Cervantes is zeer uitbundig in zijn lof over deze romance »Deze
Palmerin van Engeland«, zegt hij, »moet bewaard blijven als een unicum,
en er zou een kistje voor gemaakt moeten worden, zooals Alexander er
een vond onder den buit van Darius.... Dit boek, mijn waarde vriend,
is van groot belang, en dat om twee redenen: Ten eerste is het op
zichzelf een uitstekend werk, en ten tweede zegt men, dat een wijs
Koning van Portugal het geschreven heeft. Alle avonturen in het kasteel
van Miraguarda zijn uitstekend en met groote bekwaamheid beschreven;
de gesprekken zijn beschaafd en verstandig, en in overeenstemming
met de waardigheid en kennis van den spreker. Ik zou dus, meester
Nicolaas, met uw verlof willen zeggen, dat deze romance, en Amadis
de Galliër uit de vlammen gered moeten worden, en dat de rest zonder
verder onderzoek moet worden vernietigd.«
Met Uw verlof, meester Cervantes, zou ik hierover gaarne nog eens
met U van gedachten wisselen; want ofschoon Palmerin van Engeland
de beste van deze soort romances is, steekt hij toch niet zóó ver
uit boven de andere en zijn zijne fouten ook dezelfde. Zou het ook
mogelijk kunnen zijn, dat gij, als een rechtgeaard Spanjaard, deze
romance zoo bovenmatig bewondert, omdat gij gelooft, dat zij het
werk is van een Koning? En verlaagt gij U niet tot het niveau van een
dagblad-criticus, wanneer gij den banvloek uitspreekt over romances,
die gij niet gelezen hebt? En kunt gij U, als ridderlijk Castiliaan
vereenigen met de minachting, die de schrijver zoo onomwonden toont
voor het schoone geslacht, ter wille waarvan alle romances geschreven
zijn? Geen goed ridder, geen edelmoedig man zou zooveel onzin hebben
kunnen neerschrijven over vrouwelijke ijverzucht, oppervlakkigheid
en gebrek aan gezond verstand, en wat nog erger is, hij heeft er
marionnetten van gemaakt, die door touwtjes bewogen worden. Voor één
ding blijf ik hem echter dankbaar--voor de persoonsbeschrijving van
den toovenaar Doliarte, dien Wijze, die in het »Dal der Verdoemden«
woont, verdiept in het aanschouwen van geheimzinnige zaken. Maar nog
meer ben ik hem dankbaar voor de atmosfeer van wonderbaarlijke en
bedwelmende betoovering, waarin hij deze geschiedenis heeft gehuld;
en wanneer de schrijver U heeft meegesleept in zijn vervoering, en
Uwe oogen heeft gesloten voor de gebreken dezer romance, dan moeten
wij tot Uw verontschuldiging aanvoeren, dat uwe betooverde oogen niet
in staat waren die fouten te zien, en dat zij slecht den uiterlijken
glans konden aanschouwen van deze tooverwereld.