GUZMAN BEDRIEGT DEN BANKIER.

Maar Guzman haalde zooveel gemeene streken uit in het paleis van den

Kardinaal, dat de voortreffelijke prelaat er tenslotte genoeg van

kreeg. Toen kwam hij in dienst bij den Spaanschen gezant, een vriend

van den Kardinaal, die volkomen op de hoogte was van de hebbelijkheden

van onzen held. Na geruimen tijd bij dezen hoogwaardigheidsbekleeder

te hebben gediend, besloot hij Rome te verlaten, en een reis door

Italië te maken. Even te voren had hij kennis gemaakt met een

Spanjaard, Sayavedra genaamd, met wien hij vriendschap sloot. Met

ongeveer driehonderd pistoles en eenige juweelen, die hij van den

gezant gestolen had, ondernam Guzman de reis. Maar Sayavedra had

een wasafdruk gemaakt van de sleutels van Guzman, en plunderde voor

diens vertrek zijn bagage, zoodat deze zonder de edelmoedige hulp

van den gezant, Rome niet had kunnen verlaten. Te Siena ontmoette hij

Sayavedra weer, en deze smeekte hem, zijn bedrog te vergeven, en hem

als zijn bediende mede te nemen. Guzman, die medelijden met hem had,

stemde hierin toe, en op weg naar Florence beraamden zij plannen tot

het verbeteren van hun financieelen toestand. Zij verspreidden het

gerucht, dat Guzman de neef was van den Spaanschen gezant, en hij

had zelfs de onbeschaamdheid, zijn opwachting te maken aan het Hof,

waar hij wegens deze familierelatie door den Groothertog ontvangen

werd. Daar ontmoette hij een bekoorlijke en schatrijke weduwe,

op wie hij verliefd werd. Maar haar familie informeerde naar hem,

en toen het uitkwam, dat hij indertijd langs Rome's straten gebedeld

had, was hij gedwongen de stad te verlaten. Te Bologna won hij bij

het spel een belangrijke som, en toen hij en Sayavedra te Milaan

aankwamen, huurden zij daar kamers, en zagen uit naar middelen om

hunne juist verkregen rijkdommen productief te maken. Zij sloten

vriendschap met een deugniet, die klerk was op een bankierskantoor,

en bespraken met hem de mogelijkheid, zijn meester te ontlasten van

een gedeelte van zijn geld. Guzman bezocht den bankier, en zeide,

dat hij hem ongeveer twaalfduizend franken in goud te bewaren wilde

geven. Hij werd vriendelijk ontvangen, en de bankier noteerde zijn

naam en eenige andere bijzonderheden in zijn dagboek. Op weg naar huis

kocht Guzman een vergulde cassette, die hij vulde met stukken lood;

