AMADIS VERSLAAT FAMONGOMADAN.

Amadis vervolgde zijn weg en kwam bij eenige tenten, die in een weiland

waren opgeslagen, en bewoond werden door een gezelschap van ridders

en jonkvrouwen, die in dienst waren van prinses Leonora. De ridders

drongen er op aan, dat hij een lans met hen zou breken. Hij wierp hen

allen uit het zadel, en vervolgde zijn weg. Terwijl hij zich eenige

mijlen verder aan een bron verkwikte, viel zijn oog op een wagen,

vol geladen met ridders en maagden, die geketend waren. Gezeten op

een groot, zwart paard, reed een geweldige reus voor den wagen uit,

vreeselijk om aan te zien, en Amadis herkende hem als Famongomadan,

die den ridder gezonden had om Lisuarte uit te dagen. Amadis was

zeer vermoeid door het gevecht met de ridders, en hij gevoelde dus

weinig lust, hem op dit oogenblik te ontmoeten, maar toen hij zag,

dat Leonora en hare maagden ook in den wagen waren, sprong hij op

zijn paard, en met den blik gericht op Miraflores, waar Oriana was,

wachtte hij den aanval van den reus af.

Toen Famongomadan hem zag, overrompelde hij hem als een menschelijke

lawine; zijn groote speer doorboorde het paard van Amadis, maar de

ridder stak zijn lans dwars door de ribbekast van het monster, en het

wapen brak in het lichaam af. Toen zijn zoon Basagante dit zag, snelde

hij te hulp, maar Amadis werkte zich onder zijn gevallen paard vandaan,

trok zijn zwaard, en hieuw één der beenen van zijn tegenstander

af. Maar zijn zwaard sprong in stukken door de kracht van den slag,

en er volgde een verwoed gevecht om de strijdbijl van Basagante,

maar Amadis ontrukte zijn vijand de bijl en sloeg hem het hoofd

af. Daarna doodde hij Famongomadan met diens eigen speer, bevrijdde

de ridders uit hunne ketenen, en verzocht hen de lijken der verslagen

reuzen naar Koning Lisuarte te brengen, met de mededeeling, dat zij

gezonden waren door een onbekenden ridder, Beltenebros genaamd. Toen

besteeg hij het groote, zwarte paard van Famongomadan, en draafde weg.

Eindelijk kwam Amadis in Miraflores aan, waar hij Oriana aantrof, en

zij waren zielsgelukkig in hun liefde. Acht dagen bleef hij bij zijn

geliefde in het kasteel; toen vertrok hij, om Lisuarte bij te staan in

zijn strijd tegen Cildadan van Ierland, die, zooals wij gezien hebben,

den Koning de heerschappij betwistte. Cildadan en zijne bondgenooten

de reuzen, werden overwonnen, en de Iersche Koning werd daarenboven

ernstig door Amadis verwond.

Eenigen tijd daarna bezocht Briolania, de jonkvrouw, die Amadis

het gebroken zwaard had gegeven, Oriana, en vertelde haar, dat zij

verliefd was op Amadis, maar dat hij haar gezegd had, dat hij haar

niet liefhad. Deze mededeeling vermaakte Oriana zeer. En het geheele

Hof wist nu, dat Beltenebros en Amadis dezelfde waren, en men was

zeer verwonderd over de macht van dien éénen arm.

Maar Amadis, die wist, dat een avontuurlijk leven de bestemming

en het lot van den ridder waren, wenschte weer weg te trekken, en

bij hem voegden zich tien ridders, vrienden en verwanten. Lisuarte

was hierover zeer verstoord, want naijverige hovelingen stookten

den Koning tegen Amadis op, zeggende, dat hij de beste en dapperste

ridders op deze wijze van het Hof verwijderde.

Intusschen had Briolania zich naar het Versterkte Eiland begeven,

waar zij zeer verontrust werd door onheilspellende voorteekenen. Zij

slaagde er in, onder den Boog der Trouwe Minnaars door te gaan, maar

toen zij trachtte, de verboden kamer binnen te treden, werd zij met

geweld teruggedrongen, en bedroefd keerde zij naar haar eigen land

terug. Korten tijd daarna kwam Amadis op het eiland aan, tot groote

vreugde van alle bewoners.

Dan volgt in het gedicht een en ander over de ligging en de geaardheid

van het Versterkte Eiland, dat negen mijlen lang en zeven mijlen breed

was, en dicht bedekt met dorpen en prachtige woonhuizen. Apolidon had

zelf vier kostbare paleizen op het eiland gebouwd; één ervan heette

Het Paleis van de Slang en de Leeuwen; het tweede was Het Kasteel

van het Hert en de Honden. Het derde heette Het Draaiende Paleis,

want driemaal daags en drie keer per nacht draaide het met groote

snelheid rond, zoodat zij, die zich binnen de muren bevonden, dachten,

dat het verbrijzeld zou worden. Het vierde was Het Paleis van den

Stier, want elken dag stormde een wilde stier uit een overdekte laan

te voorschijn, en wierp zich tusschen de menschen, alsof hij ze wilde

dooden. Dan holde hij een toren binnen en kwam weer te voorschijn

met een ouden aap op den rug, die hem door harde slagen weer naar

zijn verborgen verblijf terug joeg.

Er kwam bericht op het eiland, dat Gromadaza van het Kokende Meer,

de vrouw van Famongomadan, den oorlog had verklaard aan Lisuarte;

maar deze had hierop geantwoord met de bedreiging, hare dochter

Madasima en andere Maagden van het geslacht der reuzen te laten

onthoofden, wanneer zij hem hare kasteelen niet overgaf, en geen

afstand deed van haar koninkrijk. Amadis en zijne ridders keurden

het in Lisuarte af, dat hij tegenover vrouwen zulke maatregelen nam,

en twaalf hunner trokken naar het land der reuzen, om de bedreigde

vrouwen te beschermen. Natuurlijk gaf deze daad aan het Hof van

Lisuarte voedsel aan de kuiperijen tegen Amadis, dien men ten val

wilde brengen. Maar Lisuarte was een veel te hoogstaand mensch,

om zich daardoor te laten beïnvloeden, en bij de komst der ridders

stelde hij de jonkvrouwen in vrijheid.

Legenden en Romances van Spanje · 第 68 / 165 题