GRAAF FERNÁN GONZÁLEZ.

»De ontvluchting van Graaf Fernán González«, waarvoor de stof is geput

uit de oude Estoria del noble caballero Fernán González, een populaire

bewerking van de Cronica General (1344), is van lateren datum dan twee

andere balladen, die volgens Kelly en anderen verloren zijn gegaan. Aan

den naam van dezen ridder is een schat van legenden verbonden, en een

reeks van romanceros werden door hem geïnspireerd. Maar moeten wij

daarom aannemen, dat in elk geval, waarin een beroemde persoonlijkheid

het onderwerp van balladen is, deze onveranderlijk zijn voortgekomen

uit één groot heldendicht, dat zich heeft opgelost in kleinere

volksliederen? Is er één zeker bewijs voor de veronderstelling,

dat zulk een proces ooit heeft plaats gehad? En geeft het ontbreken

van zulk een bewijs eenige zekerheid, dat het tegendeel het geval

was? Praktische dichters (Voor zoover een dichter ooit praktisch zijn

kan) staan eenigszins afwerend tegenover deze stelling: zij erkennen

een principieel verschil tusschen den geest van het heldendicht en

dien van het volkslied, en zij zijn van oordeel, dat in het geval,

waarin beide hetzelfde onderwerp bezingen, de keus een toevallige was,

en niet het noodzakelijk gevolg van een natuurlijk ontwikkelingsproces.

Fernán González had zijn romantische reputatie voornamelijk te

danken aan zijn vrouw, die hem bij tenminste twee gelegenheden uit de

gevangenis verloste. In de ballade, die deze gebeurtenissen beschrijft,

wordt zij voorgesteld als een trouwe, liefhebbende gade, en een ware

heldin. González was door zijne vijanden gevangen genomen en naar een

vesting in Navarra gebracht. Een Moorsch ridder, die door dat land

reisde, verzocht den gouverneur van het kasteel om een onderhoud met

den gevangene, en daar hij hem een groote som aanbood, liet de hooge

beambte zich gemakkelijk omkoopen. Toen het onderhoud geëindigd was,

vertrok de ridder weer, en hij begaf zich naar het paleis van Koning

Garcia van Navarra, die González had laten gevangen zetten. Een van

de beschuldigingen tegen den gevangene schijnt te zijn geweest, dat

hij Garcia om de hand zijner dochter had gevraagd, en het was tot

deze prinses, die den gevangene heimelijk liefhad, dat de ridder de

volgende woorden sprak:

De Mooren mogen juichen, maar groot is Spanje's leed:

Zijn ridder is gevangen, die voor Castilië streed.

De Mooren overstroomen als een rivier het land,

Vervloekt de Christenkoning, die bindt González hand.

In het holst van den nacht stond de Infante op en zij begaf zich geheel

alleen naar het kasteel, waar González gevangen zat; daar bood zij

den gouverneur zulk een groote som aan, dat hij voor de verzoeking

bezweek en het zijn gevangene mogelijk maakte te vluchten. Maar de

handen van den held waren nog steeds geboeid, en toen het paar werd

aangehouden door een jager-priester, die dreigde hun verblijfplaats

aan de houtvesters van den Koning te verraden, indien de Infante zich

niet aan hem gaf, was González niet in staat, hem te straffen zooals

hij dat verdiende. Maar toen de ellendeling de prinses omhelsde, greep

zij hem bij de keel, en González raapte de speer op, die hij had laten

vallen, en doodde hem daarmede. Eenigen tijd daarna ontmoetten zij een

afdeeling van zijne eigen manschappen, en hiermede eindigt de nacht,

die zoo rijk was aan gebeurtenissen.

Legenden en Romances van Spanje · 第 111 / 165 题