CLEOMADES EN CLAREMOND.

Het bekoorlijke verhaal van Cleomades en Claremond is zoo goed als

zeker indirect van Moorschen oorsprong. In zijn inleiding tot Berte aux

grans piés van Adenès (Parijs 1832), zegt Paulin Paris: Ik ben zeer

geneigd te gelooven, dat het origineel van de vertelling Cleomades

werkelijk Spaansch of Moorsch is. Alle personen zijn Saracenen of

Spanjaarden, het verhaal speelt in Spanje, en zijn karakter vertoont

sterke overeenkomst met dat van andere Oostersche verhalen. Keightley

was van meening, dat Blanche van Castilië, de vrouw van Lodewijk VIII

van Frankrijk, het verhaal in Spanje had gehoord, en het verteld had

aan den Franschen dichter Adenès, die er een letterkundigen vorm aan

gegeven heeft.

Ectriva, Koningin van Zuid-Spanje, hield een groot tournooi te Sevilla,

waarbij Marchabias, Prins van Sardinië zich zóó onderscheidde, dat

hij haar hart won. Zij schonk den jongen ridder haar hand, en hun

huwelijk was zeer gelukkig, en werd gezegend met drie dochters en

één zoon. Zij gaven den jongen den naam van Cleomades, terwijl de

meisjes Melior, Soliades en Maxima werden genoemd.

Cleomades werd op jeugdigen leeftijd op reis gezonden. Maar nadat hij,

gedurende verscheidene jaren, vreemde landen had bezocht, werd hij weer

naar huis teruggeroepen om tegenwoordig te zijn bij het huwelijk zijner

zusters, die in den echt vereenigd zouden worden met drie machtige

vorsten, die allen beroemd waren als beoefenaren der tooverkunst. Het

waren Melicandus, Koning van Barbarije, Bardagans, Koning van Armenië,

en Croppart, Koning van Hongarije. De laatste had het ongeluk gebocheld

te zijn, en daarenboven had hij een scherpe tong en een wreed hart.

De drie vorsten hadden elkander op weg naar Sevilla ontmoet, en

zij hadden afgesproken het koningspaar zulke geschenken te geven,

dat het genoodzaakt zou zijn, hun ook een kostbare gave aan te

bieden. Melicandus overhandigde het koninklijke paar de gouden

beeltenis van een man, die in de rechterhand een trompet van hetzelfde

metaal hield, waarop hij blies, wanneer er verraad dreigde. Bardagans

schonk hun een gouden kip met zes kuikens, die zoo kunstig waren

nagebootst, dat zij korrels graan oppikten, en schenen te leven. Om

de twee dagen legde de kip een paarlen ei. Croppart gaf een groot

houten paard, dat buitengewoon kostbaar was opgetuigd, en dat volgens

zijn zeggen, over land en zee kon reizen met een snelheid van vijftig

mijlen per uur.

De Koning en de Koningin, die overdreven vrijgevig waren, noodigden de

vreemdelingen uit, alles te vragen, wat zij in hun macht hadden weg te

schenken. Melicandus vroeg de hand van Prinses Melior, Bardagans die

van Prinses Soliades, terwijl Croppart verzocht, dat Prinses Maxima

hem als levensgezellin zou worden gegeven. De twee oudste zusters

waren zeer ingenomen met hare a. s. echtgenooten, die beiden schoon

en beminnelijk waren, maar toen Maxima den leelijken en mismaakten

Croppart zag, liep zij naar haar broeder Cleomades, en smeekte hem,

haar te bevrijden van zulk een afschuwelijken minnaar.

Cleomades wees zijn vader op het onrecht, dat hij gedaan had, door zijn

toestemming te geven tot zulk een huwelijk. Maar Croppart hield vol,

dat de Koning zijn woord had gegeven, en dat hij niet van dit huwelijk

wenschte af te zien. Cleomades, die niet wist, wat hij beginnen moest,

zeide tot den Hongaarschen Koning, dat de waarde der geschenken van

Melicandus en Bardagans reeds gebleken was, maar dat zijn verhaal

over het houten paard wel gelogen kon zijn. Croppart bood aan, de

waarheid zijner bewering te bewijzen. Plotseling begon de gouden man

luid op zijn trompet te blazen, maar de aanwezigen volgden met zulk

een gespannen aandacht het gesprek der twistenden, dat niemand op hem

lette. De prins besteeg het kostbaar opgetuigde paard, en draaide op

verzoek van Croppart aan een stalen pen in zijn kop; maar plotseling

werd hij met zulk een snelheid de lucht ingedragen, dat hij binnen

enkele minuten uit het oog verdwenen was.

