DE BEROUWVOLLE ORIANA.

Intusschen hadden Galaor, Florestan en Agrayes tevergeefs naar

Amadis gezocht, en zij kwamen in een zeer gedrukte stemming te Londen

aan. Toen Oriana van hun mislukten tocht hoorde, begaf zij zich naar

het kasteel Miraflores, dat eenige mijlen van de stad verwijderd

was. In de eenzaamheid der oude tuinen kwam zij tot de overtuiging,

dat Amadis nog in leven was, en vol berouw over de wijze, waarop

zij hem behandeld had, besloot zij, dat er geen nieuwe schaduw op

hun liefde zou vallen. De beschrijving, die de romance geeft van

Miraflores is zeer bekoorlijk, en de indruk, dien wij krijgen van

Oriana, wandelende in de rustige en schaduwrijke lanen, kan het best

worden weergegeven in verzen.

Miraflores, waar ontspringen

Zilvren beekjes, vogels zingen,

En het hoog en statig hout

Slechts een deel schijnt van het woud,

In de stilte uwer lanen,

In de schaduw der platanen

Wacht ik zijn vergiffenis,

Die mijn troost en redding is.

Miraflores, naam van pracht!

Moge ik leeren dag en nacht,

In uw zoet doorgeurde dreven,

Wat het hoogste is in 't leven:

Mij in 't goede te verblijden,

Booze woorden te vermijden,

Zoodat ik, in deemoed klein,

Zijn vergeving waard zal zijn.

Nu kwam er een heraut tot Koning Lisuarte te Windsor, die hem

uitdaagde namens Famongomadan, den reus, Cartadaque, zijn neef,

den reus van den Verdedigden Berg, Madanfaboul, den reus van den

Vermiljoenen Toren; namens Quadragante, den broeder van Koning Abies

van Ierland, en Archelaus den Toovenaar, die zich allen vereenigd

hadden tegen Brittanje tot hulp van koning Cildadan van Ierland, die

met Lisuarte in vijandschap leefde. De ridder stelde echter een zeer

vernederende voorwaarde, waarop de vrede bewaard zou kunnen blijven;

hij deelde nl. mede, dat de vijandelijke bondgenooten niet tegen

hem zouden optrekken, en bereid waren in hun eigen land te blijven,

wanneer Lisuarte erin toestemde, zijn dochter Oriana als dienstmaagd

te geven aan Madasima, de dochter van Famongomadan, of als vrouw aan

Basagante, zijn zoon. Lisuarte wees deze vredesvoorwaarde echter met

rustige waardigheid af.

Amadis had koning Abies lang geleden verslagen, en het was dan

ook zucht naar wraak, die deze eigenaardige combinatie tot de

oorlogsverklaring had gedreven. Florestan was bij het onderhoud

aanwezig, en hij daagde den afgezant der reuzen uit tot een

tweegevecht. De ridder, Landin geheeten, beloofde met hen te zullen

strijden, wanneer de oorlog een uitgemaakte zaak zou zijn, en zij

wisselden dus den handschoen.

Toen de ridder vertrokken was, riep Lisuarte zijn dochtertje Leonora

met hare speelgenootjes tot zich, om voor hem te dansen, iets, wat

hij niet meer gedaan had sedert het bericht van de verdwijning van

Amadis. En hij vroeg haar een lied te zingen, dat Amadis eens in

scherts voor haar gemaakt had. Het kind en hare makkertjes zongen

dus het volgende liedje:

Leonora, scheppings roem!

Witte, smettelooze bloem,

Rein als de dauw in een voorjaarsmorgen,

Waarom in lentetijd

Geurt gij in eenzaamheid,

Stil in uw schaduw van eenvoud verborgen?

Wilt gij, o bloesem rein,

Dan niet de mijne zijn,

Dat ik u koesteren kan en dragen.

Geef dan uw zoeten geur,

Bloei dan in teere kleur,

Als lieve troost in mijn droeve dagen.

Gandalin reisde naar Miraflores om Oriana mede te deelen, dat Corisande

aan het Hof was teruggekeerd, en dat zij met Florestan gelukkig

hereenigd was. Zij was verrukt over dit bericht, maar kon toch niet

nalaten het geluk der gelieven te vergelijken met haar eigen droevig

lot, en zij barstte in tranen uit. Maar juist op dit oogenblik trad de

Maagd van Denemarken binnen. Oriana luisterde met kloppend hart naar

het bericht, dat zij bracht, en toen de jonkvrouw haar den brief van

Amadis met diens ring overhandigde, bezwijmde zij bijna van vreugde.

Amadis vertoefde in een afgelegen klooster, waar hij herstellende

was van de gevolgen van het groote en langdurige leed, dat hij

doorstaan had. Toen hij weer aangesterkt was, stak hij zich in een

groene wapenrusting, opdat hij niet herkend zou worden, en begaf zich

op weg naar Londen. Op den achtsten dag van zijn reis ontmoette hij

een ridder, den reus Quadragante, één van de verbonden vijanden van

Koning Lisuarte. Amadis wierp den geweldigen strijder uit het zadel, en

dwong hem, zich gewonnen te geven, en zich te onderwerpen aan Lisuarte.

Legenden en Romances van Spanje · 第 67 / 165 题