Met uitzondering van de fragmentarische verzameling van
Juan Fernandez de Constantina, werd de Cancionero General of
het »Algemeen Liederenboek«, zooals men het zou kunnen noemen,
verzameld en uitgegeven in het begin der zestiende eeuw door een
zekeren Fernando del Castillo. De balladen, die er in voorkomen zijn,
noch naar tijdsorde, noch naar inhoud, stelselmatig gerangschikt,
ofschoon de voortbrengselen der verschillende schrijvers gescheiden
zijn gehouden. Er volgden verscheiden nieuwe uitgaven van dit werk,
en telkens wanneer de verzameling werd uitgebreid, werd het nieuwe
gedeelte achter het oude gevoegd. De verzameling bestaat voor het
grootste gedeelte uit de balladen van schrijvers uit de vijftiende
en het begin der zestiende eeuw, zooals Tallante, Nicolas Núñez,
Juan de Mena, Porticarrero en den nog ouderen Markies de Santillana.
Het eerste gedeelte van het werk wordt ingenomen door geestelijke
liederen (obras de devoción). Deze zijn eentonig en zeer fanatiek. De
daarop volgende »zedelijke liederen« zijn al evenmin aantrekkelijk; zij
geven zinnebeeldige voorstellingen van deugden en ondeugden volgens
de opvattingen van een schoolsche filosofie. De liefdesgedichten
uit de verzameling zijn meer eenvoudig dan poëtisch; er ontbreekt
diep gevoel aan en er is iets kouds en kunstmatigs in het eeuwig
herhalen van uitdrukkingen van vurige hartstocht en uitbundig leed
over ongestild liefdesverlangen, vermengd met een pseudo filosofisch
beroep op het verstand. Toch ontbreken ook de vroolijke, sierlijke
liefdesliedjes niet in dezen bundel, zooals bv. »Muy más clara que
de luna« van Juan de Meux, of »Pensamienti, pues mostrays«, van Diego
Lopez de Haro. Maar ook deze ontaarden in een wijsgeerige verhandeling,
en het teedere gevoel, waaruit zij geboren zijn, en waarvan hun aanvang
getuigde, loopt uit in vervelende en onbeteekenende redeneeringen.
Boeiender zijn de canciones of lyrische gedichten, die al iets
moderner zijn, en reeds een eigen karakter en metrischen vorm
vertoonen. Zij bestaan gewoonlijk uit twaalf regels, en zijn in twee
gedeelten gescheiden. De eerste vier regels bevatten de gedachte
waarop het gedicht is gebaseerd, en die in de acht volgende
regels wordt uitgewerkt of toegelicht. De Cancionero General
bevat honderdzesenvijftig van deze gedichtjes, en sommige daarvan
behooren tot het beste uit den geheelen bundel. Waarschijnlijk is hun
beknoptheid wel de voornaamste oorzaak van hun poëtische waarde. Een
daaraan verwante vorm is de villancico, een versje van gewoonlijk
drie of vier regels, een invallende gedachte, een gedichtje, waarin
een vluchtige ontroering is vastgelegd.