De Koning en de Koningin, lieten in hevige verontwaardiging Croppart

gevangen nemen. Maar hij zeide, dat de prins had moeten wachten,

totdat hij hem getoond zou hebben, hoe hij met zijn houten paard

moest omgaan. Intusschen vloog Cleomades mijlen en mijlen ver. Zijn

merkwaardig paard bleef de lucht klieven met een geweldige snelheid,

en toen de duisternis inviel, maakte het nog niet de minste aanstalten

om zijn vaart te verminderen. Cleomades vloog den geheelen nacht door,

en hij had in al die uren volop gelegenheid om over zijn gevaarlijken

toestand na te denken. Daar hij zich herinnerde, dat er op de schouders

van het paard juist zulke pennen waren als aan zijn kop, besloot hij

te onderzoeken, waarvoor zij dienden. Hij ontdekte, dat hij, door een

dezer pennen naar rechts of links te draaien, het paard van richting

kon laten veranderen, en dat, wanneer hij aan de andere pen draaide,

het paard zijn vaart verminderde en begon te dalen. De dag brak nu aan

en hij zag, dat hij zich boven een groote stad bevond. Door handig

met zijn paard te manoeuvreeren, slaagde hij erin te dalen op een

hoogen toren, die in den tuin van een groot paleis stond. Hij klom

door een dakraam en trad een prachtige slaapkamer binnen, waar hij

een schoone jonkvrouw op een kostbaar rustbed zag liggen. Bij zijn

nadering ontwaakte zij, en riep uit: »Antwoord mij, man, hoe hebt

gij het gewaagd dit vertrek binnen te treden? Zijt gij wellicht die

Koning Liopatris, aan wien mijn vader mij wil uithuwelijken?«

»Ja, dat ben ik,« antwoordde Cleomades. »Mag ik niet met u spreken?«

vervolgde hij, want hij had op het eerste gezicht een hartstochtelijke

liefde voor haar opgevat.

»Ga dadelijk naar den tuin terug,« zeide zij, »en daar zal ik bij

u komen.«

De prins gehoorzaamde. Na enkele oogenblikken kwam de prinses bij

hem. Maar zij waren nog niet lang te zamen geweest, toen de vader der

jonkvrouw, Koning Cornuant van Toskane, verscheen, die hem dadelijk

voor een bedrieger uitschold en hem ter dood veroordeelde. De prins

vroeg hem, zijn lot te mogen ondergaan, terwijl hij op zijn houten

paard zat. Zijn tooverpaard werd hem dus gebracht; hij besteeg het,

draaide vliegensvlug de pen om, en verdween in de lucht, terwijl hij

de prinses toeriep, dat hij haar trouw zou blijven.

Korten tijd daarna kwam hij weer te Sevilla aan, tot groote blijdschap

van zijne ouders. Zij bevalen Croppart, het land te verlaten,

maar hij dacht er niet over, aan dit bevel te voldoen, en bleef

in de vermomming van een Oostersch geneesheer in de stad. De twee

oudste prinsessen werden in den echt vereenigd met Melicandus en

Bardagans. Cleomades kon echter de schoone prinses niet vergeten,

en hij besteeg ten tweeden male zijn luchtpaard, en verdween ermede

in de richting van het koninkrijk haars vaders.

Hij had het zóó uitgerekend, dat hij in den nacht aan het paleis

zijner geliefde zou aankomen, en nadat hij in den tuin was afgestegen,

begaf hij zich naar het vertrek van Claremond, die hij in vasten slaap

aantrof. Hij wekte haar zachtjes, vertelde haar zijn naam en positie,

bekende haar zijn liefde, en gaf zich aan haar genade over.

»Wat!« riep de prinses uit, »zijt gij werkelijk die Cleomades, dien

wij allen beschouwen als het voorbeeld van een volmaakt ridder?«

De prins verzekerde haar, dat hij dezelfde Cleomades was, en om haar

te overtuigen van de waarheid dezer bewering, ontdeed hij zich van

een kostbaren armband, die het portret van zijn moeder en van hemzelf

bevatte, en hij bood haar dit kleinood ten geschenke aan. De prinses

bekende hem haar liefde, en op zijn aandringen besteeg zij met hem

het houten paard. Toen zij opstegen, zag Cleomades beneden zich in de

tuinen, den Koning, die door zijne hovelingen omringd was. Hij riep

hem toe, dat zijn dochter veilig bij hem was, stuurde zijn paard in

de richting van Sevilla, en reed snel weg.

