De Astrologie was ook een belangrijke tak van de verborgen studie,
waarmede de Mooren in Spanje zich zoo veelvuldig bezig hielden,
en waarvan de beoefening zooveel heeft bijgedragen om de wiskundige
wetenschappen, voornamelijk dat gedeelte, hetwelk nog steeds zijn
Arabischen naam draagt (al = het, jabara = berekenen), tot ontwikkeling
te brengen.
Het is waarschijnlijk, dat de kunst, toekomstige gebeurtenissen te
profeteeren uit den stand der sterren, tot hen gekomen is van de
Chaldeeërs, die haar in elk geval het eerst beoefenden. Zooals de
lezer zal hebben opgemerkt, wordt er in de Spaansche geschiedenis
herhaaldelijk gesproken over sterrenwichelarij. Maar hoe hoog deze
kunst ook aangeschreven stond bij de Mooren, nog hooger in aanzien was
de geheimzinniger kunst der toovenarij, door middel waarvan de geesten
der lucht gedwongen konden worden te handelen naar den wil van den
toovenaar, en zij zijne opdrachten konden vervullen in alle vier de
elementen. Wij weten helaas zoo goed als niets van de leerstellingen
der Moorsche toovenarij, hetgeen waarschijnlijk daaraan moet worden
toegeschreven, dat de Islam alle tooverpraktijken verbood. Maar wel
weten wij, dat zij gebaseerd was op de Alexandrijnsche magie, en dat
zij dus dezelfde beginselen erkende, die vastgesteld waren door den
grooten Hermes Trismegistus, die niemand anders was dan de Egyptische
Thoth, de god van het schrijven, het rekenen en de wetenschap.
Ongeveer in het eind van de tiende eeuw begonnen de Europeesche
geleerden naar Spanje te reizen, om daar de occulte en andere
wetenschappen te bestudeeren. Onder de eersten, die dit deden was
Gerbert, de latere Paus Sylvester II, die verscheidene jaren te
Cordova bleef wonen, en die de kennis van de Arabische cijfers, en
de niet minder nuttige kunst van het klokkenmaken, aan de Christenen
bracht. Het is merkwaardig, dat hij dit cijferschrift niet toepaste
bij zijne klokken, en dat wij zelfs nu nog geplaagd worden met de
oude en lastige Romeinsche cijfers. William Malmesbury vertelt ons,
dat Gerbert vele belangrijke ontdekkingen deed op het gebied der
tooverkunst, en wij hooren o.a. van hem, dat hij een schitterend
onderaardsch paleis bezocht, dat, ofschoon het verblindend schoon
was om te aanschouwen, plotseling van de aarde verdween, zoodra een
menschelijke hand het aanraakte. Het onwetende Europa zag Gerberts
wiskundige diagrammen voor tooverteekens aan, en zijn reputatie als
toovenaar steeg, naarmate hij zelf meer in discrediet kwam.
Het verhaal gaat, dat de Duivel hem beloofd had, dat hij niet zou
sterven, voordat hij de hoogmis in Jeruzalem zou hebben opgedragen. Op
zekeren dag bediende hij de mis in de Kerk van het Heilige Kruis van
Jeruzalem te Rome. Plotseling gevoelde hij zich onwel worden; hij
vroeg, waar hij zich bevond, begreep het dubbelzinnige gezegde van
den Booze, en gaf den geest. Zóó luidt de sage, die de domme menigte
spon om de nagedachtenis van dezen eenvoudigen en verlichten man.