die men aan de oevers van den Nijl aanschouwt. Vrouwen, inlandsche
en negerinnen, in lange, zwarte kleeren, die van voren open zijn,
komen water halen in haar kruiken of wel, hurkend aan het water,
wasschen ze haar linnen al babbelend en onder het gerinkel van de
zilveren armbanden. Die sterke aantrekking, die de oase uitoefent,
alsook de nabijheid van de Matmata's en van Medenine, verklaren hoe
het komt, dat er in dezen tijd van het jaar zooveel toeristen zijn
en ook het groote aantal automobielen, die zich op den weg bewegen
en dagelijks in de beide bescheiden hotels van Gabes meer bezoekers
aanbrengen dan er kunnen geborgen worden.
Des middags déjeûneerden wij aan het Contrôlegebouw en daarna
vertrokken de Resident-generaal en zijn medereizigers, om rechtstreeks
naar Tunis terug te keeren.
27 Maart.--Dank zij de anthropologie en door den welwillenden steun
van den kaïd Si Mohammed ben Khalifa kan ik reeds een paar dagen
in de mohammedaansche interieurs binnenkomen en van dichtbij het
huiselijk leven gadeslaan van de tunesische dorpelingen. Ik heb al
een reeks soedaneesche vrouwen gemeten, die in de alfawerkplaatsen
worden gebruikt. Ze komen voor het meerendeel uit Bornoe en
Baghirmi. Ze herinneren zich, dat ze als kinderen door karavanen
zijn weggevoerd naar Tripoli, waar ze denkelijk als slavinnen
zijn verkocht. Tegenwoordig stellen de sjeik van Menzel en die van
Djara hun vrouwenverblijven wagenwijd voor mij open, aldus een goed
voorbeeld gevend aan hun volk. Bij die bezoeken werd ik vergezeld
door de vriendelijke mevrouw Livet en door een jong joodsch meisje,
dat als tolk optrad.
In de dorpen en in de steden is het type van de woningen hetzelfde. Het
familieleven is geconcentreerd op het binnenplein, waar alle vertrekken
op uitkomen. Men verbaast zich over het groote aantal personen, die
kunnen leven in die terrasvormig opgestapelde cubussen, vooral als de
heer des huizes rijk is en verscheiden vrouwen heeft. De getrouwde
zoons en dochters blijven vaak bij hun ouders wonen. In dat geval
verplicht het gebruik de jonge vrouwen, zich nooit te vertoonen
aan haar schoonvader of haar schoonbroeders, ten minste gedurende de
eerste tijden van haar huwelijk, zoodat ze veroordeeld zijn, ook tehuis
steeds gesluierd te wezen en zich in haar meestal donkere kamers op
te sluiten. In een familie van dezen aard kan het gebeuren, dat de
laatste vrouw van den vader jonger is dan de echtgenoote van den zoon.
Bij elk van onze metingsbezoeken werden mevrouw Livet en ik op het
vriendelijkst ontvangen. De heer des huizes stelt ons zijn vrouwen
voor, voert ons daarna in zijn salon, en daar worden ons koffie,
champagne, koeken en melk gepresenteerd. Daar wij al die heerlijkheden
nauwelijks aanraakten, gebruikten de aanwezige mannen, bloedverwanten,
vrienden of buren, opgeroepen ter eere van ons bezoek, dat een echt
evenement was, zonder omslag wat er nog in onze kopjes en onze glazen
was overgebleven. Daarna werden wij aan de vrouwen overgelaten. In
welgestelde familiën hebben ze ieder een vrij goede kamer met een
getralied venster. De meubileering, die in hoofdzaak bestaat uit
een groot bed, tapijten en koffers, is overal bijna gelijk, omdat
de Koran voorschrijft, dat alle vrouwen een gelijk aandeel hebben
in den rijkdom van den man en in zijn gunstbewijzen. De dochters en
schoondochters van het huis zijn veel minder goed gelogeerd. Ze wonen
vaak in kleine kamertjes, zonder licht en zonder lucht.
