokken wat zij weten wil. Haar oogen worden nu en dan vochtig--hij
merkt het niet--en met klimmende belangstelling en innig medelijden
ziet zij hem aan, terwijl in haar geest het plan rijpt om met de
andere artisten iets voor den ouwen, armen collega te doen. Plotseling
vraagt zij: »En zou je dochter waarachtig kunnen genezen?"
»Zeker!"
»Voorgoed?"
»Voorgoed!--U zou niet kunnen gelooven, mevrouw, hoe kalm ze soms is;
dan zou je zeggen, ze mankeert niemendal, zooals nu bij voorbeeld."
»Ik ga met je mee, Walten; ik wil haar eens zien.--Kom! we hebben
gedaan met eten, laten we opstappen."
»U bij mij aan huis? Neen! dàt kan niet."
»Waarom niet?"
»Neen! Neen!"
»Kom! ouwe heer, je zult toch niet te grootsch zijn om...? Of ben je
soms bang, dat de booze wereld je reputatie zal bederven door te
zeggen, dat jij »dames seuls" ontvangt? Ha! ha! ha!--Vooruit dan,
kameraad."
»Neen, mevrouw, 't is onmogelijk.--Aannemen!"
»Wou je nog iets gebruiken?"
»Neen!--U?"
»Ik ben voldaan!"
»Ik ook.--Hoeveel is 't, Jan?"
»Twee gulden zeventig, meneer!"
»Hier, wissel me dat bankje eens; 'n dubbeltje voor jou."
»Maar, Walten, wat doe je?"
»Ik betaal, mevrouw!"
»Ben je nou dwaas? Ik heb je immers...?"
»De eer aangedaan met mij koffie te drinken."
»Goeie hemel! wat 'n vent!"
»Ik ken Goddank m'n wereld nog wel, mevrouw!"
»Je bent 'n gek, 'n stijfhoofdig monster, een trotschaard; maar toch
ben je n' aardige kerel, ouwe heer!--Kom! laten we nu even naar je
huis gaan. Toe! laat me je dochter eens zien."
»'t Kan niet, waarachtig niet!"
Een oogenblik denkt mevrouw Groote na en dan zegt zij plotseling:
»Kom! 't is maar alleen om eens te hooren, hoe ze de rei uit
Gijsbrecht zegt; ik heb gehoord, dat ze dat zoo uitmuntend doet."
Waltens oogen verliezen iets van hun dofheid, als hij antwoordt: »Ja,
dat's waar, dàt doet ze eenig; maar--van wien heeft u 't gehoord?"
»Hm! ja! Laat eens zien, van wien ook weer?--Hm! hm! O, ja! van
Pietersen, den souffleur."
Walten heeft 't oogenblikje van verlegenheid, waaruit mevrouw Groote
zich zoo meesterlijk redde, niet opgemerkt en zegt: »Ja, dat kan wel;
die heeft haar ten minste dikwijls zien spelen, toen ze nog goed was.
'n Mooi geluid heeft ze, mevrouw!"
»Mag ik haar dan niet eens hooren, collega? Toe! asjeblieft!" En met
een coquette beweging legt zij haar nog altijd fraaie, blanke hand op
Waltens arm. »Dat pleiziertje doe je me wel, hé?"
»Maar...." en Waltens blik wordt diep treurig--»dat was vroeger; nu
doet ze 't niet meer. Ze zit kalm en bedaard, maar zonder spreken bij
me, ziet u? En dat noem ik: ze is goed!"
»Och! dat begreep ik niet, ouwe vrind; ik dacht, dat ze graag een rol
zei of een fragment en...."
»Neen! alleen als ze...."
Mevrouw Groote ziet hem zóó medelijdend en met een licht hoofdschudden
aan, dat hij onwillekeurig zwijgt.
»Laat me haar toch maar eens zien, Walten!"
»'t Is zoo'n heillooze rommel thuis. Wanneer zij zoo'n hevigen aanval
heeft, haalt ze soms alles overhoop en doormekaâr; en je _moet_ 't
kind haar gang laten gaan. Ik ben waarlijk verlegen om.... U begrijpt,
met zoo'n geval en geen hulp! Ik schaam me er voor, maar...."
»Wat 'n dwaasheid! Ik heb waarentig dikwijls genoeg zelf in een rommel
gezeten. Denk maar eens na: toen we samen nog met den troep van Pavot
in dat kleine gebouwtje »de Variétés" speelden; ik was toen negentien
en pas bij 't vak. Jij begont toen ook; je was misschien een jaar of
zes ouder.--Kom, ouwe kameraad! we kennen mekaar te lang om
complimenten te maken."
»Nu, dan in Godsnaam, omdat u 't _wil_!"