HET OPTREDEN VAN ASUR GONZÁLEZ.

Toen de twist het hoogst gestegen was, trad Asur González, een

aanmatigende vazal van de Infantes, de rechtszaal binnen.

Het grof gelaat verhit door wijn en 't overvloedig maal,

De kleeren slordig en gescheurd, zóó drong hij in de zaal.

Hij mat den Koning en het Hof met onbeschaamden blik

En riep: »Wat moet die bluffer hier, die roover Roderick?

Wil hij zich meten met Carrión, dat edel Vorstenhuis,

Hij, die op roof trekt door het land, met al zijn vuil gespuis?«

Maar woest sprong Muño Gustioz op: »Zwijg stil, gij dronken zwijn,

Die 's morgens vroeg, nog voor 't gebed, reeds zat zijt van

den wijn,

Voor wien geen eed ooit heilig was, en trouw slechts was een woord,

Van wien geen daad van menschlijkheid door iemand werd gehoord!

O, moog' het mij gegeven zijn, dat 'k met dit scherpe staal

De tong u snijde uit den mond, en stoppe uw leugentaal!«

»Genoeg!« zoo riep de Koning uit; »deez' twist wordt niet beslecht

Met woorden in het Parlement, maar met een zwaardgevecht.«

Nauwelijks was het tumult door het optreden van den Koning eenigszins

bedwongen, of twee ridders traden de rechtszaal binnen. Het waren

afgezanten van de Infantes van Navarra en Arragon, die gekomen waren,

om namens hunne meesters den Koning om de hand te vragen van de

dochters van den Cid. De Koning wendde zich tot den Cid en verzocht

zijne toestemming tot dit huwelijk, en toen de Cid nederig zijne

machtiging had gegeven, deelde de Koning de vergadering mede, dat het

huwelijk op de gebruikelijke wijze zou worden voltrokken, en dat de

strijd tusschen de twistende partijen den volgenden dag zou worden

uitgevochten. Dit was slecht nieuws voor de Infantes van Carrión, die

in hun angst eenig uitstel verzochten, om in de gelegenheid te zijn,

zich te voorzien van goede paarden en wapenen, zoodat de Koning ten

slotte minachtend zeide, dat het tournooi nu definitief zou plaats

hebben over drie weken, en wel in Carrión, zoodat de Infantes geen

enkele uitvlucht zouden kunnen bedenken of zouden kunnen beweren,

dat de strijders van den Cid iets op hen vóór hadden gehad.

Toen nam de Cid afscheid van den Koning en bij het vertrek verzocht

hij hem, zijn strijdros Babieca van hem aan te nemen, maar Alfonso

weigerde dit vriendelijk aangeboden geschenk, met de hoffelijke

verklaring, dat, als hij Babieca aannam, het dier een minder goeden

meester zou krijgen. Daarna wendde de Campeador zich tot hen, die

geroepen waren, zijn zaak in het tournooi te verdedigen, sprak eenige

hartelijke woorden van afscheid, en vertrok weer naar Valencia, terwijl

de Koning naar Carrión reisde, om het zwaardgevecht bij te wonen.

Legenden en Romances van Spanje · 第 51 / 165 题