danseressen de laatste hand legden aan haar toilet. Zij dompelden
haar vingers in eene kalabas met geparfumeerde kokosolie gevuld, en
bestreken hare schouders, haar borst en dijen met deze welriekende
olie. Om haar heupen hadden zij een eveneens met olie gezalfden
gordel van bladeren; om haar hals droegen zij een ketting van
beurtelings langwerpige en ronde peperzaden; op haar borst hing
de slagtand van een wild zwijn; een krans van bloemen omgaf haar
voorhoofd; het lange zware gitzwarte haar golfde vrijelijk over
schouders en rug. De dansers schaarden zich achter hunne dames;
zij gingen op eene lijn naast elkander zitten, en begonnen met een
soort van pantomime, gevolgd door buigingen met de armen, welke met
onberispelijk ensemble werden uitgevoerd. De vlugheid en buigzaamheid
hunner handen is inderdaad verwonderlijk: nu eens was het of zij iemand
in magnetischen slaap wilden brengen, dan weer speelden hunne vingers,
met duizelingwekkende snelheid, op den grond, als op de toetsen eener
piano. Terwijl de handen en armen in rustelooze beweging waren,
schommelden zij met het bovenlijf heen en weer; de beenen bleven
gevouwen, op de turksche manier. Daarop volgde de eigenlijke dans,
die zeer verschillend van karakter was, al naarmate de dansers den
hartstocht der liefde of dien van den krijg in zijne onderscheidene
openbaringen moesten voorstellen. De gebruikelijke verwringingen
en verdraaiingen van het lichaam en van de gelaatstrekken waren,
in sommige oogenblikken, inderdaad afschuwelijk.
Wij hadden in Pago-Pago verder niets te verrichten; de fransche
missionaris, de heer Vidal, voor wien wij van Tahiti brieven hadden
medegebracht, was juist afwezig. De bisschop van Centraal-Oceanië
had te Apia (op het eiland Oepopoe) eene bijeenkomst belegd van alle
Maristen, die de verschillende katholieke posten in den archipel
bezetten; wij begaven ons ook daarheen. De Amerikanen hebben een
kolenstation te Pago-Pago, maar, naar het schijnt, maken zij geene
ernstige aanspraak op de heerschappij over de Samoa-eilanden;
zij stellen zich voorloopig tevreden met de Sandwich-eilanden,
die dichter bij Amerika zijn gelegen en waar zij eene onbetwiste
heerschappij uitoefenen. Maar niemand kan zeggen, waar de hebzucht
der Yankees zich grenzen stellen zal.
De Duitschers hebben van de regeering der Samoa-eilanden vergunning
verkregen tot eene nederzetting te Saloeafata, niet verre van Apia,
op het eiland Oepoloe, het voornaamste van den geheelen archipel; zij
zijn daardoor in het bezit gekomen van eene tamelijk veilige haven,
waar zij de noodige magazijnen hebben gevestigd ten behoeve van hunne
schepen, die zich daar van levensmiddelen en andere benoodigdheden
kunnen voorzien, ingeval Duitschland met eene der europeesche koloniale
mogendheden in oorlog geraakte.--De schepen van de Handelmaatschappij
te Hamburg vormen een vloot, door welker bemiddeling het geheele
vervoer der produkten van het eiland plaats heeft. Van de vijfduizend
bunders, die op de Samoa-eilanden worden bebouwd, behooren er
vierduizend-vijfhonderd aan duitsche emigranten; van de tweeduizend
werklieden, die op de Salomon-eilanden, op Nieuw-Zeeland of elders
aangeworven worden voor de ontginning der gronden in den archipel,
zijn er achttienhonderd in dienst der duitsche planters, wier
invloed zeer groot is. Te Apia vormen de consuls van Duitschland,
Engeland en de Vereenigde-Staten eene soort van bestuur, dat zich
drie bijzitters heeft toegevoegd en voor de belangen der Europeanen
waakt. Dit bestuur is ruim zoo machtig als de inlandsche regeering,
wier zetel te Malinuu is, aan de westpunt van de baai van Apia.
