PARTENOPEX DE BLOIS.

De schoone en uitstekend bewerkte romance van Partenopex de Blois

was in de dertiende eeuw in het Catalonisch geschreven, en in 1488

gedrukt te Tarragona. Zeer waarschijnlijk was het oorspronkelijk een

Fransche romance. Maar het is geen gewone vertaling, en in den loop

der tijden werd zij zoo dikwijls omgewerkt, dat zij ten slotte even

echt Catalonisch werd als de Cid Castiliaansch geworden is. Hier

volgt dan de geschiedenis van Ridder Partenopex.

Bij den dood van Keizer Julianus van Griekenland, kwam zijn

dochter Melior op den troon, een jonkvrouw, die bij de vele

buitengewone gaven, die zij bezat, ook nog zeer bedreven was in de

tooverkunst. Niettegenstaande hare groote bekwaamheden vonden hare

raadslieden het niet geschikt, dat zij zelfstandig zou regeeren, en dus

drongen zij er op aan, dat zij een echtgenoot zou kiezen. Zij stonden

haar een tijdruimte van twee jaren toe, om een waardig levensgezel

te vinden; en om er zeker van te zijn, dat zij iemand zou kiezen, die

volkomen haar gelijke in rang zou zijn, zond zij hare afgezanten naar

de verschillende hoven van Europa, om daar betrouwbare inlichtingen

te krijgen over alle vorsten, die voor haar doel in aanmerking zouden

kunnen komen.

In dien tijd leefde er in Frankrijk een jongeling van groote schoonheid

en dapperheid, een neef van den Koning van Parijs, Partenopex de

Blois genaamd. Toen deze op zekeren dag in het gevolg van zijn

koninklijken oom in de Ardennen op de jacht was, werd hij van het

overige gezelschap afgesneden en verdwaalde hij. Hij was genoodzaakt

den nacht in het bosch door te brengen en ontwaakte in den vroegen

morgen. Bij zijne pogingen om de omgeving te verkennen, kwam hij bij

het strand, waar hij tot zijn verwondering een schitterend vaartuig

voor anker zag liggen. In de hoop, dat de bemanning hem den weg naar

huis zou kunnen wijzen, begaf hij zich aan boord van het schip, maar

vond dit geheel verlaten. Hij was op het punt weer aan land te gaan,

toen er plotseling beweging in het vaartuig kwam; het gleed over

de baren en kliefde de golven ten slotte met zulk een snelheid, dat

Partenopex het schip onmogelijk meer kon verlaten. Na een even korte

als snelle reis landde hij in een baai van een betooverend schoone

landstreek. De jonge ridder stapte aan wal, verwijderde zich van de

kust en kwam bij een prachtig kasteel. Daar trad hij binnen en zag

tot zijn verbazing, dat het even verlaten was als het vaartuig,

dat hem naar dit land gevoerd had. De statiekamer was verlicht

door den glans van ontelbare diamanten, en de jonge ridder, die

langzamerhand uitgehongerd was, zag tot zijn groote blijdschap een

uitgezochte maaltijd op tafel staan. Spoedig bemerkte hij, dat alle

voorwerpen in het kasteel betooverd waren, want alle heerlijkheden,

die in zulk een overvloed waren opgedischt, kwamen vanzelf in zijn

mond, en toen hij verzadigd was, verscheen er, als het ware vrij in

de lucht bewegende, een brandende toorts, die hem den weg wees naar

een slaapkamer, waar onzichtbare handen hem ontkleedden.

Toen hij te bed lag, denkende over het vreemde avontuur, dat hem was

overkomen, trad een jonkvrouw het vertrek binnen, die hem mededeelde,

dat zij Melior, de Keizerin van Griekenland was. Zij vertelde

den jongen ridder, dat zij door de verhalen harer afgezanten,

liefde voor hem had opgevat, en dat zij het plan had beraamd, hem

door toovermiddelen naar haar kasteel te voeren. Zij beval hem in

het kasteel te blijven, maar waarschuwde hem, dat, indien hij zou

trachten haar weder te zien voordat er twee jaren verloopen waren,

hij haar liefde zou verliezen. Daarna verliet zij het vertrek;

maar den volgenden morgen verscheen haar zuster Uracla, die hem de

schitterendste kleederen bracht.

Legenden en Romances van Spanje · 第 89 / 165 题