DE GRAFELIJKE KLUIZENAAR.

Inderdaad was de kluizenaar niemand anders dan William, Graaf van

Warwick, een beroemd ridder, die uit afkeer van de ijdelheden van

het Hof, een pelgrimstocht had ondernomen naar Jeruzalem. Toen hij

bij het Heilige Graf was aangekomen, liet hij het bericht van zijn

dood verspreiden; daarna was hij naar Engeland teruggekeerd in de

vermomming van een pelgrim en had hij zich teruggetrokken in de hut,

waar Tirante hem ontdekte, en die niet ver was verwijderd van het

kasteel, waar zijn echtgenoote woonde. Maar zijn afzondering zou niet

van langen duur zijn, want toen de machtige Koning der Canarische

Eilanden met een reusachtig leger Engeland binnenviel, greep de Graaf

naar de wapenen om het beangste volk te hulp te snellen. De aanvallers

rukten echter zoo snel voorwaarts, dat de Koning van Engeland spoedig

uit Canterbury en Londen moest vluchten en zich genoodzaakt zag een

schuilplaats te zoeken in de stad Warwick, waar hij hevig bestookt werd

door het Canarische leger. Op dit beslissende oogenblik kwam de Graaf

hem te hulp; hij versloeg den Koning der Canarische Eilanden in een

tweegevecht, en joeg diens troepen in een hevigen strijd uiteen. Daarna

maakte hij zich aan zijn echtgenoote bekend en trok zich weer in de

eenzaamheid terug. Al deze bijzonderheden komen overeen met hetgeen

beschreven is in de oude Engelsche romance Sir Guy of Warwick.

Tirante maakte zich aan den grafelijken kluizenaar bekend, vertelde

hem, dat hij zijn naam te danken had aan de omstandigheid, dat

zijn vader Heer was van het gebied van Tirraine, dat gedeelte van

Frankrijk, dat tegenover de Engelsche kust gelegen was, en dat zijn

moeder een dochter was van den Hertog van Bretagne. Ook vertelde hij

zijn gastheer, dat hij van plan was deel te nemen aan het tournooi,

dat gehouden zou worden ter gelegenheid van het koninklijk huwelijk,

waarop de Graaf hem uit het boek, waarin hij bij de komst van Tirante

verdiept was, een hoofdstuk voorlas, dat betrekking had op de plichten

in het algemeen van den ridder. Hierna las hij hem een verhandeling

voor over den wapenhandel en de heldendaden van oude ridders. Toen

hij geëindigd had, zeide hij, dat het reeds laat was, en dat Tirante,

daar hij niet bekend was met de wegen in die streek, verstandig zou

doen, te vertrekken; hij gaf hem het boek ten geschenke, waaruit hij

hem had voorgelezen, en nam afscheid van hem.

