HET GERECHTELIJK BEWIJS DOOR MIDDEL VAN DEN STRIJD.

Toen de tijd van den wapenstilstand verstreken was, begaven de

strijdende partijen zich naar de plaats, waar het tournooi zou plaats

vinden. De mannen van den Cid hadden niet veel tijd noodig om zich te

wapenen; maar de verraderlijke Infantes van Carrión hadden een groote

menigte vazallen medegebracht, in de hoop, dat zij in den nacht de

kampioenen van den Cid zouden kunnen overvallen, wanneer dezen niet

op hunne hoede waren. Maar Antolinez en zijne metgezellen waren op

verraad bedacht, en verijdelden het plan. Toen zij zagen, dat er geen

ontkomen aan was, en dat zij gedwongen waren met hun tegenpartij op

leven en dood te vechten, smeekten zij den Koning, de kampioenen

van den Cid te verbieden, de beroemde zwaarden Colado en Tizon te

gebruiken, want zij hadden een bijgeloovige vrees voor de macht van

deze wonderbaarlijke wapenen, en zij betreurden het zeer, dat zij ze

hadden teruggegeven. Maar Alfonso weigerde aan dit verzoek te voldoen.

»Gij hebt uwe eigen zwaarden,« zeide hij kortaf; »deze zijn zeer

voldoende. Ziet toe, dat gij ze als mannen hanteert, want gij kunt

er op aan, dat er van de zijde van den Campeador geen fouten zullen

worden begaan.«

De trompetten schalden, en de Cid en drie zijner kampioenen sprongen op

hunne ongeduldige strijdrossen, nadat zij eerst het teeken des kruises

op hun zadel hadden gemaakt. De Infantes van Carrión bestegen ook

hunne paarden, echter met minder animo. De maarschalken of herauten,

wier taak het was de regelen van het gevecht te bepalen, en uitspraak

te doen in geval van oneenigheid, namen hunne plaatsen in. Toen sprak

Koning Alfonso: »Hoort naar mijne woorden, Infantes van Carrión. Het

was uw plicht geweest, dezen strijd in Toledo te voeren, maar gij

wildet niet; daarom heb ik deze drie ridders veilig naar Carrión

gebracht. Maakt gebruik van uw recht, maar met eerlijke middelen. Wie

verraderlijk handelt, dien zal het slecht vergaan.«

Hier volgt de beschrijving van den strijd:

Als de heraut het perk verlaat, dan staan zij oog in oog,

Zij heffen 't schild zich voor de borst, de speren gaan omhoog;

Tot d'aanval buigen zij het hoofd, dan sporen zij het paard,

En stormen op elkander toe in razend woeste vaart.

Dof klinkt de echo van den schok, en dreunend trilt de grond,

Vol spanning zien de ridders toe of geen nog is gewond.

Ferrando's speer stoot door het schild van Bermuez met kracht,

Maar vóór hij nog het harnas raakt, versplintert reeds de schacht.

Maar nu heft Bermuez zijn lans, en stoot met forsche hand;

Door schild en harnas dringt de speer: Ferrando glijdt in 't zand,

En kermend smeekt hij om genâ, het bloed stroomt uit zijn borst,

En angstig op d'omwoelden grond ligt daar de laffe vorst!

Toen trok Bermuez 't zwaard Tizon, te eindigen den strijd,

Maar de Infant riep: »Ik erken, dat ge overwinnaar zijt.«

Daarna kwam het samentreffen tusschen Antolinez en den

anderen Infant. Beiden braken zij hun lans op het schild van de

tegenpartij. Toen trokken zij de zwaarden, en renden op elkander

in. Antolinez deed met Colada zulk een geweldigen uitval naar Diego,

dat het scherpe zwaard de stalen helm middendoor sneed, en een gedeelte

van het hoofdhaar van Diègo medenam. De verschrikte prins wendde zijn

paard en vluchtte, maar Antolinez vervolgde hem met voorgewende woede,

en sloeg hem met het vlakke zwaard tusschen de schouders. Zóó kreeg de

lafaard de straf der laffen. Toen Diègo de aanraking van het zwaard

voelde, begon hij luidkeels te schreeuwen, gaf zijn paard de sporen

en sprong over de omheining van het strijdperk, hiermede, volgens de

regelen van het gevecht, zich gewonnen gevende.

Toen de trompetten der herauten schalden, stormden Muño Gustioz en

Asur González op elkander in. De punt van Asurs speer gleed af op

de wapenrusting van Muño, maar de speer van den kampioen van den Cid

doorboorde het schild van zijn tegenstander en ging door diens borst

heen, zoodat zij meer dan een vadem uit zijn schouderbladen stak. De

trotsche Asur viel met een doffen slag ter aarde, maar had nog kracht

genoeg, om genade te smeeken.

Toen verklaarde de Koning plechtig, dat de kampioenen van den Cid de

overwinning hadden behaald, en zonder tijd te verliezen, reden zij

naar Valencia terug, om hun meester op de hoogte te brengen van het

blijde bericht, dat zijn eer gewroken was.

Spoedig daarna werd met groote praal het huwelijk voltrokken van de

dochters van den Cid met de edele Infantes van Navarra en Arragon. De

Poema del Cid eindigt echter even plotseling als zij begon:

Zoo kwamen bei zijn dochters dus tot groote eer en macht,

En op den troon van Spanje zit zijn roemrijk nageslacht.

Steeds grooter werd zijn eedle naam, roemruchtiger zijn zwaard,

Tot op een schoonen Pinksterdag hij scheidde van deez' aard.

Voor Christus, die Zijn zegen gaf, buig 'k mij ootmoedig neer,

Zóó leefde de Campeador, zijn grooten naam zij eer!

Legenden en Romances van Spanje · 第 52 / 165 题