Twee koninklijke familiën betwisten elkander het gezag: de Tupua,
afstammelingen der oude koningen, staan aan het hoofd van de nationale
partij; zij behooren tot de ijverigste bekeerlingen van de fransche
katholieke zendelingen. De Maliétoa, die door de Engelschen en de
Duitschers ondersteund worden, zijn protestantsche methodisten. Dit
verschil van godsdienst is de voornaamste oorzaak--ik moest misschien
zeggen het voornaamste voorwendsel--van de moorddadige oorlogen, die de
verschillende eilanden en stammen met elkander voeren. De tegenwoordige
koning Maliétoa Laupepa, is niet de uitverkorene des volks, maar een
creatuur der vreemde residenten. Zijn aangenomen vader, wijlen William,
was tegelijk protestantsch predikant en vice-consul van Engeland. De
bevolking erkent in schijn het gezag van dien vorst, in afwachting
dat eene omwenteling den nationalen pretendent op den troon brengt.
De eilanden tellen te zamen eene bevolking van ruim
vijf-en-dertigduizend zielen, welke aldus is verdeeld: op Tetuïla en
Manoe vijfduizend inwoners; zestienduizend op Oepoloe; elfduizend
op Sawaï; tweehonderdvijftig op Apolina; duizend op Manono, een
klein eiland, waarvan de bewoners om hunne dapperheid beroemd zijn;
eindelijk tweeduizend op Manoea. Zesduizend Samoanen behooren tot
de katholieke Kerk; de anderen zijn Wesleyanen of Methodisten, met
uitzondering van tweehonderd Mormonen op Tetuïla.
In 1882 telde men, volgens officieele opgave, in den archipel
driehonderd Duitschers, honderd Engelschen, veertig Amerikanen, twintig
Franschen, waaronder zestien missionarissen; voorts vijftig Europeanen
van verschillenden oorsprong, vijftig Chineezen, en tweeduizend
Polynesiërs, die op de andere eilanden als arbeiders waren aangeworven.
De haven van Apia is het voornaamste middelpunt van den handel in den
Samoa-archipel. Verbeeld u eene kleine kosmopolitische stad, waarvan de
zeer heterogene elementen een bij uitstek bont geheel vormen, waar de
beschaving en de barbaarschheid elkander ontmoeten en die gelegenheid
biedt tot zeer merkwaardige studiën en waarnemingen. Naast de winkels
der europeesche handelaars staan nog de hutten van het oude inlandsche
dorp, die de eigenaars niet hebben willen verlaten. De fransche
Maristen hebben te Apia eene zeer bloeiende nederzetting. Rondom
de kerk, welke te klein is om de schare der geloovigen te kunnen
bevatten, en op den heuvel staat de woning der missionarissen en in
de nabijheid de scholen voor jongens en meisjes. De stichter der
missie van Oepoloe, een eerwaardig grijsaard, die sedert 1847 op
dit eiland zijn leven heeft gewijd aan de dienst des Evangelies en
der beschaving, had de vriendelijkheid, mij bij mijn bezoek aan de
scholen te vergezellen. Op zijn aandrang richtte ik onderscheidene
vragen tot verschillende leerlingen, zoo jongens als meisjes; en ik
moet verklaren dat zij mij verbaasden door hunne juiste antwoorden
en hunne kennis, vooral in rekenen en aardrijkskunde.
Van mijn verblijf te Apia maakte ik gebruik om het binnenland te
bezoeken. Tusschen het strand en de bergstreek volgde ik een weg,
die, door oranjehagen omzoomd, dwars door de uitgestrekte plantages
loopt van de duitsche Handelmaatschappij, wier voornaamste produkten
bestaan in coprah, koffie en katoen. Langs zacht glooiende paden
steeg ik vervolgens omhoog tot de kam van de hoofdketen; in dit
wonderschoone land zijn de hellingen der bergen geheel bedekt met
dichte bosschen, waarin het gezang weerklinkt van allerlei vogels;
papegaaien, kardinalen, meerlen, groene en grijze tortelduiven en vele
andere vogels vlogen bij mijne nadering verschrikt weg. Somwijlen
openden zich de levende wanden van ondoordringbaar groen, die ter
wederzijde den weg omzoomden, en dan zag ik, vele honderden ellen
beneden mij, heerlijke, paradijsachtige valleien, waar beken ruischen
en watervallen zich van de rotsen storten. Doorgaans volgde ik, bij
het terugkeeren van deze wandelingen, eene kleine rivier, die in de
baai van Apia uitloopt; een bad in hare frissche wateren deed mij
spoedig mijne vermoeienis vergeten.