deze gaf hij aan Sayavedra, tegelijk met een zak met echt goud, en hij

drukte hem op het hart een praatje te maken met den herbergier en hem

te vertellen, dat hij zijn geld naar een bankierskantoor ging brengen,

wat hij natuurlijk geen oogenblik van plan was. De bankiersklerk

liet een valschen sleutel maken op de geldkist van zijn patroon, en

toen deze den volgenden Zondag naar de Mis was, opende hij de kist,

en zette er de vergulde cassette in, die nu inplaats van lood, tien

quadruples, dertig Romeinsche kronen en een geschreven opgave van den

inhoud bevatte. Daarna maakte hij het handschrift van zijn meester

na en vulde diens aanteekeningen in het dagboek aan, in dien zin,

dat hij het deed voorkomen, alsof niet alleen de vergulde cassette,

maar de geheele inhoud van de geldkist het eigendom van Guzman was. Des

Maandags begaf Guzman zich naar den bankier, en vroeg hem heel beleefd

het geld terug, dat hij hem eenige dagen geleden gezonden had. De man

ontkende natuurlijk, iets voor hem te hebben bewaard waarop Guzman zulk

een misbaar maakte, dat er een oploop ontstond, en de twist werd zóó

hevig, dat er een konstabel verscheen, die vergezeld was van den waard

van de herberg, waar Guzman zijn intrek genomen had. Guzman beweerde,

dat wanneer men de boeken van den bankier zou nazien, men zich ervan

zou kunnen overtuigen, dat de som, waarover de quaestie liep, inderdaad

genoteerd was, en toen het dagboek te voorschijn gehaald werd, bleek

dat ook werkelijk het geval te zijn. De ongelukkige bankier gaf toe,

dat hij een gedeelte van deze aanteekeningen zelf geschreven had,

en dit was genoeg om de verontwaardiging der omstanders te wekken,

want hij was zeer gehaat bij het volk om zijne woekerpraktijken en

schraapzucht. Daarenboven was Guzman in staat een nauwkeurige opgave

te doen van den inhoud der geldkist, en toen deze geopend werd,

vond men er, tot verbazing van den bankier, de vergulde cassette in,

waarvan sprake was, benevens de juiste som, die door hem genoemd

was, en zelfs de muntstukken, die hij opgegeven had, en die met de

lijst van den inhoud klopten. De waard kon bevestigen, dat Guzman de

eigenaar der cassette was, en daar dus het bewijs geleverd scheen,

overhandigde de plaatselijke rechter hem het geld, dat hij met zijne

medeplichtigen deelde. Nu besloot Guzman naar Genua terug te keeren om

zich te wreken op zijn bloedverwanten, die hem zoo gemeen behandeld

hadden bij zijn vorig bezoek aan die stad. Hij vermomde zich als

een hooge Spaansche geestelijke, en nam zijn intrek in een voorname

herberg; en toen zijn familie van zijn verblijf daar hoorde, en van de

praal, die hij ten toon spreidde, haastte zij zich hem een bezoek te

brengen. Zij herkenden in hem niet den haveloozen en verlaten deugniet,

die eenige jaren te voren hun hulp had gevraagd, en zijn oom vertelde

hem zelfs het gebeurde met de duivels, alsof zij op deze wijze een

indringer verdreven hadden. Guzman won hun vertrouwen volkomen, en

daar hij een overvloed van geld had, stelden zij hem met een gerust

hart een kostbare verzameling juweelen ter hand, die, naar hij zeide,

een vriend van hem wilde leenen, om bij zijn huwelijk te dragen. Met

deze kostbaarheden vluchtten hij en Sayavedra naar Spanje, maar op weg

daarheen werd de laatste ernstig ziek, en in een aanval van ijlkoorts

sprong hij overboord en verdronk.

Nadat Guzman in zijn vaderland teruggekeerd was, bereikte hij na vele

avonturen Madrid, waar hij zijne juweelen aan een rijken koopman

verkocht; deze hield hem voor een voornaam heer en gaf hem zijn

dochter ten huwelijk. De koopman rekende op den vermeenden rijkdom

van Guzman als steun in zijne eigen zaken; Guzman vertrouwde op

de eveneens denkbeeldige schatten van zijn schoonvader, en daar de

verkwistende jonge vrouw op de geldmiddelen van beiden teerde, was

de geheele familie in korten tijd failliet. De schok was te hevig

voor de dame, en zij stierf. Maar het gelukte haar sluwen vader,

genoeg uit de schipbreuk te redden, om opnieuw te beginnen.

Guzman had echter genoeg van de financieele wereld, en hij besloot

de rest van zijn onrechtmatig verkregen fortuin te gebruiken, om

in de theologie te gaan studeeren. Te dien einde ging hij naar de

universiteit van Alcalà de Henares, waar hij zijn candidaatsexamen

aflegde, en na vier jaren van ijverige studie in de godgeleerdheid,

wachtte hij slechts op een officieele aanstelling, om het priesterambt

te kunnen bekleeden, toen hij door verkeerde invloeden weer op den

slechten weg geraakte. Hij maakte n.l. kennis met een familie met

verscheidene dochters, op een waarvan hij verliefd werd, waarna een

huwelijk volgde. De jonggehuwden vestigden zich te Madrid, waar zij een

avontuurlijk leven leidden. Maar eenige jaren later liep de jonge vrouw

van hem weg, en nam alles van waarde, wat zij te pakken kon krijgen,

mee. Ongeveer in dezen tijd had Guzman zijn moeder weer opgezocht,

en inplaats dat zij hem van zijne kwade praktijken trachtte af te

houden, hielp zij hem bij het verzinnen van zijne gemeene streken,

zoodat het niet lang duurde, of hij werd tot vele jaren dwangarbeid

veroordeeld. Maar het toeval wilde, dat hij de overheid kon helpen

bij het ontdekken van een opstand, en als belooning hiervoor kreeg

hij zijn vrijheid terug.

En hiermede nemen wij afscheid van den meest doortrapten schurk uit

de literatuur. Maar al is Guzman de Alfarache misschien de sluwste

boosdoener, dien wij ooit in een roman ontmoet hebben, hij is ook

de vermakelijkste en meest origineele. Het is echter merkwaardig,

dat over het geheel zijn loopbaan niet erg voordeelig was, en dat hij

aan het eind van het verhaal nog even arm is als bij het begin. Het

vermakelijkste van dezen roman is misschien wel de voorgewende

onberispelijke toon, waarin hij geschreven is--een stijl, die bijna

slaafs werd nagebootst door Le Sage in zijn Gil Blas, een werk, dat

niet alleen wat zijn atmosfeer betreft, veel overeenkomst vertoont

met Guzman de Alfarache, maar dat ook verscheidene voorvallen eruit

heeft overgenomen.

Legenden en Romances van Spanje · 第 159 / 165 题