De wraakzuchtige toovenaar Archelaus en zijn ontevreden bondgenooten
hadden in groote spanning den gang van zaken gevolgd, en toen hunne
spionnen hun mededeelden, dat de vijandelijkheden tusschen Lisuarte en
Amadis geëindigd waren, besloten zij, het leger van den ouden Koning
onverwijld aan te vallen. Maar Esplandian was getuige van den opmarsch
hunner troepen, toen hij op weg was naar Lisuartes hoofdkwartier, en
hij reisde oogenblikkelijk terug naar Amadis, om hem te waarschuwen,
dat er onraad dreigde. Bij dit bericht begaven Amadis en Koning
Perion zich dadelijk op weg, om de uitgeputte troepen van Lisuarte
bij te staan. Maar voordat Amadis en zijne ridders het leger van
Archelaus konden aanvallen, waren Lisuarte en de weinige troepen,
die hem gebleven waren, reeds overrompeld door de strijdmacht van
den toovenaar en zijne bondgenooten, die hem een geweldigen nederlaag
bezorgd hadden. De oude Koning was genoodzaakt, zoo goed mogelijk een
heenkomen te zoeken, en hij vluchtte naar een naburige stad, waar hij
zich gereed maakte tot een laatste wanhopige verdediging tegen zijn
meedoogenlooze vijanden. De stad werd hevig bestookt door Archelaus,
maar werd niet minder krachtig verdedigd door Lisuarte en de ridders,
die hem gevolgd waren. Maar toen de toovenaar op het punt stond de stad
stormenderhand te nemen, verschenen Amadis en zijne paladijnen, die
hem na een bloedig gevecht verjoegen. Archelaus en zijne bondgenooten
werden in boeien geslagen, maar werden, zeer onvoorzichtig, weer in
vrijheid gesteld, nadat zij beloofd hadden, zich in de toekomst van
elke vijandelijkheid te onthouden.
De ontmoeting tusschen Amadis en Lisuarte was buitengewoon hartelijk,
en het bleek duidelijk, dat hunne oude vriendschap spoedig weer geheel
hersteld zou zijn. Lisuarte riep zijne baronnen en edelen te zamen,
en toen zij allen aanwezig waren, deelde hij hun plechtig de verloving
van Amadis en Oriana mede.
Eenige dagen daarna reisde het geheele gezelschap, waaronder Lisuarte,
Perion en hunne Koninginnen, Florestan, Galaor, Agrayes en vele
anderen, naar het Versterkte Eiland, waar het huwelijk van Amadis en
Oriana met groote praal zou worden voltrokken. Bij hun aankomst op
de betooverde plaats, werden er vorstelijke voorbereidingen getroffen
voor de plechtigheid, want niet alleen zouden Oriana en Amadis in het
huwelijk treden, maar velen hunner vrienden zouden tegelijkertijd in
den echt worden verbonden. Temidden dezer voorbereidingen verscheen de
goede fee Urganda, gezeten op den rug van een grooten draak, en allen,
over wier geluk zij met zooveel zorg gewaakt had, heetten haar met
groote hartelijkheid welkom.