Een jaar later, toen Tirante als overwinnaar uit het strijdperk was

getreden, en met ongeveer veertig jonge ridders de terugreis had

aanvaard, kwamen zij ten tweeden male langs de kluizenaarswoning, en

hielden daar stil om den Graaf een beleefdheidsbezoek te brengen. Deze

vroeg belangstellend, wie zich het meest had onderscheiden bij

de ridderspelen, en men vertelde hem, dat Tirante de eerepalm had

verworven. Een Fransch ridder, Villermes genaamd, had er zich tegen

verzet, dat hij de kleuren droeg van de schoone Agnes, de dochter van

den Hertog van Berri; Villermes had hem uitgedaagd tot een tweegevecht

op leven en dood, en geëischt, dat zij zich zouden uitrusten met

papieren schilden, en helmen van bloemen. Villermes werd in den strijd

gedood, en kort nadat Tirante hersteld was van elf wonden, die hij in

het gevecht had opgedaan, versloeg hij vier ridders, wapenbroeders,

die bleken de Koningen van Polen en Friesland, en de Hertogen van

Bourgondië en Beieren te zijn. Een onderdaan van den Koning van

Friesland, die den merkwaardigen naam droeg van Kyrie Eleison, of »God

ontferm U onzer«, en die een afstammeling was van de oude reuzen,

kwam naar Engeland om den dood van zijn meester te wreken. Toen hij

echter het graf van zijn vorst aanschouwde, met de wapenen van Tirante,

die op de Friesche vlag bevestigd waren, was hij zóó overweldigd door

smart, dat hij den geest gaf. Zijn plaats werd ingenomen door zijn

broeder, Thomas van Montauban, die een nog reusachtiger gestalte

had, maar toch door den jongen Bretonschen ridder overwonnen werd,

en genoodzaakt was, hem te smeeken zijn leven te sparen.

Nadat Tirante afscheid had genomen van den Graaf, keerde hij naar zijn

vaderland Bretagne terug, maar hij had nog slechts enkele dagen in

zijn voorouderlijk kasteel vertoefd, toen een boodschapper het bericht

bracht, dat de Ridders van Rhodes omsingeld waren door de Genuezen en

den Sultan van Caïro. Vergezeld door Philips, den jongsten zoon van

den Koning van Frankrijk, begaf Tirante zich op weg om het eiland te

bevrijden van zijne overweldigers; gedurende zijn reis daarheen hield

hij eenigen tijd rust in de omgeving van Palermo. Toen hij eindelijk

te Rhodes aankwam, trokken de belegeraars zich haastig terug, en

nadat dus Tirante het eiland verlost had van zijne aanvallers, begaf

hij zich met zijne manschappen naar Sicilië, waar Prins Philips in

het huwelijk trad met de vorstin van dat land. Maar nauwelijks waren

de huwelijksfeesten voorbij, of er kwam een heraut van den Keizer

van Constantinopel aan het Siciliaansche Hof, met de schokkende

mededeeling, dat de vorst van Turkije en de Moorsche Sultan een

inval hadden gedaan in het land van zijn meester. Zijn plicht als

ridder gebood Tirante den Christenvorst te hulp te komen tegen den

heidenschen aanvaller, en dus scheepte hij zich in naar Constantinopel,

waar hem bij zijn aankomst het opperbevel over de Grieksche troepen

werd opgedragen. Een groot gedeelte der romance is gewijd aan de

bijzonderheden van dezen oorlog tegen de Turken, die, zooals vanzelf

spreekt, in elk gevecht werden verslagen, zoodat zij ten slotte om

een wapenstilstand smeekten. Deze werd hun toegestaan, en gedurende

dien rusttijd werden er schitterende feesten en tournooien gehouden.

Op dit kritieke oogenblik verscheen de beroemde Urganda in

Constantinopel, die haar broeder, den vermaarden Arthur, Koning

van Brittanje, kwam zoeken. De Keizer daalde af in zijn duisterste

kerkers, en vond daar den grootste onder de helden opgesloten in

een ijzeren kooi, waar hij zijn laatste levensdagen in de diepste

ellende en volkomen verzwakt van geest doorbracht. Nadat men hem zijn

oude wapen, het beroemde zwaard Excalibur, in de hand had gegeven,

was de ongelukkige Koning in staat, alle vragen, die hem met eenig

beleid gesteld werden, te beantwoorden; maar toen men hem het zwaard

weer uit de hand nam, verviel hij nog dieper in den toestand van

kindschheid. Nadat Urganda een schitterend feestmaal gegeven had,

verdween zij met haar bejaarden broeder, en niemand wist, waarheen

zij gegaan waren.

