Toen deze zaak eindelijk geregeld was, bracht de Cid zijn voornaamste
aanklacht tegen de Infantes in het geding, en vroeg eerherstel in
het tournooi voor den grooten smaad zijn dochters aangedaan. Hierop
stond Graaf Garcia op, om de Infantes te verdedigen. Hij pleitte,
dat zij van vorstelijken bloede waren, en alleen reeds daarom volkomen
gerechtigd, zich te ontdoen van de dochters van den Cid. Toen verrees
de oudste van de Infantes, Fernandez González, van zijn zitplaats
om zijn instemming te betuigen met hetgeen zijn vazal gesproken had,
en hij toonde opnieuw zijn minachting voor het huwelijk dat hij had
aangegaan, door zijn laffe handelwijze te verdedigen, op grond van
zijn vorstelijken rang. Hierop ontstak Pero Bermuez in hevigen toorn;
hij hoonde de Infantes om hun lafheid bij het avontuur met den leeuw,
en daagde hen tot den strijd uit.