Deze ballade draagt het karakter van een volkslied. Misschien is
zij van Moorschen oorsprong, maar schijn bedriegt wel eens. In ieder
geval is zij bekoorlijk genoeg om gedeeltelijk te worden weergegeven.
»Mijn oorringen, mijn oorringen, zij vielen in de bron,
Wist ik maar, wat ik Muça, mijn liefste, zeggen kon!«
En stil en treurig hoorde zij naar 't zacht fonteingeklater.
»Zij liggen in de diepe bron, in 't koude, blauwe water.
Hij gaf ze mij bij het vaarwel, en kuste mij zoo teêr,
'k Weet niet, wat ik hem zeggen moet, komt hij eens tot mij weer!«
Het meisje besloot eindelijk tot het beste, wat zij in de gegeven
omstandigheden doen kon, nl. de waarheid te zeggen. Er bestaan
talrijke romances over dezen Muça, die van hooge geboorte schijnt te
zijn geweest, evenals Celin of Selin, aan wien Lockhart en Depping
ook eenige bladzijden gewijd hebben.