Tot op dit tijdstip was Tirante er in geslaagd, vrij te blijven van

vrouwelijke ketenen, maar ten slotte werd hij toch het gewillig

slachtoffer van de schoone oogen der keizersdochter, Prinses

Carmesina. Het ging alles tusschen hen naar wensch, totdat een der

hofdames van de Prinses, Reposada, die een hartstochtelijke liefde

voor den jongen ridder had opgevat, erin slaagde door een valsche

list zijn jalousie op te wekken, zoodat hij, tot in het diepst zijner

ziel gekwetst door de vermeende trouweloosheid zijner geliefde, zonder

afscheid van haar te nemen, zich weder bij het leger voegde. Maar het

schip, waarmede hij wegvoer, werd door een hevigen storm overvallen,

en naar de kust van Afrika gedreven. Terwijl hij bedroefd aan het

strand wandelde, ontmoette Tirante een gezant van den Koning van

Tormeceno, die hem naar het Hof bracht, en hem aan zijn gebieder

voorstelde, waarna Tirante hem bijstond in de oorlogen, waarin deze

vorst natuurlijk gewikkeld was. Toen hij bij zulk een gelegenheid de

stad Montagata bestookte, trad een jonkvrouw buiten de poorten, om

voor de inwoners om vrede te smeeken. Tot zijn verrassing herkende hij

in haar één der hofdames van Prinses Carmesina, die hem de waarheid

vertelde omtrent de handelwijze van de valsche Reposada. Hij hief

oogenblikkelijk het beleg op, en keerde aan het hoofd van een machtig

leger naar Constantinopel terug, om den Griekschen Keizer bij te

staan. Door de Turksche vloot te verbranden maakte hij een terugtocht

van de troepen des Sultans praktisch onmogelijk, en was hij in staat

een zeer voordeeligen vrede te sluiten.

Er werden nu schitterende voorbereidingen getroffen tot het huwelijk

van Tirante en Carmesina. Maar toen hij na het sluiten van het verdrag

op weg was naar Constantinopel, kreeg hij op een dagreis afstand van

zijn doel, het bevel, met het binnentrekken van de stad te wachten

totdat deze preparatieven voltooid zouden zijn. Terwijl hij dus

een wandeling maakte langs een rivier, in gesprek met de Koningen

van Ethiopië, Fez en Sicilië, kreeg hij een hevige pleuritis, en

ondanks alle goede zorgen van zijn trouwe dienaren, stierf hij kort

daarna. Toen de Keizer en de Prinses van zijn dood hoorden, waren

zij niet in staat hun verdriet te dragen, en zij stierven op den dag,

waarop zij het doodsbericht hadden gekregen.

Wij hebben dit keer dus kennis gemaakt met een romance, die niet

gelukkig eindigt. Wij weten niet, hoe een dergelijke ontknooping

door het Spaansche publiek werd opgenomen, maar het kan niet anders,

of de lezers moeten getroffen zijn geweest door de oorspronkelijkheid

van het slot. Het blijkt echter duidelijk uit het gunstig oordeel van

Cervantes, dat Tirante de Witte een lievelingsromance van het Spaansche

volk was. »Toen zij een heele verzameling romances tegelijk opnam«,

zegt hij, »viel er een op den grond voor de voeten van den barbier,

die den inval had den titel te lezen, en zag, dat het Tirante de

Witte was. God beware mij, riep de priester luidkeels, is Tirante de

Witte er bij? Geef het mij buurman, want het zal stellig een bron van

vreugde en vermaak voor mij zijn! Toen raadde hij de huishoudster

aan, het mee naar huis te nemen en het te lezen, »want ofschoon de

schrijver verdient te worden opgehangen, omdat hij in vollen ernst

zooveel onzin heeft neergeschreven, is het boek toch in zeker opzicht

het beste, dat er op de wereld gevonden wordt. Hier eten en slapen de

ridders, zij sterven in hun bed, en maken voor hun dood hun testament,

natuurlijke zaken, die in alle andere boeken ontbreken.«

Schuilt in dit oordeel niet de diepe grond van den afkeer van het

onnatuurlijke en onwaarschijnlijke, dat zoo dikwijls de romance

kenmerkte, een afkeer, die in zulke kernachtige bewoordingen werd

uitgedrukt door den man, die aan het hoofd der oppositie stond?

Legenden en Romances van Spanje · 第 93 / 165 题