DON QUIXOTE'S LIEFDESWAANZIN.

Het zou ons te ver voeren, indien wij Don Quixote stap voor stap wilden

volgen door het land der valsche romantiek, dat hij voor zichzelf had

geschapen. Wij herinneren ons, hoe Amadis op het Versterkte Eiland

jammerde over zijn scheiding van de geliefde; en toen Don Quixote op

een plaats kwam, bekend als de Zwarte Berg, besloot hij het voorbeeld

te volgen van den grooten held uit de ridderverhalen. Voordat hij

zijn geboortedorp verliet, had hij zijn liefde geschonken aan een

boerenmeisje, dat hij den romantischen naam van Dulcinea del Toboso

gaf; en toen hij nu bij den Zwarten Berg gekomen was, besloot hij

zijne dagen door te brengen in overpeinzingen over de deugden en

bekoorlijkheden van deze voortreffelijke jonkvrouw. Nadat hij voor

Sancho Panza een voordracht gehouden had over de plicht, die in

dit opzicht op een dolenden ridder rustte, werd hij kwaad op zijn

schildknaap, omdat deze maar niet kon begrijpen, wat de oorzaak was

van zijn verliefd en opgewonden gedoe.

»Zeg eens, heer«, vroeg Sancho, »wat zijt gij van plan uit te voeren

in deze negorij?«

»Ik heb u toch al verteld«, antwoordde Don Quixote, »dat ik van plan

ben Amadis na te volgen in zijn krankzinnigheid, wanhoop en woede? Maar

tegelijkertijd wil ik Orlando Furioso's opgewondenheid nabootsen, toen

hij waanzinnig werd, bij welke gelegenheid hij in zijn wanhoop boomen

ontwortelde, het water der heldere bronnen troebel maakte, de herders

doodsloeg, hunne kudden verjoeg, en honderdduizend andere dwaasheden

deed, die waard zijn te worden vereeuwigd in de boeken van den roem.«

»Heer,« vroeg Sancho, »ik veronderstel, dat de ridder, die dit alles

deed, reden had om krankzinnig te worden, maar welke jonkvrouw heeft

u versmaad, of een blauwtje laten loopen?«

»Dat is het juist«, riep Don Quixote, »want hieruit bestaat juist

het eigenaardig grootsche van mijn onderneming. Er is voor een ridder

volstrekt geen kunst aan, krankzinnig te worden om een goeden reden,

maar het bijzondere is juist, waanzinnig te worden zonder oorzaak,

zonder eenige noodzakelijkheid, want hierdoor krijgt zijn geliefde

een juist inzicht in de hevigheid zijner liefde. Verspil dus geen

tijd met te trachten mij af te brengen van zulk een zeldzaam gelukkig

en merkwaardig plan. Ik ben gek, en ik wil gek blijven, totdat gij

terug komt met een antwoord op den brief, dien gij voor mij naar

jonkvrouw Dulcinea brengen moet; als het antwoord gunstig uitvalt,

zal mijn boetedoening eindigen, maar in het tegenovergestelde geval,

wensch ik gek te blijven.«

»Hemelsche goedheid!« riep Sancho uit, »waarom stelt gij u zoo aan,

Heer Ridder? Al die verhalen van u over het veroveren van koninkrijken,

en het wegschenken van eilanden, lijken mij groote opsnijderij,

en deze nieuwste kuur van u....«

»Daar ik er van houd, de dingen bij den naam te noemen, wil ik je

zeggen, dat je een groote stommeling bent. Weet je dan niet, dat

alle daden en avonturen van een dolenden ridder op het eerste gezicht

dwaasheden lijken? Inderdaad zijn zij het niet, maar het lijkt zoo door

de kwaadaardigheid en de jaloerschheid van machtige toovenaars.« Zoo

sprekende kwamen zij bij een hooge rots, waaromheen de boomen, de wilde

planten en bloemen overvloedig groeiden, en hier besloot de Ridder

van de Droevige Figuur, uiting te geven aan zijn liefdessmart. Hij

wierp zich op den grond en hief een luid geweeklaag aan.

»Ga nog niet heen«, riep hij Sancho toe, »want ik wensch, dat gij

getuige zijt van hetgeen ik voor mijn geliefde doen zal, opdat gij

het haar kunt vertellen.«

»Groote goedheid,« riep Sancho uit; »wat voor dwaasheden kan ik nog

meer te zien krijgen?«

»Alleen maar, hoe ik mijn wapenrusting wegwerp, mijn kleederen

verscheur, mijn hoofd tegen de rotsen sla, en nog een heeleboel van

deze dingen doe, waarover gij verbaasd zult staan.«

»Beware mij, heer,« riep de knecht, »als het dan bepaald noodig is,

dat gij met uw bol tegen een rots slaat, doe het dan een beetje

voorzichtig, als 't u belieft.«

Legenden en Romances van Spanje · 第 146 / 165 题