DE KRIJGSLIST VAN SATAN.

Maar de Booze gaf het nog niet op, want op zekeren avond, toen de

zon onderging, zag de koninklijke kluizenaar iemand naderen, die

met groot vertoon van pracht en praal aan het hoofd reed van een

gewapenden troep. Toen de stoet dichterbij kwam, herkende Roderick

tot zijn verbazing in den aanvoerder Graaf Julianus, die hem naderde

met groot eerbetoon, hem de hand wilde kussen, en zich, zijn verraad

volledig bekennende, aan den wraak en de rechtvaardigheid van den

Koning overgaf. De pseudo-Julianus smeekte hem op te staan en weer

de plaats in te nemen, die hem toekwam aan het hoofd der Spaansche

troepen, opdat de heidenen uit Spanje verdreven zouden worden. Maar

Roderick, die een nieuwe duivelsche list vermoedde, schudde het hoofd

en verzocht Julianus zelf het opperbevel over het Gothische leger

te aanvaarden, daar zijn gelofte hem niet toestond zich langer met

wereldsche zaken bezig te houden. Julianus keerde tot zijne volgelingen

terug, onder wie Roderick verscheiden ridders ontdekte, van wie hij

dacht, dat zij gesneuveld waren, en dezen ondersteunden met warmte

het verzoek van hun aanvoerder. Maar toen de helsche machten zagen

dat zij hun pleit niet konden winnen, trokken zij zich terug naar

de lager gelegen vlakte, waar zij zich opstelden in gevechtspositie,

alsof zij een vijandelijken aanval afwachtten. En zie! daar rukte een

menigte pseudo-heidenen voorwaarts, zoodat er een vreeselijk bloedbad

volgde. Het scheen den Koning, die in angstige spanning het schouwspel

gadesloeg, dat zij, die het Christelijk leger voorstelden, de heidenen

op de vlucht dreven, en er kwamen ijlboden naar de kluizenaarshut met

de mededeeling, dat zijne troepen een schitterende overwinning hadden

behaald. Maar toen de haan kraaide, verdween het geheele schouwspel

van den veldslag als rook in den wind, en toen wist de Koning, dat

hij ten tweeden male de verlokkingen des Duivels had weerstaan.

Gedurende drie maanden liet Satan Don Roderick nu met rust; maar na

verloop van dien tijd zond hij hem een beproeving, die zwaarder was

dan alle verleidingen, die hij tot nu toe had weerstaan. Terwijl

hij zijne gebeden opzegde op het uur van de vesper, zag hij een

stoet ruiters in de richting van zijn hut komen, en toen zij daar

stilhielden en afstegen, kwam een jonkvrouw op hem toe in de gedaante

van dezelfde Cava, de dochter van Graaf Julianus, die hij zulk een

gruwelijk onrecht had aangedaan. Bij haar aanblik stond het hart

van den rampzaligen Koning bijna stil, maar voordat hij een woord

kon uitbrengen, vertelde zij hem, dat haar vader het zwaard tegen de

Mooren gekeerd had, en hen had overwonnen; dat Eliaca, de echtgenoote

des Konings, gestorven was, dat een monnik haar bevolen had, Don

Roderick op te sporen en hem zoo spoedig mogelijk te huwen, en dat

hij haar voorspeld had, dat zij het leven zou schenken aan een zoon,

Elbersan genaamd, die de geheele wereld onder den scepter van Spanje

zou brengen. Toen Roderick deze woorden hoorde, begon hij vreeselijk

te beven, want hij had Cava zeer liefgehad. Zij gaf hare dienaren

bevel, een tent op te slaan in de nabijheid van de kluizenaarshut

en de leden van haar gevolg richtten een overvloedig maal aan. Toen

de Koning haar groote schoonheid aanschouwde, sidderde hij, alsof hij

door een beroerte was getroffen, maar hij vouwde zijne handen in gebed

en wendde zich tot God, smeekende, dat Hij deze verzoeking aan hem zou

laten voorbijgaan. Toen hij het teeken des Kruises maakte, ontvluchtte

de valsche Cava hem, luidkeels schreeuwende, en de helsche machten,

die haar vergezelden, volgden haar in zulk een hevige verwarring en

met zulk een geweld, dat het scheen alsof de wereld verging. Nogmaals

waarschuwde de Heilige Geest Don Roderick, op zijn hoede te zijn voor

de listen des Duivels, en tot laat in den nacht stortte de berouwvolle,

maar zegevierende Koning zijn dankbaar hart uit in gebeden tot God,

die hem in Zijne goedertierenheid verlost had van den Booze.

Legenden en Romances van Spanje · 第 96 / 165 题