Bij ons vertrek van Apia namen wij als passagiers den bisschop van
Centraal-Oceanië, Mgr. Lamaze, mede en een zijner medearbeiders,
den heer Delahaye. Ook hadden wij tijdelijk aan boord opgenomen de
geestelijke zusters van Apia, waaronder twee Françaises, eene Iersche
en vier inlandsche vrouwen, die te Sawaï hare vacantie van eene maand
gingen doorbrengen. Ondanks het heerlijke weder, had de overste,
eene bejaarde vrouw, schrikkelijk te lijden van de zeeziekte. Hare
twee europeesche zusters--vroeger dames die een hoogen rang in de
maatschappij innamen, en die zich nu, met nooit genoeg te waardeeren
zelfopoffering, op de Samoa-eilanden aan de opvoeding der jeugd en
de werken der barmhartigheid wijden,--waren gelukkiger. Zij deden
ons allerlei verhalen aangaande het land, terwijl de verschillende
eilanden van den archipel voor onze oogen uit de wateren oprezen en
weder verdwenen. Tot mijn leedwezen konden wij deze eilanden niet
aandoen, ook Sawaï niet, waarvan de hooge rotsige kust, de vulkanische
kegel en de met den weelderigsten plantengroei bedekte vlakten en
valleien een verrukkelijk schoonen aanblik opleverden.
Op Sawaï zijn twee fransche missionarissen gevestigd: de een woont
te Atatèle; de ander, die bij ons aan boord was, de heer Delahaye, te
Salelawaloe. De _Manua_ hield stil voor de baai van Mataoetoe, waar de
missionaris aan land ging met de zes geestelijke zusters van Apia. Zeer
gaarne zou ik mede naar wal zijn gegaan; maar dat was onmogelijk.
IV
De Tonga-eilanden.
Na een bezoek aan de Wallis-eilanden, zette de _Manua_ koers naar
de Tonga-groep. Daar de machine op de reede van Oevéa onklaar was
geraakt, moesten wij met tegenwind zeilen en gedurende zes lange
dagen laveeren en manoeuvreeren, eer wij aan Vavao kwamen. Het was
dan ook eene ware uitkomst, toen wij de eerste eilanden van het rijk
van George I, den koning der Tonga's, in het gezicht kregen; na de
bewoonde en vruchtbare eilanden Boscawen en Keppel, vertoonden zich
de kale rotsen van Amargura en Toko; daarop volgde de doolhof van
de Vavao-eilanden, de noordelijkste groep van den Tonga-archipel,
die zich van de beide andere groepen--Hapaï en Tonga-Taboe--door haar
vulkanische gesteldheid onderscheidt. De Hafulu-Hu of Vavao-eilanden
bereiken doorgaans eene hoogte van tweehonderd el, terwijl die der
andere groepen vlak en laag zijn.
Om de reede van Nu-Ofa, de hoofdstad der Vavao-eilanden te bereiken,
moet men zich een weg banen tusschen een twintigtal kleine eilandjes,
door engten en kanalen, die mij aan de smalle vaarwaters van
Patagonië deden denken. Als men de kokosboomen, die hier niet tehuis
schijnen te behooren, voor een oogenblik wegdenkt, is de gelijkenis
volkomen.... de hemel is grauw, de wind is koud, de laken kleederen
zijn ons welkom. Echter maakt Vavao niet altijd zulk een treurigen
indruk; de zon schijnt er ook wel in al hare kracht en de nachtelijke
regens verfrisschen dan het dorstende aardrijk. Dit regenwater is
voor de inwoners het eenige drinkwater, dat zij in bakken bewaren. Men
vindt op Vavao noch eene beek, noch een meer.
Langs de beide oevers van het kanaal dat ons naar Nu-Ofa voerde,
lagen inlandsche dorpen verspreid; hier en daar zag men fraaie
europeesche woningen, waarop de duitsche of de engelsche vlag was
geplant. De reede van Nu-Ofa is prachtig; het vlek, uit zee gezien,
schijnt niet onbelangrijk; het paleis van koning George, die dikwijls
op Vavao komt, en vier kleine steigers voor het lossen en laden van
stoombooten geven aan het geheel een zeker voorkomen van beschaving,
dat sterk afsteekt bij het overige gedeelte des eilands.
De fransche missie verkeert op dit oogenblik in geen gunstige
omstandigheden; de vreeselijke cycloon, die het eiland in de maand
Maart 1882 teisterde, heeft haar bijna verwoest. De kleine kerk
werd omver geworpen; het dak is ingestort, en verscheidene hutten
van inlanders in de nabijheid werden geheel vernield. Prachtige,
door den bliksem getroffen en gespleten boomen liggen nog op den grond.
