De handeling der romance begint op een duister en onbepaald tijdstip,
dat volgens de beschrijving, onmiddellijk valt na den dood van
den Verlosser, toen er in Brittanje een Christelijk Koning leefde,
Garinter genaamd, die gezegend was met twee bekoorlijke dochters. De
oudste, bekend als »de vrouw met de guirlande«, omdat zij steeds
een bloemenkrans droeg, was eenige jaren tevoren in het huwelijk
getreden met Koning Languines (Angus) van Schotland, en zij had twee
mooie kinderen, Agrayes en Mabilia. Elisena, de jongste dochter,
was over de geheele Christelijke wereld beroemd om hare schoonheid,
maar ofschoon vele machtige koningen en prinsen om hare hand hadden
gedongen, wilde zij niemand huwen, en wijdde zij haar leven aan
heilige werken. Volgens de opvatting van alle ridders en edelvrouwen
van haar vaders Koninkrijk, overtrad deze bekoorlijke jonkvrouw
door ongehuwd te blijven, alle wetten der liefde, en het geschiedde,
dat de schoone en heilige Elisena door de meer wereldschen onder de
vroolijke ridderschap, werd aangeduid als de »Verloren Kwezel.«
Zooals Elisena voldoening vond in een gestreng leven, zoo vond haar
koninklijke vader vreugde in de jacht, en hij bracht veel tijd door
in de groene bosschen, die in die dagen het grootste gedeelte van
Klein-Brittanje bedekten. Bij één van deze gelegenheden, toen hij,
zooals dat zijn gewoonte was, geheel alleen door de bosschen reed,
hoorde hij wapengekletter, en toen hij bij een open plek in het bosch
kwam, vanwaar de klanken van den strijd kwamen, zag hij twee Britsche
ridders, die een gewapenden vreemdeling aanvielen, in wien hij,
afgaande op zijn houding en wapenrusting, een man van rang en hooge
geboorte vermoedde, en die zich met zulk een moed en behendigheid
gedroeg, dat het hem gelukte, zijne beide tegenstanders te verslaan.
Toen de vreemdeling bezig was, zijn zwaard in de scheede te steken,
ontdekte hij Garinter, reed op hem toe en groette hem op hoffelijke
wijze. Hij beklaagde zich erover, dat een dolende ridder in Christelijk
Spanje, zóó door de bewoners behandeld kon worden, als dit met hem
het geval was geweest, waarop de Koning zeer verstandig antwoordde,
dat er in ieder land goede en slechte menschen gevonden werden,
en dat de verslagen ridders hun leenheer ontrouw waren, en hun lot
hadden verdiend.
De vreemdeling deelde toen mede, dat hij op weg was naar den Koning van
Brittanje met berichten van een vriend, en toen de Koning dit hoorde,
maakte hij zich bekend. De ridder vertelde hem, dat hij Koning Perion
van Gallië was, die reeds lang gehoopt had, vriendschap met hem te
sluiten. Garinter drong er op aan, dat zijn vorstelijke ambtgenoot
hem naar zijn paleis zou vergezellen, en toen Perion hierin toestemde,
keerden zij naar de stad terug.
Toen zij in het paleis waren aangekomen, werd er een kostelijk
feestmaal aangericht, waarbij de Koningin en Prinses Elisena
aanzaten. Nauwelijks hadden Elisena en Perion elkander aanschouwd,
of zij gevoelden, dat een groote en onsterfelijke liefde zich van
hen had meester gemaakt. Toen de Koningin en de Prinses de feestzaal
hadden verlaten, stortte Elisena haar hart uit bij haar dienstmaagd
en vertrouweling Darioleta, en zij vroeg haar, te onderzoeken, of de
Koning reeds gehuwd was. Darioleta, die niet spoedig uit het veld
was geslagen, begaf zich regelrecht naar Perion, die zijn liefde
voor Elisena in hartstochtelijke bewoordingen bekende, en beloofde,
haar tot vrouw te nemen. Hij smeekte de dienstmaagd, hem bij Elisena
te brengen, opdat hij het geluk mocht smaken, haar persoonlijk zijn
liefde te verklaren. Darioleta keerde tot de Prinses terug met deze
boodschap, en Elisena was zóó verlangend, zelf van Perions lippen de
bekentenis zijner liefde te hooren, dat zij, niet denkende aan plaats
of uur, zich naar zijne vertrekken begaf, waar zij bleef tot aan de
morgenschemering, teruggehouden door zijne liefdesbetuigingen en door
haar eigen verlangen, het bewijs harer liefde te geven aan den edelen
en ridderlijken vorst, die zoo plotseling erin geslaagd was, haar
ervan te overtuigen, dat haar vroeger leven kleurloos en droefgeestig
was geweest. Tien dagen bleef Perion aan het Hof van Garinter, toen
moest hij weer vertrekken; maar voordat hij afscheid nam, gaf hij zijn
woord aan Elisena, wie hij één van de twee volkomen gelijke ringen,
die hij droeg, als pand gaf van zijn trouw. Hoe hij echter zocht,
hij kon zijn zwaard niet vinden, een beproefd en betrouwbaar wapen,
en tenslotte gaf hij het op, ernaar te zoeken.