De bovengenoemde opvatting van dit merkwaardige verschijnsel
wordt tegenwoordig algemeen gedeeld. Maar de onderzoekingen van
Charles Godfrey Leland, mej. M. A. Murray en anderen, schijnen er
op te wijzen, dat de godsdienst der hekserij volstrekt niet op de
verbeelding berust. Mej. Murray beweert, dat deze cultus stamt van
een oud heidensch geloof, dat zijne eigen priesters en godsdienstige
voorschriften had, en in zekere mate het gebruik van het offeren van
kinderen had bewaard.
Het mag wel als vaststaand worden beschouwd, dat deze secte een eigen
priesterstand en vaste godsdienstige wetten had, en dat de verbeelding
slechts een kleine rol speelde bij de aanhangers van dit geloof.