Daar ze van mijn komst verwittigd waren, hadden zich de vrouwen
getooid met haar rijkste kleeding en al haar sieraden. De moeder of
de grootmoeder, als die nog in leven is, van den heer des huizes,
ontvingen ons met een gemakkelijkheid en wellevendheid, waarvan
men niet zou vermoeden, dat die vreesachtige en beschroomde jonge
vrouwen er ooit toe in staat zouden zijn, en die ontwikkeld worden
door den diepen eerbied voor de ouders en voor den ouderdom in het
algemeen. Na de gebruikelijke begroetingen begeleidden ze ons, daar
ze het doel van ons bezoek kenden en zich niet jong genoeg vonden,
om zich te leenen tot grapjes als het meten en photografeeren, naar
de verschillende vertrekken der jongere vrouwen. In die donkere
hokjes, waar het oog eerst niets kon onderscheiden, en waarvan de
toegang is afgesloten door een tapijt als portière, is het aardig,
eindelijk te onderscheiden een vrouwelijke figuur, op haar hurken
gezeten, een jonge, elegante vrouw, in het halve licht schitterend
door haar juweelen als een afgodsbeeld, maar een beeld, vol leven
en bekoorlijk door een innemenden glimlach. Die jonge vrouwen van
vijftien tot twintig jaar en die, als ze zeer zorgvuldig verborgen
worden gehouden, altijd heel jong zijn, hebben niet zelden een kindje
in de armen. De kennis is snel gemaakt.
Wij bewonderen de zware edelgesteenten, die ze op de borst dragen en
die soms de draperieën van de kleeding tegen de amberkleurige huid
vasthouden. De kleeding van de Tunesische van het land is donker
van kleur en herinnert sterk aan die van de Bedoeïenen en in het
algemeen der arabische nomadenvrouwen. De rijken dragen een mutsje
van muntstukken, een erfstuk vaak van het voorgeslacht en waarover
een sluier hangt van geborduurd katoen van heldere kleur, dien ze
zeer behendig over het gezicht weten te trekken bij het minste onraad.
De vrouwen vertoonen een vast type. Ze zijn van gemiddelde lengte,
goed gebouwd en sterk getatoeëerd. Het voorhoofd, de kin, de wangen,
de punt van den neus zijn versierd met stipjes en blauwe sterren. Haar
handen, ook getatoeëerd en roodgekleurd met henné, zijn mooi. Veel
zilveren ringen, als armbanden zoo groot, hangen in haar ooren. Om
te beletten, dat het oor uitscheurt, bevestigen ze de versiering
in haar vlechten. Het haar, van een glanzig zwart, is dik en kort,
zooals het gebruik voorschrijft, verdeeld in een oneindig aantal
kleine vlechtjes. Men mag gerust beweren, dat aldus getooid, die jonge
tunesische vrouwen opmerkelijk zijn door haar elegantie, die in het
geheel niet door dikte wordt benadeeld als bij de joodsche vrouwen.
Wij hebben Gabes en het Hotel de l'Oasis ver achter ons gelaten
en we hebben er gebibberd, zoo koud waren de nachten nog in dit
jaargetijde, ofschoon overal palmen hun kruinen opsteken, als getuigen
van een klimaat als van de Sahara. En langs denzelfden weg, over Sfax
en Soesa, zijn we nu te Kairoean, de heilige plaats, aangekomen;
Kairoean, een der poorten van het paradijs, eenzaam te midden van
de steppe gelegen. Het is wel een versterkte plaats van den Islam,
die men onder de oogen heeft, met de dubbele muren met kanteelen, de
moskeeën, de zaoeia's en kobba's, de laatste graven van priesters of
heiligen. Zooals bekend is, was de universiteit van Kairoean vroeger
beroemd. De stad der waterleidingen, der pelgrimstochten, doet zich
in schitterende witheid voor in een land zonder water en zonder groen,
waar men kerkhoven vindt in plaats van bebouwde velden.