Cleomades steeg af bij een klein, landelijk paleis in de buurt van

het Hof, en liet de prinses daar achter om uit te rusten van de

vermoeienissen van den tocht, terwijl hij verder reisde om zijne

koninklijke ouders het gebeurde mede te deelen. Nadat Claremond zich

wat verfrischt had, ondernam zij een wandeling in den tuin, om wat

lichaamsbeweging te nemen, want zij was een weinig stijf geworden

van haar luchtreis. Maar het ongeluk wilde, dat zij werd opgemerkt

door Croppart, die vermomd als Indisch geneesheer, in den tuin was

gekomen, oogenschijnlijk om geneeskrachtige kruiden te zoeken, maar

in werkelijkheid om het terrein te verkennen.

Croppart herkende zijn eigen houten paard, en hoorde de jonkvrouw den

naam Cleomades fluisteren; oogenblikkelijk vatte hij het plan op, het

jonge meisje te ontvoeren. Hij naderde haar, en bood haar aan, haar

naar Cleomades te brengen, welk aanbod zij, niets kwaads vermoedende,

aannam. Croppart nam haar toen achter zich op het paard, draaide de

pennen om, en het houten ros steeg met een duizelingwekkende snelheid

de lucht in.

Eerst dacht Claremond aan geen onraad, maar na eenigen tijd kreeg

zij argwaan, en toen zij naar beneden keek, zag zij inplaats van

dichtbevolkte steden, slechts donkere wouden en eenzame bergen. Zij

smeekte Croppart haar naar den tuin van het paleis terug te brengen,

maar hij lachte om hare smeekbeden; ten slotte bezwijmde zij, uitgeput

door leed en angst.

Croppart daalde met haar bij een bron, en besprenkelde de prinses met

water, totdat zij weder uit haar bewusteloosheid ontwaakte. Toen deelde

hij haar mede, dat hij van plan was, haar Koningin van Hongarije te

maken. Maar het ontbrak de prinses niet aan tegenwoordigheid van geest,

en zij vertelde hem, dat zij slechts een slavin was, die door hare

ouders aan Cleomades verkocht was. Deze mededeeling had tot gevolg,

dat de ruwe Croppart haar met nog minder respect bejegende dan tot

nu toe het geval was geweest, zoodat zij, om aan de beleedigende

behandeling te ontkomen, erin toestemde hem te huwen, in de eerste

stad, waar zij zouden aankomen.

Nadat hij Claremond deze belofte had afgedwongen, dronk Croppart, die

zeer dorstig was, met groote teugen uit de bron. Maar het water was

zóó ijskoud, dat het hem slecht bekwam, en hij viel bewusteloos ter

aarde. Claremond geraakte bij de bron in diepen slaap, uitgeput door

angst en vermoeienis. Zóó vond haar Mendulus, Koning van Salermo, die

zich dadelijk sterk tot het slapende meisje aangetrokken gevoelde. Hij

nam haar mede naar zijn paleis, waar hij haar in een prachtig vertrek

onderbracht. Croppart werd echter zóó zwaar ziek door het drinken

uit de ijskoude bron, dat hij spoedig daarna overleed.

Claremond vertelde Koning Mendulus, dat zij een arme vondeling was,

Trouvée genaamd, en dat zij Croppart, een reizend geneesheer, van

de eene plaats naar de andere had vergezeld, om een karig stukje

brood te verdienen. Dit belette den Koning echter niet, haar zijn

hand en kroon aan te bieden. Om aan dit nieuwe gevaar te ontkomen,

wendde Claremond krankzinnigheid voor, en zij speelde haar rol zóó

uitstekend, dat Mendulus gedwongen was haar onder de hoede te stellen

van tien vrouwen, wier taak het was haar te bewaken.

