De eerste Spaansche lezing van Amadis verscheen in een Portugeesch
kleed en was het werk van een Lusitaansch ridder, Joham de Lobeira
(1261-1325), die te Porto geboren werd, te Aljubarrota streed,
waar hij door Koning Joham, zaliger nagedachtenis, op het slagveld
tot ridder werd geslagen, en die te Elvas stierf. Maar al beweert
Southey het tegendeel, alles wijst er op, dat Frankrijk de bakermat
was van deze romance, en er wordt in de Portugeesche literatuur zelfs
melding gemaakt van de omstandigheid, dat een zekere Pedro de Lobeira,
Amadis uit het Fransch vertaalde, in opdracht van den Infant Don Pedro,
den zoon van Joham I. Het oorspronkelijke Fransche verhaal is volkomen
verloren gegaan, maar de Spaansche vertalingen, die er uit voortkwamen,
bleven behouden, en ook de Portugeesche uitgaven zijn niet bewaard
gebleven. Het is bekend, dat een handschrift van Lobeira's romance
reeds in het eind van de zestiende eeuw in de archieven der Hertogen
van Arveiro te Lissabon gevonden werd, en daar ook nog aanwezig was
in 1750. Na dit tijdstip echter werd het door de boekenverzamelaars
uit het oog verloren, en alles wijst er op, dat het vernietigd werd
bij de aardbeving van Lissabon in 1755, tegelijk met het hertogelijk
paleis, waarin het bewaard werd.
Zijn roem en zijn inhoud bleven echter behouden door de Spaansche
vertaling; wij moeten Portugal beschouwen als het geboorteland van
Amadis in het Schiereiland, en wij hebben het te danken aan den
Castiliaanschen geest, dat deze romance ons niet alleen bewaard
bleef, maar dat dit waarschijnlijk zelfs geschiedde in verbeterden
vorm. In de jaren tusschen 1492 en 1508 wijdde Garcia Ordoñez de
Montalvo, gouverneur van de stad Medina del Campo, zich aan de taak,
de romance te vertalen en om te werken. Het is niet bekend, wanneer
het werk gedrukt werd; de eerste exemplaren zijn verloren gegaan,
maar men zegt, dat de Spaansche veroveraars van Mexico getroffen waren
door de gelijkenis dezer stad met de betooverde plaatsen, waarover
in Amadis gesproken werd. Dit was in 1519 en niet in 1549, zooals
Southey vermeldt. Misschien hadden zij het oog op de Portugeesche
vertaling, maar in ieder geval is het bekend, dat er in 1519 een
uitgave verscheen, en in 1547 een tweede in Sevilla. Wij hebben elders
reeds vermeld, dat deze romance in alle talen werd overgebracht,
en dat verschillende dichters er een vervolg op schreven, maar wij
moeten er bijvoegen, dat slechts de eerste vier boeken van Amadis
(dus de oorspronkelijke Amadis) door Montalvo zijn geschreven; de
rest is van de hand van anderen.