De Christenen schijnen er niet veel plaats in te nemen, en het kost
moeite te gelooven, dat er werkelijk voor toevallige passanten een
hotel is, zelfs een Splendid Hotel, in de stad van Sidi Okba. Wij
namen een gids, om ons rond te leiden door den doolhof van de heilige
stad. Kairoean is de eenige stad van Tunis, waar de toegang van de
heilige gebouwen aan de Christenen veroorloofd wordt met een machtiging
van den civielen controleur.
Onder zooveel minarets en koepelkerken moeten we een keus doen. We
gaan eerst naar de Groote Moskee. Er zijn niet minder dan zeventien
dubbele, evenwijdige beuken en vierhonderd zuilen, die afkomstig zijn
van antieke gebouwen uit Soesa, Monastir en andere plaatsen. Na dat
alles te hebben bewonderd op rechtmatige wijze, gaan we naar de zaoeia
van Aboe Zema of Sidi Caheb. We beklimmen de hooge minaret langs een
eindelooze trap, die door den sierlijken vierkanten toren loopt. Op den
top aangekomen, konden wij over Kairoean den blik laten weiden en waar
hij zich heen wendde, overal was de aanblik dezelfde. Buiten de stad,
in de stad, het waren niets anders dan tempels, graven, kloosters,
moskeeën. We richtten toen onze schreden naar een zonderlinge moskee,
met een aantal koepels, maar waarvan het inwendige niet belangrijk was.
Onze jonge gids leidde ons handig rond. Hij sprak uitstekend
Fransch. Maar hij heeft stellig een idée fixe, want hij sleept ons mee
door doodsche en onbeduidende straatjes en bekent ten laatste, dat hij
ons zijn jonge vrouw wou laten zien. Deze, zonder twijfel gewend aan
dat soort van bezoeken, zat op een laag bankje en weefde een tapijt
van allerleelijkste kleur. Ze was groot, lenig, zeer goed gekleed in
wijde broek; mooi ondanks de tatoeëeringen en de boven de oogen door
een dikke zwarte lijn verbonden wenkbrauwen. Haar mooie handen, met
henné gekleurd, droegen groote ringen, en zilveren armbanden omsloten
de fijne polsen. In het kort, ze scheen daar precies neergezet, om
aan de reizigers te laten zien, dat niettegenstaande haar schijnbare
afwezigheid de schoone sekse toch wel te Kairoean bestaat en er goed
vertegenwoordigd is. Wij zouden zelfs dit landvrouwtje te deftig
vinden, als haar echtgenoot ons niet den sleutel had gegeven van
het geheim. Ze waren beiden op de wereldtentoonstelling geweest te
Parijs in 1900, en dus waren we in de tegenwoordigheid van een der
meest geëmancipeerde huishoudingen van geheel Tunesië.
In haast sloegen we weer den weg naar de soeks in, langs de hooge
gekanteelde muren. Maar de straten werden leeger; de winkeltjes
zijn gesloten en van grendels voorzien, en de kooplui zijn naar hun
woningen gegaan in ver verwijderde wijken. Een groote troosteloosheid
breidt zich over de stad uit, die nog slechts eenige oogenblikken
geleden zoo druk was en nu in het roode licht der ondergaande zon als
uitgestorven scheen. Die indruk werd nog versterkt door den aanblik
van kameelkaravanen, stappend met groote, trage schreden, en die ons
voorbijschoven als schimmen in de schemering door de zware poorten
der stad. Het werd koeler, en wij moesten terugkeeren. Spoedig zal het
uur der jakhalzen gekomen zijn, dat ook het uur is van de Aïssaoea's,
die ons in de zaoeia van Sidi ben Aïssa, hun patroon, het schouwspel
zouden laten genieten van den waanzin der dwepers.
