SILVIO DE LA SELVA.

Silvio de la Selva, de zoon van Amadis van Griekenland en een

zekere Finistea, is de held van het twaalfde en laatste boek

der Amadis-serie. Wij maken voor het eerst kennis met hem bij

het beleg van Constantinopel, waar hij zich onderscheidde door

groote dapperheid. Toen de Czar van dit krijgszuchtige volk

voor de afwisseling weer eens een oorlog wenschte te ondernemen,

behoorde Silvio tot de eersten die het zwaard trok, en die de twaalf

dwergachtige afgezanten van de moskovieten de verzekering gaf, dat de

honderdzestig vorsten, die zich tegen Griekenland hadden verbonden,

weinig kans hadden naar hunne respectieve landen terug te keeren. Wij

zullen geen beschrijving geven van het beleg, dat op dit antwoord

volgde, noch van alle slagen en uitvallen, maar slechts terloops

opmerken, dat het een strijd was met veel afwisseling. Maar wanneer

de Grieksche vorsten zich verbeeldden, dat zij door deze overwinning

op het slagveld waren ontsnapt aan de gevolgen van hun tarten van

de strijdlustige Russen, dan hadden zij buiten den waard gerekend;

want door één enkele aanraking met den tooverstaf, was het geheele

schitterende leger van ridders van de aarde gevaagd. De bewoners

van de romantische stad aan de Bosporus verkeerden ten tweeden male

in grooten angst; maar de ridders en paladijnen in de familie--op

zichzelf reeds een niet onbelangrijk leger--lieten zich niet uit

het veld slaan, en trokken uit om hunne geliefde bloedverwanten te

zoeken. Maar wij zijn nog niet verlost uit het net van intriges,

dat door Castiliaansche schrijvers gesponnen was, en de uitgaande

kaars van de groote romance van Amadis dooft niet na een laatste

opflikkering uit, met de bevrijding van de helden en heldinnen,

die zich in al die bladzijden zoo hebben geweerd in een eindelooze

opvolging van avonturen en strijd; want toen de prinsessen veilig

waren teruggebracht, bleek het, dat eenigen onder haar gedurende

hare afwezigheid gezegend waren met kleine olijftakjes, waarvan ons

de lotgevallen ook weer verteld werden; zoodat ten slotte de lezer,

geheel ontdaan door de wonderbaarlijke intriges, evenals Miltons

Satan wanhopig naar een uitweg zoekt, roepende:

»Wee mij, ongelukkige! Waarheen zal ik vluchten?«

Maar evenals de gevallen aartsengel moet hij tot het einde volharden,

en zich heenworstelen door de avonturen van Spheramond, den zoon

van Rogel van Griekenland, en van Amadis van Astre, den zoon van

Agelisan--of, wanneer hij dit niet wil, moet hij doen zooals wij deden,

en eerbiedig het wormstekige boek terugbrengen naar de bibliotheek,

waar de kunstig versierde band waarschijnlijk meer gewaardeerd wordt

dan de overdreven inhoud.

Inplaats dat het geslacht van Amadis van den troon gestooten werd

door het verwaarloosde en woedende volk, bleef het in hooge eer;

en misschien ligt het geheim van het succes der leden dezer dynastie

wel in de omstandigheid, dat zij vaker verblijf hielden in door vuur

omgeven kasteelen en op betooverde eilanden, dan in het vorstelijk

paleis in de hoofdstad, dat zij blijkbaar meer beschouwden als een

soort van herstellingsoord, waarheen zij kwamen om te genezen van

wonden, die hun waren toegebracht door tooverzwaarden, of van giftige

beten van vreeselijke draken, dan als den zetel van het keizerlijk

bewind.

Wij hebben gezien hoe het grootsche onderwerp van Amadis de Galliër

als een stralende zon over Spanje opging, en hoe het door het geknoei

van prulschrijvers onderging in onbeduidendheid, tot ergernis van

de meer ontwikkelden en tot spot van de groote menigte. Het is alsof

het onvergelijkelijke Engelsche epos van Koning Arthur, het verheven

heldendicht over de daden van hen, die

»Streden in Aspremont of Montalban,

Damascus, of Marocco, of Trebizonde,«

verkracht zou worden door minderwaardige schrijvers. Wij kunnen er den

God der letterkunde niet dankbaar genoeg voor zijn, dat deze heerlijke

Britsche verzen aan zulk een lot ontsnapt zijn, ofschoon wij erkennen

moeten, dat dit slechts louter toeval is. De vervolgboeken van Amadis

worden steeds minder in kwaliteit, totdat zij tenslotte niets meer zijn

dan flauw gewauwel. Maar dit alles kan niets wegnemen van den glans,

die van het oorspronkelijke werk afstraalt, evenmin als de avond de

herinnering aan den lichten morgen kan verduisteren. Wel ontaardt de

hoffelijke welbespraaktheid der hoofdpersonen van het oorspronkelijke

werk in geschetter, de fijne en beminnelijke fantasie van Amadis in

onuitsprekelijk laag bij de grondsche bedenksels, en wordt de teere

schoonheid, die zoo bekoorlijk is in de eerste liefdes-idylle tot

een grof maakwerk. Maar een kunstwerk mag niet beoordeeld worden

naar zijne imitaties. Met uitzondering van het Vijfde Boek, zijn de

Amadis-romances als oleographieën naast een heerlijk schilderij. Grof

van uitvoering, schel van kleuren, slordig van lijn, en als geheel

onaesthetisch, zijn zij geschikter voor keukenversiering dan voor

een museum. Toch mogen wij deze uitingen niet voorbijgaan, wanneer

wij de Spaansche romances behandelen, want zij leeren ons iets,

waarmede wij ook in de twintigste eeuw nog ons voordeel kunnen doen:

Wanneer een volk berust in zijn letterkundig verval, en geniet van

waardeloozen en onechten geest, dan heeft het opgehouden een eerste

plaats te bekleeden in de rij der volkeren. De literatuur is een

uiting der volksziel, en wat moeten wij zeggen van een benepen ziel,

die zich uit in kinderachtige verhaaltjes, de weerspiegeling van

een bekrompen en ongezonden geest? Hebben wij geen Cervantes om dit

onwaardige product te vernietigen met zijn uitbundig gelach? Moeten

ook de andere volken niet hun voordeel doen met de les, die Amadis ons

leert? Nooit was Spanje zoo groot als in den tijd, toen zijn eerste

boeken de ridderlijkheid van het volk verhieven tot een nationale

deugd; en nooit was het zoo klein als in het tijdperk, waarin de

drukpersen van Burgos, Valladolid en Saragossa die steden bedolven

onder de voortbrengselen van een groven geest, handelsartikelen,

die slechts dienden tot het verrijken der uitgevers, en die met

geestdrift werden ontvangen door een op sensatie belust publiek.

Legenden en Romances van Spanje · 第 79 / 165 题