Intusschen had Amadis een deputatie naar het Hof van Lisuarte
gezonden, om hem de hand zijner dochter Oriana te vragen. Maar
de koppige oude Koning wees het aanzoek driftig af en zond hem
een oorlogsverklaring. El Patin, de Keizer van Rome, was nu ook
in Brittanje aangekomen, en maakte zich gereed tot den strijd met
Amadis. Spoedig had hij een groot leger gevormd, en hiermede trok hij
op, om de troepen van Amadis te vinden, die zonder tijd te verliezen,
een uitval had gedaan in Brittanje, en nu voorwaarts trok, om de
strijdmacht van Lisuarte en den Keizer te ontmoeten.
De vrienden van Amadis hadden hem niet in den steek gelaten. In de
eerste plaats was zijn vader, Koning Perion, hem ter hulp gesneld met
de geheele troepenmacht van Gallië. Ierland had een groot contingent
geleverd, en zijne oude vrienden, de Koning van Boheme en de Keizer van
Konstantinopel hadden hem goed uitgeruste legioenen gezonden, die alle
onder de bekwame leiding van Koning Perion stonden. Daarenboven werd
het leger begeleid door Oriana, Grasinda en de andere jonkvrouwen
en prinsessen, die naar het Versterkte Eiland waren gekomen, en
hare tegenwoordigheid spoorde de ridders aan tot daden van grooten
moed. De toovenaar Archelaus en zijne bondgenooten volgden als een
schaduw de troepen van Lisuarte, in de hoop hem te kunnen overvallen,
wanneer zij teruggeslagen werden.
Eindelijk kregen de legers elkander in het oog. De plaats van
samentreffen was een groote vlakte, en mijlen ver zag men niets dan
schitterende wapenrustingen en kleurige kleederdrachten, wuivende
vederbossen en banieren, en het geheele grootsche vertoon, dat
de ridderschap kenmerkte. Twee volle dagen hielden de vijandelijke
legers elkander in het oog zonder voorwaarts te gaan; toen maakten zij
aanstalten tot den aanval met zulk een geweld van trommels en cymbalen,
trompetten en klaroenen, dat het mijlen in het rond werd gehoord. Zij
vielen met donderend geweld op elkander aan, en het gekletter der
zwaarden op de wapenrustingen was gelijk aan het geraas van duizend
hamers op even zoovele aambeelden.
Aan het hoofd van het leger reed Amadis. Op een uitdaging van
Gasquilan, den trotschen Koning van Zweden, viel hij hem aan, en wierp
hem met zulk een kracht uit het zadel, dat hij voor dood bleef liggen;
maar door den schok viel Amadis van zijn paard. Quadragante, die zich
in zijn nabijheid bevond, lichtte een Romeinschen ridder uit het zadel,
en gaf diens strijdros aan den held, die, gevolgd door Gandelin en
andere paladijnen, een krachtigen aanval deed op de flank van het
Romeinsche leger. Intusschen hield Quadragante geweldig huis aan het
vijandelijke front, en slechts weinigen onder zijne tegenstanders,
konden zijn reuzenkracht weerstaan.
De Romeinsche troepen begonnen achteruit te wijken, maar op hetzelfde
oogenblik kwam de Keizer met een versterking van vijfduizend man
aangerukt. Hij leidde zelf den aanval, roepende: »Rome! Rome!« en hij
zwaaide een reusachtig zwaard. Hij stuitte echter op Quadragante,
die hem zulk een vreeselijken stomp toediende, dat hij terug moest
wijken om bescherming te zoeken bij zijn eigen soldaten.
Amadis was echter omringd door zijne dapperste paladijnen, en
verrichtte zulke wonderen van moed, dat zijne vrienden zoowel als
vijanden verbaasd waren over zijne heldendaden. De Romeinen begonnen
terug te wijken voor de vreeselijke slagen, die hij naar alle kanten
uitdeelde, en ten slotte verbraken zij de gelederen en vluchtten. Hij
was echter zóó uitgeput door den hardnekkigen strijd, dat hij ervan
afzag, zijne overwonnen vijanden te vervolgen, ook al, omdat het leger
van Lisuarte nog niet in het veld was geweest, zoodat hij het beter
oordeelde, de krachten zijner soldaten te sparen voor de ontmoeting
met Lisuartes troepen.
Den volgenden dag voerde Koning Lisuarte zijn leger aan, en nu bracht
Koning Perion zijne troepen, die tot nog toe in de achterhoede waren
gebleven, in het veld; de strijd had echter nog niet lang geduurd,
toen Amadis den Romeinschen Keizer ontmoette, dien hij afmaakte
met zulk een slag, als hij nog nooit iemand had toegediend. Bij den
aanblik van hun verslagen leider, begonnen de Romeinen en Britten te
vluchten, en toen Lisuarte dit zag, trachtte hij zijne troepen in
goede orde terug te trekken. Maar Amadis merkte deze pogingen op,
en daar hij vreesde voor de persoonlijke veiligheid van Lisuarte,
maakte hij gebruik van de invallende duisternis, en riep ook zijn
eigen strijdmacht terug, inplaats van den Koning te vervolgen; en
zoo werd dezen de gelegenheid gegeven voor een ordelijke terugtocht.
Toen de vrome kluizenaar Nasciano hoorde van de groote oneenigheid
tusschen de koningen, besloot hij alles in het werk te stellen,
om verderen strijd te voortkomen; en ofschoon hij oud en gebrekkig
was, slaagde hij erin, het kamp van Koning Lisuarte te bereiken. De
beide veldslagen, die wij juist beschreven hebben, waren echter
reeds geleverd. Hij maakte zich bij den Koning bekend, en openbaarde
hem dat Oriana een geheim huwelijk had gesloten met Amadis, en dat
Esplandian hun zoon was. Bij het hooren van dit bericht was de Koning
diep bedroefd, en hij keurde het stilzwijgen der gelieven ten zeerste
af, terecht opmerkende, dat vele kostbare levens gespaard zouden
zijn gebleven, wanneer zij hem hun vertrouwen hadden geschonken. Hij
verzocht den kluizenaar de vredesonderhandelingen te leiden; de goede
monnik was gaarne hiertoe bereid, en vergezeld door Esplandian,
begaf hij zich naar het kamp van Amadis, waar hij op hoffelijke
wijze ontvangen werd. De kluizenaar openbaarde eerst de identiteit
van Esplandian aan den vader van den jongen, en Amadis omhelsde zijn
zoon hartelijk. Maar de monnik vergat zijn vredelievende zending niet,
en voordat hij Amadis verliet, had hij alle moeilijkheden tusschen
hem en den ouden trotschen Koning uit den weg geruimd, en er was
besloten dat hunne vertegenwoordigers te zamen zouden komen on een
duurzamen vrede te sluiten.