Het spreekt vanzelf, dat dit meer romances over Mooren zijn dan door
Mooren geschreven, want het zijn eigenlijk Spaansche volkszangen,
die Saraceensche onderwerpen behandelen, of den tijd der Saraceensche
overheersching beschrijven, en niet, zooals men wellicht zou meenen,
overleveringen geput uit oude Arabische manuscripten. De Arabische
letterkunde van Spanje draagt eerder een didactisch, theologisch
en philosophisch, dan een romantisch karakter. Het verdichtsel was
voornamelijk het gebied van den rondtrekkenden zanger, zooals het
dit ook nu nog in het Oosten is; en het staat vast, dat vele Moorsche
legenden en verhalen rondgingen onder de Spaansche boerenbevolking,
speciaal in de zuidelijkste gedeelten van het Schiereiland. De
verzamelaars hebben echter niet veel aandacht geschonken aan deze
gedichten, waarvan de meeste ook weinig belangrijk zijn. Maar de
weinige romances, die opgeschreven zijn, bekoren ons door haar groote
schoonheid en glans. De belangrijkste verzameling overleveringen
van de Mooren in Spanje, is ongetwijfeld die van Washington Irving,
de Vertellingen uit het Alhambra. Hij verklaart zelf, dat hij deze
»met groote toewijding gestalte en vorm heeft gegeven naar aanleiding
van de verschillende vage aanduidingen en verhaaltjes, die hij op
zijne vele voetreizen verzameld heeft, zooals een oudheidkundige
een historisch document opbouwt uit enkele verspreide letterteekens
van een bijna uitgewischt opschrift.« De eerste van onze Moorsche
legenden zal ik dus navertellen uit de wondere bladzijden van den
grooten Amerikaanschen schrijver.