Vooral in verhalen als het vorige, bemerken wij duidelijk, hoe de
stijl van Cervantes gemakkelijker en soepeler wordt naarmate de
geschiedenis vordert. Het is duidelijk, dat hij zijn best heeft
gedaan zich los te maken van de literaire kluisters van zijn tijd,
en dit met succes. Hij vindt het niet langer noodig schrijvers
als Antonio de Guevara na te bootsen, zooals hij deed in dat
gedeelte, waarin Don Quixote de Gouden Eeuw beschrijft. Hij heeft
de eigenaardige gemaaktheid van de vroegere bladzijden afgeschud,
en is menschelijker en eenvoudiger geworden. Zijne gesprekken zijn
meer in overeenstemming met de karakters, zijn dialoog is levendig,
en zijn verhaaltrant boeiend. Maar ofschoon wij in deze bladzijden
den realist zich zien ontwikkelen, heeft Cervantes toch nooit geheel
het kleed der academische welsprekendheid afgeworpen; alleen wordt
die welsprekendheid binnen de perken gehouden en heeft hij alle
aanstellerij volkomen laten varen.
Het groote en zoo snel behaalde succes van Don Quixote was echter
voornamelijk te danken aan den frisschen humor en de getrouwe wedergave
van de Spaansche typen uit Cervantes' tijd. Naast de figuren met
wie iedereen zich vertrouwd gevoelde, plaatste hij de bijzondere
persoonlijkheid van den Ridder van de Droevige Figuur, een grillig
type uit een andere eeuw, maar wien niets ontbrak van de waardigheid
en andere grootsche eigenschappen van tijden waarvan hij den geest
trachtte na te bootsen. Om en bij het zeventiende-eeuwsche Spanje
bewoog de ouderwetsche figuur van Don Quixote zich, den gewonen gang
van zaken verstorende, en in opstand komende tegen de opvattingen van
dien tijd; het hoofd vol van de riddertijden, welker fantasieën hij op
het landschap projecteerde door middel van het veel te sterke licht
zijner verbeelding. Maar al verwekte het gebrek aan overeenstemming
tusschen het optreden van den Don en den tijd waarin hij leefde, bij
het stemmige en ernstige Spanje een onbedaarlijk gelach, men erkende
toch de typeering van hem en van Sancho Panza als een meesterlijke
schepping, en men zag in deze persoonlijkheden de belichaming van
een tot waanzin opgevoerde fantasie, en van het primitiefste gezond
verstand.
De belangrijkheid van den opzet van Don Quixote, en de fijnheid van
techniek, waarmede het is uitgewerkt, kunnen niet nalaten indruk te
maken op oordeelkundige lezers. Het werk is vol van de kennis van
een man van de wereld; het ademt verfijndheid en hoffelijkheid, en er
spreekt een geest uit, die het boek tot een meesterwerk stempelt. Hier
is geen gebrek aan samenhang, men ontmoet geen onhandige zinswendingen
of zwakheid van uitdrukking. Ik heb niet den indruk, dat Cervantes met
bijzondere gemakkelijkheid schreef, en dit is misschien wel de beste
maatstaf voor zijn groot letterkundig talent; want men ziet ook nergens
de teekenen van een moeilijk volbracht werk. Hij heeft den gelukkigen
middenweg gevonden tusschen een zorgelooze gemakkelijkheid en het
uitvoerig, en dikwijls zenuwachtig gepeuter, dat het werk van moderne
schrijvers zoo dikwijls ontsiert. Hij is accuraat en merkwaardig zuiver
in zijne uitdrukkingen, en wij kunnen ons niet voorstellen, dat hij
moeite heeft gehad met het vinden van de juiste woorden bij zijne
beschrijvingen. Wat het geheim van mijn stijl ook geweest moge zijn,
het product ervan was een zeldzaam vloeiend en afwisselend verhaal,
nauwkeurig en zuiver van uitdrukking. Het geheele tooneel is tot in
de kleinste bijzonderheden met de hand van een meester geschilderd.