De bewerking, die Cervantes geeft van de Poema del Cid is misschien wel
de beste, die in deze soort bewaard is gebleven. Stellig heeft de Cid
geleefd; wat doet het er toe, of hij inderdaad zoo edelmoedig was? Want
de Cid uit de romance is een totaal verschillende persoonlijkheid
van den historischen Cid, die wel is waar een geboren leider, maar
een slim, gewetenloos en wreed man was. De Poema is dus een romance,
gebaseerd op de historie, en daar dit boek handelt over de romance en
niet over geschiedenis, heeft het weinig zin den lezer te vergasten op
een beschrijving van den waren inhaligen Roderigo van Bivar. »Mio Cid«,
de naam, waarmede hij meestal wordt aangeduid, is een half Arabische,
half Spaansche vertaling van het Arabische »Sid-y«--»Mijn Heer«,
onder welken naam hij waarschijnlijk bekend was bij zijne Moorsche
onderdanen in Valencia, en het is niet waarschijnlijk, dat hij bij zijn
leven zoo werd genoemd in Spanje. Maar nog in deze tijden gaat er in
het Schiereiland een zekere betoovering uit van dien naam. Zoolang
het hart van den Brit sneller klopt, wanneer de naam van Koning
Arthur genoemd wordt, en de Franschman ontroerd wordt door den naam
van Roland, zoolang zal de Spanjaard de romantische schim vereeren,
die als een machtig oorlogsgod zweeft boven de vroegste geschiedenis
van zijn vaderland,--den Cid Campeador.