Alvarez Fañez reisde nu met Donna Ximena en de dochters van den
Cid naar Valencia, en hij bracht haar veilig naar hare nieuwe
woonplaats. Toen de Cid hoorde, dat zij naderden, besteeg hij zijn
beroemd paard Babieca, dat hij eenige dagen te voren op de Mooren
veroverd had, en reed zijn vrouw en dochters in galop tegemoet, om haar
naar hare nieuwe bezittingen te brengen. Nadat hij zijn familie met
groote hartelijkheid begroet had, geleidde hij haar naar het kasteel,
van welks torens hij haar de landen toonde, die hij voor haar veroverd
had. En zij dankten God voor zulk een rijke gave.
Er ontstond echter groote onrust onder de Mooren van Afrika, toen zij
van de krijgsverrichtingen van den Cid hoorden, want zij beschouwden
het als een schande, dat hij zulk een groot gedeelte van Spanje op
hunne broeders van het Schiereiland veroverd had. Hun Koning Yussef
verzamelde een machtig leger van vijftigduizend man, waarmee hij over
zee voer, om tegen Valencia op te trekken, in de hoop, deze stad
voor de Mooren te heroveren. Toen de Cid dit hoorde, riep hij dit:
»Ik dank God en de Heilige Maagd, dat ik mijn vrouw en dochters hier
heb. Nu kunnen zij zien, hoe wij de Mooren bestrijden, en ons brood
verdienen in het vreemde land.«
De troepen van Yussef kwamen spoedig in het gezicht, en zij
omsingelden Valencia zóó dicht, dat niemand de stad kon binnengaan
of verlaten. Toen de vrouwen die groote krijgsmacht zagen, die om de
stad gelegerd was, waren zij zeer beangst, maar de Cid stelde haar
gerust. »Houdt goeden moed,« zeide hij, »want groote rijkdom zal ons
deel zijn; ik ga een bruidsschat voor onze dochters veroveren.«