Het merkwaardige oude verhaal van Tirante de Witte was het werk van
twee Catalonische schrijvers, Juan Martorell en Juan de Gilha, van wie
de laatste den arbeid van den eersten aanvulde. Martorell verklaart,
dat hij de romance uit het Engelsch vertaalde, en het heeft er
inderdaad ook allen schijn van, dat geheele gedeelten van het gedicht
sterk beïnvloed zijn door de oude romance Sir Guy of Warwick. Ik
kan echter niets in deze romance ontdekken, dat er op wijst, dat zij
bepaald vertaald is, en het lijkt mij het waarschijnlijkst, dat de
verklaring van den schrijver moet worden opgevat als een truc, die
door de dichters van het oude Spanje veel werd toegepast om hunne
geschriften te omgeven met een waas van geheimzinnigheid, of om zich
te beschermen tegen de meedoogenlooze kritiek, die in dien tijd,
toen ongeveer alle bewoners van het Schiereiland behept schijnen te
zijn geweest met een manie voor belletrie, daar gebruikelijk was. De
romance werd in 1490 gedrukt. Er wordt in gesproken over de Canarische
Eilanden, die in 1326 ontdekt zijn en die zelfs in Spanje vóór het
begin der vijftiende eeuw nog slechts weinig bekend waren, zoodat wij
wel met zekerheid mogen aannemen, dat deze romance ongeveer in dien
tijd geschreven is, vooral ook, omdat er een ridderverhaal, l'Arbre des
Batailles in vermeld wordt, dat eerst in 1390 werd uitgegeven. Het boek
werd in het Castiliaansch vertaald, en te Valladolid gedrukt in 1511;
kort daarna zag een Italiaansche vertaling van Manfredi het licht,
en een Fransche van de hand van den Graaf van Caylus; maar de laatste
heeft het oorspronkelijke gedicht vreeselijk verminkt; zelfs heeft hij
de voornaamste en ook de minder belangrijke gebeurtenissen veranderd
en er iets ziekelijks in gebracht, dat het werk van Martorell ten
éénenmale mist.
Ter gelegenheid van het huwelijk van een zekeren Koning van Engeland
met een schoone en zeer begaafde Prinses van Frankrijk, werden
de meest grootsche voorbereidingen getroffen om deze verbintenis
waardig te vieren door een schitterend tournooi. Toen Tirante, een
jonge ridder uit Bretagne, van deze preparatieven hoorde, besloot
hij aan de ridderspelen deel te nemen, en hij scheepte zich in met
een gezelschap jeugdige ridders die hetzelfde plan hadden opgevat,
en met wie hij na eenigen tijd in Engeland landde, en de reis naar
Windsor aanvaardde. Maar hij werd overmand door de vermoeienissen
van de reis, en hij viel in slaap, gewiegd door het sukkeldrafje
van zijn uitgeput ros. Het was dan ook niet te verwonderen, dat hij
op deze wijze gescheiden werd van zijn veerkrachtiger metgezellen,
en dat hij bij zijn ontwaken ontdekte, dat hij geheel alleen op
den heirweg reed. Hij gaf zijn paard de sporen en sukkelde eenige
mijlen verder, maar spoedig gevoelde hij dringend behoefte aan
rust en voedsel en hij zag uit naar een pleisterplaats; hij was
zeer verheugd toen hij een nederige hut in het oog kreeg, die hij
aanzag voor een kluizenaarswoning, verborgen tusschen de boomen, op
eenigen afstand van den grooten weg, en nauwelijks zichtbaar door
het dichte gebladerte. Hij steeg af, trad de hut binnen en bevond
zich plotseling tegenover een man, die er zeer eigenaardig uitzag
in zijn armoedig gewaad, en in wien het geoefend oog van den ridder
spoedig een hooggeborene ontdekte. Tirante was dan ook niet bijzonder
verbaasd, toen hij zag, dat de kluizenaar verdiept was in de lezing
van l'Arbre des Batailles, een boek vol lessen en wetenswaardigheden
op het gebied der ridderlijkheid.