Het deed goed, het daglicht en de zon terug te zien na de afschuwelijke
tooneelen van dien avond. Buiten was den volgenden dag alles weer
leven en beweging. De burnoes verdringen elkander in de straten,
en de aanblik van Kairoean als mohammedaansche stad is eenig in zijn
soort. Nomaden, meest Zla's, bewogen zich door de soeks in grooten
getale. Die gearabiseerde Berbers met hun fiere houding hebben
hun kampen in de vlakte in de nabijheid. Wat de markt aangaat, die
moet even goed voorzien zijn als die van Tunis. Ze is beroemd om de
geborduurde leerwerken, het gedreven koper en de tapijten. Die laatste
industrie, oudtijds algemeen bekend, is ongelukkig achteruitgegaan,
sedert men, om de goedkoopheid, voor het verven der wol stoffen is gaan
gebruiken, met aniline bereid. Er zijn in den laatsten tijd pogingen
in het werk gesteld, door het secretariaat-generaal van de regeering,
om de fabricatie van die tapijten aan te moedigen, die gemaakt zijn
van wol, geverfd met plantaardige kleuren en met cochenille. Het is
te wenschen, dat die pogingen van de ververs deze weelde-industrie
te Kairoean zullen doen herleven, al wordt er geen goedkoope waar
door geleverd. De tapijten uit Klein-Azië doorleven een dergelijke
crisis. Alleen Perzië handhaaft zijn traditie, vooral door de strenge
voorschriften, die de anilineverfstoffen verbieden. Na den geheelen
morgen door de stad te hebben gedwaald tusschen de versterkte muren, na
zonder verveling de mooie poorten te hebben bewonderd, wier sierlijke
bogen een der edelste kenmerken zijn van de arabische bouwkunst,
namen wij den trein naar Tunis, waar we op tijd terug wilden zijn,
om de feesten van Karthago bij te wonen.
24 April.--Daar zijn we opnieuw op weg naar Kef en Maktar, waar de
heer Chantre, uit Tripolitanië terug, de nomadische stammen gaat
bestudeeren, als de Drids, de Oeled Ayar, de Oeled Aoen, die hier
vrij talrijk zijn. Wij stapten vroeg in den trein, er ons gelaten in
schikkend, dat we negen uren zouden noodig hebben, om 200 kilometer af
te leggen. We zijn hier in een land, dat zeer veel verschilt van het
oostelijke en veel groener en vriendelijker is dan de Sahel. Rechts
en links is de horizon omgeven door heuvels met mooie lijnen, en
zoo ver het oog reikt, aanschouwen we weiden, waar talrijke kudden
grazen. Men zou botanist moeten wezen, om de flora te beschrijven,
die in dit seizoen overal ontluikt en het oog bekoort. Onze trein
glijdt over een tapijt van bloemen voort, over groote gele margrieten,
papavers, gele tulpen, roode klavers, brem, en uit het portier geleund,
zien we de eenzame plateaux voorbijschuiven, waarvan de armoede nu
zich verbergt onder het vachtje van groen en bloemen. Links verheft
de Zaghoean zijn imposante massa. De lange reeksen van waterleidingen,
die nu en dan zich vertoonen, welsprekende getuigen van de wonderlijke
beschaving der Romeinen, voerden eertijds de wateren van deze bergen
naar Karthago.
Voorbij Gaffoer verschijnen goede korenvelden, waartusschen doears
liggen, die door de veldarbeiders uit de streek worden bewoond. Na een
lange opeenvolging van weiden en plateaux komen we aan de Kef, als een
arendsnest aan de rots gehecht. Aan den contrôlepost werden we zeer
vriendelijk ontvangen door den heer en mevrouw Prat. Uit de verte bood
het antieke Sicca Venerea een woest en schilderachtig gezicht. Van
dichtbij leek het somber door het diepe verval. De huizen smolten
samen met de rotsen van dezelfde grijze kleur. Van het schitterend
verleden der heilige stad, van haar beroemden tempel, gewijd aan de
karthaagsche Venus is, helaas, niets dan de herinnering overgebleven.