Gedurende drie dagen heb ik in de omstreken van Nu-Ofa uitstapjes
gemaakt: talrijke wegen doorsnijden de velden en vormen de gemeenschap
tusschen dorpjes en gehuchten, die zeer dicht bij elkander liggen. De
woningen der inlanders onderscheiden zich door haar zindelijkheid;
de sierlijk van riet gevlochten wanden en de eigenaardige daken hebben
ten allen tijde de aandacht der reizigers getrokken. Dit dak is, even
als de hut zelve, ovaal van vorm of althans aan de hoeken afgerond;
het rust van binnen op twee boomstammen, die door vier houten pijlers
worden gedragen. Het dak zelf bestaat uit een netwerk van kleine
latjes van kokoshout, onderling verbonden door sierlijke en stevige
bindsels. In dit geheele samenstel is geen enkele spijker te vinden,
en toch is het bestand tegen de schokken der hier niet zeldzame
aardbevingen. Juist de veerkrachtige buigzaamheid der constructie
veroorlooft haar de schuddingen en golvingen van den bodem mede te
maken, zonder te breken. Een met bloemen versierde tuin omgeeft elke
woning, die met de tot haar behoorende bijgebouwtjes wordt omsloten
door eene zeer dichte oranjehaag.
Op Vavao, waar het vrij koud is, kleeden de mannen zich tegenwoordig
bijna allen op europeesche manier; op Tonga-Taboe daarentegen is de
pantalon nog een weinig bekend kleedingstuk, dat meestal nog door
een kort rokje of door een eenvoudigen gordel van bladeren wordt
vervangen. De mannelijke bewoners der Tonga-eilanden zouden bijna
zonder uitzondering onzen beeldhouwers tot model kunnen dienen: hunne
vormen zijn onberispelijk, hunne houding en hun gang indrukwekkend
en majestueus. Met zeldzamen moed en buitengewone kracht begaafd,
zijn zij krijgshaftig van aard en hebben in herhaalde oorlogen
uitgestrekte veroveringen gemaakt.
De vrouwen zijn over het algemeen schoon en tevens bevallig; borst
en schouders zijn uitnemend fraai gevormd en de verscheidenheid
harer gelaatstrekken is bijna zoo groot als die onzer europeesche
vrouwen. De adellijke dames, die niet veel werken en niet aan de
brandende zonnestralen zijn blootgesteld, zoo als de anderen die op
het land moeten arbeiden, zou men bijna blank kunnen noemen; ik heb
er verscheidenen gezien, die zich, als tijdverdrijf, eene naaimachine
hadden aangeschaft en daarmede zeer goed wisten om te gaan.
De vrouwen en meisjes van Vavao en van Tonga-Taboe bedekken een
gedeelte van haar borst met een kort lijfje zonder mouwen, waardoor
haar onberispelijk fraaie armen zichtbaar blijven. De rok, die tot
op de knieën hangt--behalve in huis, waar de kleeding tot een minimum
herleid wordt;--bestaat uit eenen breeden gordel van inlandsche stof,
bekleed met strooken van gedroogde boomschors of zelfs gefriseerd
papier en steeds verschillend van kleur. Het danstoilet vertoont eenige
gelijkenis met dat der Zigeuner-vrouwen; verdere bijzonderheden kan ik
hieromtrent niet vermelden, want ieder volgt daarin haar eigen smaak
en luim. De zorg voor het hoofdhair is, zoowel voor de mannen als
voor de vrouwen, eene dagelijks wederkeerende, belangrijke bezigheid;
de vrouwen strijken het hair op het voorhoofd naar achteren--onze
bestiale mode om het haar over het voorhoofd tot op de wenkbrauwen
te laten hangen, is hier onbekend;--en binden het, met behulp van een
kam van kokosvezels, in een knot op de kruin van het hoofd samen; ter
wederzijde van den hals hangen talrijke en zeer fijne vlechten op de
borst af. Op zekeren dag dat het stortregende, ontmoette ik, op eenigen
afstand van het dorp, een groepje jonge vrouwen, die door den regen
waren overvallen; om haar kapsel voor nat worden te bewaren, hadden
zij hare rokken, bij wijze van kapers, over hare hoofden getrokken.
