En voor Guy's oogen verrijst het beeld van de belegerde stad, de
uitgeputte mannen, de verhongerende vrouwen, de stervende kinderen
en hij antwoordt: "De vrijheid van Haarlem!" want hij gevoelt dat
hij het lot van een volk in zijn hand heeft.
"_Nooit_! Ik heb goud om mijn leven te betalen, doch eer ik toesta,
dat één vendel het legerkamp voor Haarlem verlaat, kunt gij mij
neerstooten!" is het vastbesloten antwoord van Alva. "Vermoord mij,
als gij wilt, doch niemand zal zeggen, dat Don Fernando de Toledo,
om zijn leven te redden, de trouw aan zijn vorst heeft geschonden."
"Laat men hun dan wat proviand mogen toevoeren!" smeekt Guy nu.
"Neen!"
"Laat de vrouwen en de kinderen tenminste de stad mogen verlaten,
opdat er minder monden te voeden zijn!" smeekte Hermoine op haar beurt.
"Neen!"
Ware hij op dit oogenblik omringd geweest door Hollanders, dan zou het
laatste uur voor den Hertog geslagen zijn; maar gelukkig voor hem,
zijn het Engelschen, die om hem heen staan; toch werpen ook dezen
blikken vol haat en woede op hem en slaan de handen aan hun zwaarden.
Chester roept echter uit: "De wapens neer! Geen van mijn manschappen
zal den vader van mijn vrouw letsel doen. Kom mee, Hermoine."
En het meisje gaat naar hem toe.