De tegenwoordige inlandsche stad munt noch door zindelijkheid uit,
noch door den goeden staat der woningen, die integendeel bijna in
puin vallen. Door hellende straten en steeds trappen volgend, komt
men boven op de rots, die de Kasba draagt. Moskeeën en een zaoeia
verbreken op gelukkige manier de grijze eentonigheid van het geheel,
waar de muzelmansche zorgeloosheid uit blijkt. Daarentegen rust
het oog met genoegen op de nieuwe europeesche wijk, die zich flink
ontwikkelt. Ze ligt aan den voet der rots aan een mooien cornicheweg,
en de huizen met roode daken bewijzen, dat men hier op de hoogte
tusschen 700 en 800 meter een langen en strengen winter moet verduren.
Stukken van zuilen en beelden, waterréservoirs, een mooie bron, die
al sedert de verre oudheid opgevangen werd en die waarschijnlijk de
oorzaak was van de keus dezer plek, om er een stad te bouwen; de ruïnen
van een amphitheater en van een schouwburg; resten van een vesting
zijn nog overblijfselen van de punische en romeinsche beschaving. Uit
den byzantijnschen tijd bezit de Kef de ruïnen van de basiliek van
den H. Petrus, gebouwd van de materialen van een romeinschen tempel,
en waarvan zijbeuken nu nog als kerk worden gebruikt; een andere
christelijke basiliek, waarvan de Mohammedanen hun groote moskee
hebben gemaakt, en eindelijk is er nog een minder belangrijke kerk
buiten de stad, op korten afstand, in noordelijke richting.
Men kan de strategische beteekenis van het oude Sicca Venerea, door
Augustus tot een bloeiende kolonie gemaakt, inzien, als men op de
prachtige vestingwallen rondom zich van den Cornicheweg een horizon
omvat van vlakten en bergen, zich voortzettend tot Algerië. Terwijl
wij onder het wandelen het prachtige panorama bewonderen, dat droevig
stemt niettemin, hoorden wij muziek en zagen een groep inboorlingen
in de buurt geschaard staan. Aan den voet van een vervallen trap,
waarop in volle waardigheid de maraboet stond van de kef, Si
Kaddoer el-Mizoeni, het hoofd van de broederschap der Quadria's,
zoo verspreid in de muzelmansche wereld, gaven pelgrims, die gekomen
waren, om hem te zien, een fantasia, waar zijn kleinzoons aan deel
namen. Wij woonden, zonder het te willen, een familiefeest bij,
vol onverwachte verrassingen en kleur, en wel verre van als vreemden
te worden behandeld of als indringers, werden wij door Si Kaddoer,
de held van het feest, uitgenoodigd, naast hem plaats te nemen. Hij
was een prachtige grijsaard met trotsche houding, gedrapeerd in
zijn burnoes als een antiek beeld. Er werden ons stoelen gebracht,
die ongelukkig even wankel waren als de trap; onder het gebruik
van een goed kop koffie woonden wij de oefeningen bij met paarden,
begeleid door een eentonige, oorverdoovende muziek. Te midden van
de opeenhooping van stof en bouwvallen, tegenover den wijden horizon
van bergen en vlakten, die zich voor ons ontrolde in de schitterende
zon, was de aanblik van die onwetende menigte, godsdienstig tot het
dweepzieke toe en hulde bewijzend aan een ouden maraboet, die zich
sterk bewust was van zijn prestige, een tooneel vol belangrijkheid
voor den toeschouwer en gestempeld met het kenmerk der echte poëzie.