Van de missionarissen vernam ik, dat op de Tonga-eilanden de jonge
meisjes tot haar huwelijk eene onbeperkte vrijheid genieten; na het
huwelijk is haar daarentegen de stiptste ingetogenheid ten plicht
gesteld. Overspel wordt door de wet zeer streng gestraft; vroeger
stond daar de doodstraf op. Naar het schijnt, kunnen de polynesische
dames zich bezwaarlijk aan dat strenge regime onderwerpen, en heeft
men daarom, althans in de praktijk, de echtscheiding zeer gemakkelijk
gemaakt. De bisschop van Centraal-Oceanië verklaarde mij, dat hem
geen enkel voorbeeld bekend was van een gelukkig huwelijk tusschen
een Europeaan en eene Tonganeesche; de vrouw kan zich nooit schikken
naar de gewoonten en levenswijze van den blanke, vooral kan zij zich
niet aan zijne keuken gewennen.
Hoewel half-beschaafd--voor 't minst wat het uitwendige
aangaat--gevoelen de inboorlingen toch nog altijd een onweerstaanbaren
trek naar laag-zinnelijke genietingen: elke gebeurtenis in
het familieleven moet met maaltijden en drinkgelagen, _kavas_ en
_savas_, zang en dans en allerlei luidruchtige feestelijkheden worden
gevierd. De geboorte en de besnijdenis van een kind, de ceremoniën
van het tatoeëren; het huwelijk of de begrafenis van een bloedverwant:
al deze gelegenheden geven aanleiding tot buitensporige zwelgerijen,
waarvan de beteekenis in de eerste plaats wordt bepaald volgens
het aantal en de grootte der geslachte en verslonden varkens. De
missionarissen doen hun best om dit vermoorden van varkens te doen
verbieden: en inderdaad, wanneer aan dit misbruik geen paal en perk
wordt gesteld, zal het einde zijn dat deze diersoort, die voor de
voeding der inboorlingen van zoo overwegend belang is, van de eilanden
verdwijnt. De Polynesiërs, als alle onbeschaafde volken, leven bij
den dag, zonder zich in het minst om de eerstvolgende toekomst te
bekommeren; deze kinderlijke zorgeloosheid is eene hoofdoorzaak
van den lagen trap van ontwikkeling, waarop hun ras staat en eene
belemmering voor allen vooruitgang. De natuur was voor hen te mild.
Het braden van een varken is in Polynesië eene zaak van het uiterste
gewicht, waarmede zelfs de vorsten het niet beneden hunne waardigheid
achten zich in te laten. Het geslachte dier, zorgvuldig schoongemaakt
en opgevuld met welriekende kruiden, wordt in zijn geheel gelegd in
een kuil, die vrij diep in den grond is uitgegraven en ten deele
met gloeiende steenen gevuld; verschillende vruchten worden nu
rondom het varken nedergelegd en alles weer met eene laag gloeiende
steenen overdekt. Deze geïmproviseerde oven wordt ten slotte door
een hoop aarde van de buitenlucht afgesloten, opdat de warmte bewaard
blijve. Het vleesch wordt dus gaar gestoofd; en de genoodigden wachten
geduldig tot de spijs gereed zij, zich inmiddels den tijd kortende
met allerlei verhalen.
Op Vavao verhaalde men mij eene niet onaardige legende in verband met
de wonderschoone koraalgrotten, door den oceaan in de kusten van dit
eiland uitgegraven. Men vergunne mij die legende mede te deelen.
"Langen tijd geleden vond een jong krijgsman, naast de koraalgrot
waarin men met eene prauw kan doordringen, bij toeval de oude woning
van den god onzer kusten. Dat is een tooverhol, waarvan de duikers
alleen, in de diepte der zee, den ingang kunnen ontdekken. Het gewelf
van die grot, schitterende van lichtende stalaktiten, wordt door
natuurlijke pijlers gedragen; door eene opening van boven valt het
licht naar binnen.
"Malohi was met zijne makkers op de schildpaddenjacht, toen hij
voor de eerste maal dit geheimzinnig verblijf ontdekte; de schildpad
vluchtte in de grot; hij volgde haar duikende en bleef verstomd van
bewondering. Hij sprak echter tot niemand over zijne ontdekking,
want hij overlegde bij zich zelven, dat hij in die grot een veilig
toevluchtsoord zou kunnen vinden, indien hij ooit door zijne vijanden
overwonnen en achtervolgd werd.
