Terwijl de jeugdige Agesilan van Colchos voor zijne studieën te Athene
vertoefde, zag hij toevallig het portret van de schoone Diana. Hij
gevoelde zich onweerstaanbaar tot haar aangetrokken, en besloot
het origineel te zoeken om haar met eigen oogen te aanschouwen; dus
vermomde hij zich als vrouwelijk minstreel, en reisde naar het Hof
van Koningin Sidonia, de moeder der jonge Prinses, die hem in dienst
nam als speelnoot voor haar dochtertje. Maar toen er achtereenvolgens
verscheiden ondernemende ridders naar het eiland kwamen, kon hij niet
nalaten in de vermomming van een Amazone met hen te strijden, en bij
deze gevechten was de overwinning steeds aan zijn kant. Toen Agesilan
van de Koningin hoorde, hoe zij door Florisel verwaarloosd werd, stelde
hij zich zeer gedienstig tot haar beschikking, om haar het hoofd van
den dolenden ridder te brengen, en tegelijkertijd deelde hij haar mede,
wie hij was. Sidonia koesterde een diepen wrok tegen haar echtgenoot,
die haar zoo trouweloos verlaten had, en dus nam zij het aanbod van
den jongen ridder gretig aan. Agesilan vertrok dus naar Constantinopel
en daagde den trouwelooze tot een tweegevecht uit. Er werd bepaald,
dat het samentreffen in het rijk van Sidonia zou plaats vinden,
maar toen de a. s. strijders daar aankwamen, ontdekten zij, dat het
koninkrijk belegerd werd door de alomtegenwoordige Russen die, niet
tevreden met hunne eigen, uitgestrekte steppen, begeerig waren naar
een zonniger plaats met een zachter klimaat. Het was eigenlijk niet
edelmoedig, twee zulke beroemde kampvechters tegelijk op de woeste
Russen af te sturen, en na korten tijd was de overwinning dan ook
aan de zijde der ridders. Waarschijnlijk bracht de vreugde hierover
Florisel en Sidonia weer tot elkaar, en alles verliep volkomen naar
wensch, want Agelisan en Diane verloofden zich met elkander.
Men was echter van oordeel, dat het schitterende Constantinopel een
waardiger achtergrond zou zijn voor de huwelijksplechtigheid, en dus
scheepten allen zich in naar den Gouden Hoorn, nadat men eerst de eer
had genoten van een bezoek van Amadis van Gallië in eigen persoon, die
ondanks zijn patriarchalen leeftijd nog zijn grootste genoegen vond
in het leven van een dolenden ridder. Hij was vergezeld van Amadis
van Griekenland, die bijna even eerwaardig was als zijn grootvader,
en nog gaarne een lans brak met elken gelijkgezinden ridder.
Zij waren nog niet ver van de kust verwijderd, toen zij overvallen
werden door een hevigen storm, waarbij Agesilan en Diana van het
overige gezelschap gescheiden werden. Zij werden op een verlaten
rots geworpen, waar zij zeker zouden zijn omgekomen, indien niet een
hulpvaardig ridder, die, gezeten op een gevleugeld paard, toevallig
boven die rots vloog, hen had opgenomen en gebracht had naar zijn
woonplaats op de Canarische Eilanden. Maar de belangeloosheid van
hun redder verdween, toen hij de schoonheid van Diana aanschouwde,
en toen dus Agesilan er niet op verdacht was, bracht hij haar naar
een afgelegen gedeelte van het Groene Eiland, zooals zijn domein
heette. Zijn liefdedroom zou echter ruw verstoord worden, want juist
op dit oogenblik landde er een troep zeeroovers, die in Diana een
kostelijken buit voor de slavenmarkt zagen en die haar met geweld
ontvoerden.
Daar Agesilan zijn geliefde niet vinden kon, vreesde hij verraad,
en in groote angst besteeg hij het gevleugelde paard om Diana te
zoeken. Nadat hij vanaf den rug van het vliegende dier vruchteloos
het geheele eiland had overzien, vloog hij wanhopend verder. Door een
»motordefect« of een nog onverklaarbaarder reden, was hij genoodzaakt
te dalen in het land van de Garamantes, welks Koning met blindheid was
geslagen als straf voor zijn onuitstaanbare aanmatiging. Daarenboven
werd het voedsel, dat voor den ongelukkigen vorst bereid werd,
dagelijks door een vreeselijken draak geroofd. Agesilan verloste
hem van dit monster. Deze geheele geschiedenis is een onbeschaamde
imitatie van een gedeelte van Orlando Furioso, waarin Senapus, Koning
van Ethiopië, bezocht wordt door eenzelfde ongeluk, daar zijn voedsel
dagelijks verslonden wordt door harpijen, totdat hij verlost wordt door
Astolpho, die in het koninkrijk neerdaalt op een gevleugeld paard. Maar
de schrijver van Agesilan is niets schuldiger dan Ariosto zelf, want
beiden hebben hunne gegevens geput uit de geschiedenis van Phineus
en de Harpijen in de Tocht der Argonauten van Apollonius Rhodius. Bij
zijn zoeken naar Diana kwam Agesilan bij het Verlaten Eiland. De God
Tervagant (Termagaunt, Tyr Magnus = Tyr de Machtige) was verliefd
geworden op de Koningin van dit land, maar toen zij hem had afgewezen,
had hij een heel leger van duivels op haar bezittingen losgelaten,
die alles wijd en zijd verwoestten. Het orakel van den god had
verkondigd, dat hij zijn wraakneming niet zou opgeven, of de bewoners
moesten dagelijks een jong meisje op het strand tentoonstellen,
totdat hij er een had gevonden, dat evenzeer in zijn smaak viel als
de Koningin. Elken dag werd er dus een ongelukkige jonkvrouw aan
de rots van het Verlaten Eiland geketend, en oogenblikkelijk werd
zij verslonden door een monster, dat uit de zee verrees. Hierdoor
werden de meisjes uit de omgeving natuurlijk schaarsch, en om nu één
der jonkvrouwen uit het land voor een volgende gelegenheid te sparen,
werd Diana, die naar het eiland gebracht was, op een morgen aan de rots
gebonden, en als een tweede Andromeda aan de genade van het monster
prijs gegeven. Maar toen Agesilan op zijn gevleugeld ros door de lucht
vloog, zag hij, welk een vreeselijk gevaar haar bedreigde; hij snelde
haar te hulp en versloeg na een hevig gevecht het monster, dat haar
juist verslinden zou. Nadat hij met den Satelliet van Tervagant had
afgerekend, nam hij de half bezwijmde Diana op zijn vliegend paard,
dat hij in de richting van Constantinopel stuurde. Maar op zijn weg
daarheen ontdekte de nu geoefende vliegenier het schip van Amadis, dat
hij en zijn geliefde bij den storm uit het oog hadden verloren. Hij
vloog recht op het vaartuig af, zooals de loods van een reddingsboot
op het »moederschip«, begroette zijne verbaasde bloedverwanten, en
eindelijk bereikte het gezelschap Constantinopel, waar het huwelijk
der hoofdpersonen luisterrijk voltrokken werd.