25 April.--Si Ahmet Sakkat, de kaïd van Kef, heeft de goedheid
gehad, zijn beste rijtuig te onzer beschikking te stellen evenals
zijn paarden, om van Sers naar Vaktar te gaan. Te Sers ontbijten
wij in den bordj van de remonte, waar we mooie hengsten bewonderen,
waaronder een van het zuiverste bloed. Van daar gingen we, terwijl
de paarden uitrustten, door een moerassige vlakte tot een doear van
Drid. Die half-nomaden, die er ellendig uitzien, houden zich in deze
streek vooral met paardenteelt bezig. De vrouwen, aan het wasschen
van linnen in een plas, werden verschrikt bij mijn aankomst. Ik
photografeerde ze en ging niet heen, zonder zeer vriendschappelijke
groeten met haar te hebben gewisseld.
Tusschen Sers en Maktar liggen 35 kilometer. Vaarwel goede wegen! In
afwachting van den tijd, dat deze goed zal worden, hotst men over
hoogten en laagten en door modderplassen, wat zeer vermoeiend is. Van
tijd tot tijd stappen we uit, om de paarden op adem te laten komen. De
atmosfeer was uiterst helder en de velden staan weer vol bloemen. Wij
plukten een handvol gele tulpen en wandelden te voet naar een groep
dolmens, die al uit de verte waren aangewezen en lang bekend zijn,
maar binnenkort zal er niets meer van zijn overgebleven ten gevolge
van de stelselmatige verwoesting, die de mensch erop uitoefent en
door de invloeden van het weêr.
Om vijf uur kwamen wij te Maktar ter hoogte van 950 meter. We
begaven ons naar het contrôlegebouw, dat gebouwd is op de manier van
een versterkte bordj. De heer en mevrouw Barué ontvingen ons zeer
vriendelijk. Ze brachten ons naar een kamer, waar een helder vuurtje
brandde, en we traden met genoegen nader, want op deze hoogte wordt
het koud, als de avond is gevallen.
De tuinen van Maktar, rijk aan vruchtboomen en de romeinsche ruïnen,
die dadelijk bij aankomst de aandacht trekken, getuigen van een
vruchtbaar en voorheen bloeiend land. Als dorp beteekent de plaats
tegenwoordig niets. Maar aan de ligging tusschen het grondgebied
van de Oeled Aoen, dat van de Oeled Ayar en dat van Kesra, dus van
de drie bevolkingsgroepen, waarover de controleur is aangesteld,
heeft Maktar het te danken, dat het als hoofdplaats is gekozen. De
markt brengt er eens in de week een groot aantal inboorlingen te zamen.
Een wandeling in de schemering door de velden laat ons een land zien,
vol belangwekkende dingen. Wij passeeren een triomfboog van Trajanus;
mausoleeën en de dolmens, die resten zijn van een barbaarschen tijd
en in welker nabijheid de romeinsche bouwwerken verrezen. Ruïnen
van antieke woningen waren overal te zien. In de avondlucht,
die volkomen helder was, tooiden zich de bergen met gouden licht,
en Maktar scheen juist op de plaats te liggen, die geschikt was,
om in die uitgestrekte velden te midden van het bergachtige land,
in het goede seizoen de menschen uit de vlakte, waar warmte en koorts
heerschen, aan te trekken.
26 April.--Marktdag. Het groote open plein, waar zich de kudden
vereenigen en waar kooplieden en koopers samenkomen, is overdekt
met een dichte menigte in burnoes, een luidruchtige en bewegelijke
massa. Men meent twisten bij te wonen in plaats van een vreedzamen
koop. Men hoort tusschen de woorden en de vele medeklinkers het
geblaat der lammeren en geiten, het geknor der kameelen, terwijl de
lucht niet is om in te ademen door het vele stof, door al die bloote
voeten opgejaagd. Aan het contrôlegebouw heeft de heer Chantre het druk
met meten en photografeeren van een aantal Oeled Aoen en Oeled Ayar,
die op de markt inkoopen waren komen doen en die niet verwachtten,
de formaliteiten te moeten doorstaan van een anthropometrischen dienst.
