DE FIGUUR VAN DON QUIXOTE.

Don Quixote, de held van de machtige satire, die den doodsteek gaf

aan den ridderstand, is eigenlijk het type van den romancelezer

uit den tijd van Cervantes. Dwaas en overdreven tot aan den grens

van krankzinnigheid, is hij volkomen blind voor de gebruiken van het

dagelijksch leven. Hij leeft in een eigen wereld, en heeft niets gemeen

met die van zijn tijd, waaraan hij zich niet kan aanpassen. In dezen

ridder van La Mancha worden de ondeugden, die de fantasie aankleven,

belichaamd, zonder dat hare deugden, die van zulk een groot nut zouden

kunnen zijn voor de gemeenschap, er in worden voorgesteld. Don Quixote

leeft in een wereld van fantasie, die bewoond wordt door de schimmen,

die hij ontmoet heeft in de boeken, waarvan zijn bibliotheek zoo

rijk voorzien was. Zijn verbeelding is dus niet eens scheppend;

door zijn verheerlijking van zijne afgoden, heeft het publiek weinig

vertrouwen in hem, en hij wordt door zijne buren beschouwd als een

beminnelijke dwaas, die niemand kwaad doet. Maar wanneer de droomer

tot daden ontwaakt, kan hij zeer gevaarlijk worden, wanneer zijne

visioenen hem op dwaalwegen leiden, of wanneer hij tracht een droom

tot werkelijkheid te maken. Dit was het geval met Don Quixote. Hij

was eigenlijk niet gek genoeg om opgesloten te worden, maar wel

om een last voor zijn omgeving te zijn, al was hij dan ook niet

gevaarlijk. Hij is het type van den romance-held, die door overdrijving

van allerlei eigenschappen, tot abnormale uitingen komt, zooals een

kleine jongen tot stelen komt door het lezen van detective verhalen,

of een winkeljuffrouw zich gaat verbeelden, dat zij de lang verloren

dochter is van een geheimzinnigen graaf.

Het is een gewoon verschijnsel bij dezen vorm van krankzinnigheid,

dat de lijder gezelschap zoekt. Hij heeft voor de uitingen van zijn

ijdelheid een publiek noodig; hij heeft behoefte, zijne plannen

en denkbeelden mede te deelen aan iemand, die met aandacht naar

hem luistert. In Sancho Panza vindt Don Quixote een eigenaardigen

vertrouweling. De onnoozele boer is absoluut niet in staat de

denkbeelden van zijn meester te begrijpen, maar hij wordt overdonderd

door het geschetter, de welbespraaktheid, en de grootsche beloften

van een prachtige betrekking en rijkdom, die de ridder met zijne

wonderlijke fantasieën hem doet. Sancho's twistzieke vrouw verzet

zich hevig tegen zijn in dienst treden bij den dweepzieken Don;

maar wanneer een droomer en een domkop zich vereenigen, heeft het

gezond verstand niets in te brengen, en moet het rustig wachten,

totdat windmolens zijn bevochten, en er harde slagen ontvangen zijn.

Maar al begint Sancho zijn reis als een onnoozele hals, hij blijft

volstrekt niet altijd een domkop. Hij trekt voordeel uit zijne

ondervindingen, en bij elke bladzijde zien wij hem flinker en gevatter

worden en toenemen in gezond verstand. Hoe dwazer zijn meester wordt,

des te wijzer wordt Sancho, totdat hij tenslotte de gids en raadgever

wordt van den ridder van de Droevige Figuur. Naarmate wij in het

verhaal vorderen, beginnen wij te bemerken, dat de boeren-schildknaap

de rol vervult van een soort van koor, dat de buitensporigheden van

den meester aan de kaak stelt en hekelt. Maar ook afgescheiden van Don

Quixote, is Sancho Panza een boeiende en interessante figuur, met een

eigen filosofie, rijk aan wereldsche wijsheid, en overvloeiend van

praktische kennis. Wat zijn humor betreft, gelijkt hij op Falstaff,

met dat verschil, dat deze typisch Engelsch is, terwijl de humor van

Sancho Panza universeel is. Deze komische boer met de wereldbeschouwing

van een wijsgeer, en de onbewuste luimigheid van een Handy Andy,

zou in alle landen kunnen voorkomen.

Legenden en Romances van Spanje · 第 144 / 165 题