Men is het er algemeen over eens, dat de aard en oorsprong van
Primaleón, den zoon en opvolger van Palmerin de Oliva echt Spaansch
zijn; toch vond de schrijver, Francisco Delicado, het raadzaam, wegens
de voorliefde van zijn tijdgenooten voor alles wat geheimzinnig
en Oostersch was, het aan te kondigen als een vertaling uit het
Grieksch. De eerste uitgave verscheen in 1516, en werd spoedig gevolgd
door tal van vertalingen, o.a. een Engelsche van de hand van Anthony
Munday, uitgegeven in 1589 en opgedragen aan Sir Francis Drake. Deze
vertaling bevatte echter slechts dat gedeelte der romance, waarin de
heldendaden van Polendos beschreven waren, maar Munday vulde het werk
aan in uitgaven, die in 1595 en 1619 het licht zagen. De avonturen
van Polendos zijn echter verreweg het beste uit het boek.
Polendos was de zoon van de Koningin van Tharsus. Toen hij op zekeren
dag huiswaarts keerde van de jacht, zag hij een oud vrouwtje op de
treden van het paleis zitten, vanwaar hij haar met groote ruwheid
wegschopte. »Je vader Palmerin hielp de ongelukkigen op een andere
manier!« riep het besje uit, terwijl zij opstond. Op deze wijze
vernam Polendos het geheim zijner geboorte, want hij was inderdaad de
zoon van Palmerin en de Koningin van Tharsus. Hij was verrukt door
deze wetenschap, en brandde van verlangen, zich te onderscheiden
door heldendaden, die zijn edelen vader waardig zouden zijn. Hij
begaf zich dus op weg naar Constantinopel, om zich aan zijn vader
bekend te maken, en ontmoette op zijn reis vele avonturen. Hij bleef
niet lang in de keizerlijke stad, maar trok er op uit, om Prinses
Francelina te verlossen uit de macht van een reus en een dwerg, die
haar in een betooverd paleis gevangen hielden. Bij zijn terugkomst
in Constantinopel onderscheidde hij zich zeer in een tournooi, dat
gehouden werd bij gelegenheid van het huwelijk van een der dochters
van den Keizer, en Primaleón, de eigenlijke held dezer geschiedenis,
de zoon van Palmerin en Polinarda, wenschte zich met zijn halfbroeder
te meten; daartoe werd hij tot ridder geslagen en hij kon toen aan den
strijd deelnemen. De rest van de romance handelt over de lotgevallen
van dezen jongen held en van Duardos (Eduard) van Engeland.
Bij één zijner avonturen had Primaleón den zoon der Hertogin van
Armedos gedood; de ontroostbare moeder legde de gelofte af, dat zij
haar dochter slechts ten huwelijk zou geven aan den man, die haar
het hoofd van Primaleón zou brengen. Primaleón versloeg één voor één
de minnaars van Gridoina, de dochter der Hertogin, zoodat zij op het
laatst zelfs zijn naam verafschuwde; maar op zekeren avond verscheen
Primaleón aan het paleis, en terwijl zij niet wist wie hij was, vatte
zij een hartstochtelijke liefde voor hem op. Het pand hunner liefde
was Platir, wiens lotgevallen door denzelfden schrijver verhaald en in
1533 te Valladolid werden uitgegeven. Wij zullen ons niet bezighouden
met deze onbeteekenende romance, maar liever onze aandacht wijden
aan zijn opvolger, die zooveel meer onze belangstelling waard is.