26 April.--Er was dien dag op den Kef een groote fantasia ter eere
van den Resident-generaal en mevrouw Alapetite, die per auto waren
aangekomen, vergezeld door kapitein en mevrouw Roux. Na het bezoek
aan de stad, de scholen, de hospitalen en de Kasba zijn ze gaan
zitten op het terras van het huis, om de dansen van rijk opgetuigde
paarden bij te wonen, bereden door sierlijke ruiters, gedrapeerd
naar arabische mode. De toeschouwers in burnoes vormden een haag,
om zoodoende ook aan het feest deel te nemen. De zadeldekken van
blauwe en roode en gele zijde schitterden in de zon. De gratie van
de ruiters is onbeschrijfelijk. De burnoes wordt op den rit om het
middel aangehaald en is opgeslagen, zoodat kleederen van prachtige
tinten te zien komen. Wat zijn het kunstenaars en wat zijn ze zeker
van hun effect! Alles is bestudeerd. Tot zelfs die manier, om zich
het benedengedeelte van het gezicht te omhullen, draagt bij tot hun
impassibele houding en hun trots van sarraceensche ruiters. Terwijl de
fluiten en de derboeka's lawaai maken, spelen de paarden, die door de
ridders om zoo te zeggen in de hooge school worden vertoond, met de
grappenmakers, die aan hun voeten in het zand rollen. Van tijd tot
tijd ruikt de lucht naar kruitdamp door de fantasia's in galop met
geweerschoten, die voorbijvliegen, een onmisbaar tijdverdrijf bij
zulke feestelijkheden. Eindelijk roepen de zangers en muzikanten om
strijd de zegeningen des hemels in over Sidi el Oezir en zijn gezin,
en het schouwspel wordt gevolgd door de officiëele recepties.
27 April.--Vertrek per automobiel naar Doegga. De Resident-generaal en
mevrouw Alapetite waren zoo vriendelijk, ons mee te nemen terug naar
Tunis. Het was schitterend mooi weêr. We gleden door de morgenlucht
in de koelte en legden snel den afstand af, die de Kef van Doegga
scheidt. Men moest het rijtuig in de schaduw laten staan van een
olijvenboschje, en wij gingen de ruïnen zien, die men bereikt langs
een steil pad in gezelschap van den controleur van Teboersoek,
die den Resident-generaal te gemoet was gereisd. Muilezels droegen
het ontbijt en andere dieren werden in gereedheid gehouden voor de
minst moedigen. Maar het was zulk mooi weêr, dat ieder vol moed was
en liever wilde wandelen.
Doegga, het oude Thugga, is beroemd als een der romeinsche steden,
die het meest intact zijn gebleven in Tunesië. De moderne plaats
ligt aan den voet der ruïnen, die veel belangrijker zijn dan men in
het verlaten land zou verwachten. Het is een chaos van woningen,
tempels, zuilen, door methodische opgravingen tegenwoordig aan
het licht gebracht. Boven alles het Kapitool, die best bewaarde
korinthische tempel in Tunis met zijn sierlijken voorgevel en de
ranke, gegroefde zuilen. De verhoudingen van dit gebouw zijn zoo
harmonieus, dat men den blik er niet kan afhouden. De lichte kleur
van het marmer en het rijke beeldhouwwerk verhoogen de schoonheid. In
de brandende middagzon liepen wij door de bouwvallen, die we later
nauwkeurig zullen opnemen, en gaan nu naar een schaduwplekje zoeken,
om te ontbijten. Door de goede zorgen van den controleur, den heer
Giltaire, en van de bewoners van het dorp, waren tafels en stoelen
spoedig klaar gezet in een eeuwenoud olijvenbosch. De frissche lucht
en het loopen hadden ons eetlust gegeven, en we deden vroolijk eer
aan het déjeûner, waarbij de gebraden snippen een verbazend succes
hadden, evenals een zekere wijn van Saint-Joseph van Tibar, waarmee
dit landelijk festijn werd opgeluisterd.