"Mijn echtgenoote zal zij worden," roept Guy uit. En in den wilden
hartstocht, die jonge harten soms aangrijpt, zet hij de beide fraaie
portretten vóór zich en roept triomfantelijk uit: "Ziedaar mijn oude
liefde, de onvindbare, die ik toch gevonden heb! Ziedaar mijn _nieuwe_
beminde, de onbereikbare, maar tot wie ik mij, bij den hemel, toch zal
opheffen, om haar tot mijn vrouw te maken, al is zij ook de dochter
van Alva, mijn doodvijand!"