"Eenigen tijd daarna werd Malohi smoorlijk verliefd op de dochter
van den koning van Vavao, doch deze weigerde hem haar tot vrouw te
geven. De twee gelieven vluchtten te zamen naar de godengrot en leefden
daar eenige maanden, slapende op een bed van zeewier, zich voedende
met visschen. Men dacht algemeen dat het jonge meisje dood was; maar
de onvoorzichtige krijgsman ging iederen dag naar het dorp en keerde
eerst tegen den avond naar zijne geheimzinnige woning terug. Intusschen
bemerkten zijne makkers, dat het hair van Malohi altijd nat was, en
sloegen zijne gangen gade. Weldra werd nu het paar ontdekt. Het jonge
meisje werd tot haren vader teruggebracht, wiens toorn onverbiddelijk
was: de roover werd aan de wraakgodinnen geofferd."
Wij hielden ons niet op bij de Hapaïgroep, maar vervolgden de reis
rechtstreeks naar de eigenlijke Tonga-eilanden. Het eiland Tonga-Taboe
is zoo vlak, dat men het eerst op een afstand van twee of drie mijlen,
naar gelang van het weer, bemerkt; het hoogste punt van het eiland
reikt niet boven de vijf-en-twintig meter.
Wij wierpen het anker uit voor Maofaga, waar de katholieke missie is
gevestigd en de bisschop doorgaans resideert. De missie bestaat uit
een huis, waarin de bisschop met twee andere geestelijken woont, uit
eene school voor knapen, verschillende magazijnen van levensmiddelen
enz. het zusterhuis en de kerk. Vijf europeesche zusters en eene
inlandsche van Futunah (eiland Hoorn) besturen eene school voor
inlandsche meisjes en eene andere voor half-blanke meisjes. Deze
beide scholen zijn nog pas voor kort opgericht, maar het geduld en
de toewijding der onderwijzeressen is onuitputtelijk. De _Zusters
van Oceanië_ moeten vaak haar toevlucht nemen tot allerlei kunstjes
om hare leerlingen te voeden; de overste, die wat verstand heeft van
geneeskunde, laat zich hare raadgevingen en de medicijnen die zij
uitdeelt, in vruchten betalen.
De eerste engelsche kooplieden, die zich op deze eilandengroepen
vestigden, traden tevens bijna allen als evangeliepredikers
op. Dit is zeker een der redenen, waarom, in dit gedeelte van
den Grooten-oceaan, het aantal Protestanten zooveel grooter is
dan dat der Katholieken. Intusschen hadden deze geïmproviseerde
predikers op de Tonga-eilanden met vele moeilijkheden te kampen. De
inlanders waren zeer aan hunne voorvaderlijke godsdienst gehecht,
en toonden zich niet zoo aanstonds bereid, hun velen goden vaarwel
te zeggen. Behalve de goede en kwade geesten, wier aantal meer dan
vierhonderd bedroeg, vereerden zij een oppersten god, den god der
koningen, wiens vertegenwoordiger op aarde de Tuï-Tonga, een soort
van Mikado, was. Vervolgens verschenen in hun pantheon: Toebo-Taï,
de god der reizigers; Alo-Alo, die de elementen beheerschte;
Kala-Foetanga, de godin der zee; Maoeï, die Tonga-Taboe op zijne
schouders droeg en het nu en dan heen en weer schudde, als de last
hem hinderde; en nog vele anderen. De priesters dezer goden boden den
heftigsten tegenstand tegen alle pogingen om de inlanders te bekeeren;
verschillende zendelingen werden achtervolgens het slachtoffer van
hun ijver; maar in 1827 gelukte het, een vasten zendingpost op de
Tonga-eilanden te vestigen, en in 1850 ging de koning zelf tot het
Christendom over. De geestelijke souverein, de Tuï-Tonga, bekeerde
zich eerst veel later, maar hij werd katholiek. De waardigheid van
Tuï-Tonga was in den regel erfelijk; zijne familie bekleedde den
hoogsten rang onder den adel van het heilige eiland (Tonga-Taboe),
waar het onderscheid der standen zeer scherp geteekend is. De laatste
Tuï-Tonga heeft twee zoons achtergelaten, die zeer arm zijn; niettemin
vereeren hunne landgenooten hen als de eerste vorsten des lands, en
bij plechtige gelegenheden wordt de met kava gevulde beker eerst aan
den koning en onmiddellijk daarna aan deze edele vertegenwoordigers
van het verleden aangeboden.