Eenige mannen willen Guy nu naar de tafel sleepen, maar vader
Anastasius gaat voor het altaar staan, breidt zijn armen over Chester
uit en roept: "_Dit is een heilige plaats_! Vervloekt zij iedereen,
die haar betreedt met getrokken zwaard en een bloot wapen! De Madonna
beveelt het mij! Terug, of ik slinger den banvloek van de Moederkerk
naar uw hoofd!" Want de priester is in de vaste overtuiging, dat de
Heilige Maagd hem beveelt, den bruidegom te redden.
Maar Alva, zich baan brekend door de krijgslieden, roept uit: "Gij
gaat te ver, verwenschte priester!" en hij wil zelf de hand slaan
aan den gebonden man, want zijn manschappen deinzen achteruit, als de
priester met verheffing van stem uitroept: "Vervloekt zijt gij!" en
de huiveringwekkende formule der excommunicatie begint uit te spreken.
Fernando tracht te lachen. "Monniken jagen mij geen vrees aan--ik,
die een leger heb aangevoerd tegen den paus!" en het schijnt, alsof
hij voornemens is, zelf het vonnis aan den echtgenoot van zijn dochter
te voltrekken.
Op dit oogenblik vliegt een donker, vlugvoetig meisje het venster
binnen, uitroepend: "Hierheen! Gezwind!"
Alva roept zijn manschappen toe, tegen de aanvallers front te
maken--maar het is te laat--al hun aandacht is door de executie in
beslag genomen en zij hebben niets gemerkt van de nadering der mannen,
die hen nu overvallen onder aanvoering van Corker.
Het duurt slechts een oogenblik en de ontstelde lijfgarde is
neergesabeld of op de vlucht gedreven om daar buiten te worden
ingehaald en afgemaakt, terwijl hun heer alleen staat te midden van
zijn vijanden, ofschoon ongewond; want zijn wapenrusting is bestand
tegen kogels van pistolen en haakbussen. Zijn hoofd is onbedekt en
zijn laatste uur was bijna gekomen, want Chester, die nu een zwaard
in de hand heeft, stormt op hem af, uitroepend: "Nu is het mijn
beurt, hertog van Alva!" Maar Hermoine, zich aan haars vaders borst
werpende en hem met haar armen beschermend, smeekt: "Spaar hem, als
gij barmhartig jegens mij wilt zijn! Spaar hem, Guy, mijn echtgenoot,
als gij dezen nacht een gelukkige vrouw met u wilt voeren,--want hoe
zou ik het, zelfs in uw armen, kunnen vergeten, dat gij de moordenaar
mijns vaders zijt?"
"Spaar hem, jonge man, ik gelast het u nu, zooals ik u zooeven redde,"
roept de priester uit.
"Ja, dat deedt gij, goede vader Anastasius," zoo laat nu Hermoine
zich hooren, als Guy zijn arm laat zakken.