HET HUWELIJK VAN JONKVROUW THERESA.

»Het Huwelijk van Jonkvrouw Theresa« is een half-historische ballade,

waarin de gedwongen verbintenis behandeld wordt van een Christelijke

jonkvrouw met een Moorsch vorst. Alfonso, Koning van Leon, wenschte

zijn bondgenootschap met de heidenen duurzaam te maken, en hij

besloot daarom zijn zuster, Donna Theresa, op te offeren aan zijne

politieke doeleinden. Hij baande den weg tot dit verraad door haar

de verzekering te geven, dat Abdalla, de Koning der Mooren, tot den

Christelijken godsdienst was overgegaan, en door haar te wijzen op de

groote voordeelen, die voor haar verbonden waren aan een huwelijk met

den Saraceenschen vorst. Misleid door deze valsche voorstelling van

de situatie, stemde de jonkvrouw in dit huwelijk toe, en zij vertrok

naar Toledo, waar deze echt met groote praal voltrokken werd. Maar

op den trouwdag kwam Theresa tot de ontdekking, dat haar broeder

haar schandelijk bedrogen had, en toen zij met den Moorschen vorst

alleen was, wees zij hem af, en verklaarde, dat zij weigerde anders

dan in naam zijn vrouw te zijn, zoolang hij en zijne onderhoorigen

niet tot het Christendom zouden zijn overgegaan. Maar Abdalla lachte

haar uit en maakte misbruik van haar hulpeloozen toestand. Zooals

zij voorspeld had, werd hij voor deze schanddaad gestraft met een

vreeselijke ziekte. Doodelijk verschrikt zond hij Theresa, overladen

met geschenken, naar haar broeder terug, en zij trok zich terug in

het klooster St. Pelagius in Leon, waar zij hare verdere levensdagen

in gebed en vrome werken doorbracht.

Verslagen hoorde zij 't bericht van de overeenkomst aan,

Het wreede vonnis, dat haar dwong tot 't vreemde volk te gaan,

En hoe zij, hooggeboren maagd, haar Christengodsdienst trouw,

Moest trekken naar het heidensch land als Moorsche Koningsvrouw.

Maar ach, geen smeeken baatte hier, noch bittre tranenvloed,

Toen ging zij, zielsbedroefd en bleek, haar meester tegemoet.

Deze ballade dateert uit de zestiende eeuw en schijnt op de historie

te berusten. Maar Kelly wijst er op, dat de schrijver aan den éénen

kant Almanzor verwart met Abdalla, den gouverneur van Toledo, en

aan den anderen kant Alfonso V van Leon met zijn vader, Bermudo II,

waardoor hij eenige chronologische moeilijkheden schept.

Wij zullen de balladen van den Cid overslaan, daar wij aan dezen held

reeds genoeg aandacht geschonken hebben en dus komen wij nu aan

Legenden en Romances van Spanje · 第 113 / 165 题