Het gebeurde, dat terwijl Lisuarte recht sprak te Londen, er een
bejaarde ridder in de zaal trad, die zulk een wonderschoone kroon
en mantel vertoonde, dat de Koning verklaarde, ze tot elken prijs
te willen koopen. De ridder zeide, dat hij op een bepaalden dag zou
terugkomen om zijn loon op te eischen, en de Koning verbond zich,
kroon en mantel zorgvuldig te bewaren, op straffe van verlies van
zijn dierbaarst bezit. De ridder was een gezant van den valschen
toovenaar Archelaus en de versierselen, die hij Lisuarte getoond had,
waren door toovenarij gemaakt, zoodat, toen de Koning ze wenschte te
dragen, en de koffer ontsloot, waarin ze bewaard werden, hij ontdekte,
dat ze verdwenen waren. De oude ridder kwam terug en verlangde zijn
loon. Lisuarte was genoodzaakt te bekennen, dat kroon en mantel
verdwenen waren, en de handlanger van den sluwen toovenaar eischte
Prinses Oriana als prijs van den Koning op. In een zwak oogenblik
ging Lisuarte op dien eisch in, en de ridder reed heen met Oriana,
die hij dadelijk in de macht van Archelaus stelde; Lisuarte viel in
een hinderlaag, die hem door den listigen toovenaar gelegd was.
Toen Amadis en Galaor, die op dat oogenblik niet aan het Hof
vertoefden, van dit verraad hoorden, spoedden zij zich naar Windsor,
vast besloten de booze plannen van den toovenaar te verijdelen. Deze
wilde n.l. Oriana uithuwelijken aan den pretendent naar den Britschen
troon, den verraderlijken Barsinan, die al eens door Amadis overwonnen
was. Galaor bevrijdde Lisuarte uit de macht zijner vijanden, en
nadat Amadis in alle richtingen gezocht had naar de edele jonkvrouw,
ontmoette hij haar ten slotte in een bosch, toen zij door Archelaus
werd weggevoerd. Toen de toovenaar den dapperen ridder in het oog
kreeg wiens heldendaden hij reeds zoo dikwijls had hooren roemen,
maakte hij zich haastig uit de voeten, en liet Oriana achter in de
handen van haar minnaar, die haar veilig naar het Hof terugbracht.