Intusschen heerschte er aan het Spaansche Hof groote onrust. Toen

Cleomades met zijne ouders naar het zomerpaleis terugkeerde, was

Claremond spoorloos verdwenen, en zijn droefheid was zóó hevig,

dat men hem naar de hoofdstad moest terugbrengen in een toestand,

die aan waanzin grensde. Toen hij hersteld was, begaf hij zich naar

het koninkrijk Toskane, in de hoop, daar iets van zijn geliefde te

vernemen. Op zijn eenzamen tocht kwam hij bij een kasteel, waar hij

twee ridders versloeg, die weigerden hem door te laten. Van hen hoorde

hij, dat een prins, Liopatris genaamd, aan wien Claremond ten huwelijk

beloofd was, aan het Hof van Toskane was aangekomen, en dat drie van

zijn ridders drie van Claremonds jonkvrouwen ervan beschuldigd hadden,

medeplichtig te zijn aan de ontvoering harer meesteres. De beide

ridders, die door Cleomades verslagen waren, dongen naar de hand van

twee dezer jonkvrouwen, en zij hadden de beleedigers uitgedaagd. Daar

nu echter één van hen door Cleomades gewond was, waren zij niet in

staat ten strijde te trekken. Cleomades zeide, dat hij bereid was in

de plaats van den gewonden ridder te gaan, en dus begaf hij zich met

zijn niet gewonden kameraad op weg naar het Hof van Koning Cornuant.

Den volgenden morgen verschenen zij in het strijdperk. De drie

beschuldigers werden verslagen, en de jonkvrouwen werden onschuldig

verklaard volgens de wetten der ridderschap. Cleomades en zijn nieuwe

wapenbroeder keerden nu in gezelschap van de drie jonkvrouwen terug

naar het kasteel vanwaar zij gekomen waren. Toen hij zich echter

ontdaan had van zijn wapenrusting, werd de dolende prins herkend door

de jonkvrouwen voor wie hij gestreden had. Groot was haar droefheid

toen zij hoorden, dat Claremond verdwenen was. Maar één van haar

smeekte Cleomades hulp te vragen aan een beroemd sterrenwichelaar,

die te Salerno woonde, en »die de meest verborgen dingen duidelijk

zag.« Cleomades besloot dadelijk den wijze te gaan raadplegen, en

dus begaf hij zich den volgenden morgen op weg naar Salerno, nadat

hij hartelijk afscheid had genomen van de gelieven.

Bij zijn aankomst te Salerno stapte Cleomades aan een herberg af,

en zonder tijd te verliezen vroeg hij den waard, waar hij den

sterrenwichelaar zou kunnen vinden.

»Edele Heer,« zeide de herbergier, »hij is helaas een jaar geleden

gestorven. En wij hebben hem juist meer dan ooit noodig, want indien

hij leefde, zou hij onzen Koning hebben kunnen helpen om het schoonste

schepsel, dat ooit geboren werd, het verstand terug te geven.« En

hij vertelde Cleomades hoe Mendulus den gebochelde en de jonkvrouw

gevonden had. Bij de vermelding van het houten paard schrikte

Cleomades hevig, maar hij behield zijn tegenwoordigheid van geest,

en deelde den waard mede, dat hij een onfeilbaar middel bezat tegen

krankzinnigheid. Hij verzocht den man hem bij den Koning te brengen,

en onder het voorwendsel, dat zijne wapenen argwaan zouden wekken,

vermomde hij zich met een valschen baard en de kleeding van een

geneesheer.

Hij werd dadelijk tot den Koning toegelaten, en toen deze het doel van

zijn komst vernam, bracht hij hem oogenblikkelijk naar de plaats waar

Claremond verpleegd werd. Cleomades had een handschoen medegebracht,

die zijn geliefde toebehoorde; hij had dien volgestopt met kruiden,

en onder het voorwendsel, dat deze genezing zouden brengen, legde hij

den handschoen tegen haar wang. Toen zij haar eigen handschoen zag,

keek zij den pseudo-geneesheer lang aan, en zij herkende haar geliefde

onder zijn vermomming; maar nog steeds veinsde zij krankzinnigheid,

en zij verzocht, dat men haar het houten paard zou brengen, opdat het

met den geleerden dokter zou kunnen redetwisten. Men bracht het in

den tuin waar zij zich bevonden, en de prinses zeide vast te gelooven,

dat zij slechts zou kunnen genezen, wanneer zij met den geneesheer het

houten paard besteeg. Mendulus gaf hiervoor zijn toestemming, en toen

zij goed en wel op het kunstros gezeten waren, draaide Cleomades de pen

om, en op hetzelfde oogenblik vlogen zij als een pijl uit de boog het

luchtruim in. Den volgenden morgen kwam het gelukkige paar te Sevilla

aan. Hun huwelijk werd dadelijk voltrokken, en Liopatris troostte

zich met Prinses Maxima, zoodat iedereen reden tot vreugde had.

Legenden en Romances van Spanje · 第 128 / 165 题