GELD LEENEN IN DE ELFDE EEUW.

»Martinez Antolinez«, zeide de Cid, »gij zijt een eerlijk man en

een trouw vasal. Ga naar de Joden Raquel en Vidas, en vertel hun,

dat ik vele kostbaarheden bij mij heb, die ik hun in bewaring wil

geven, omdat zij te zwaar zijn, om mede te nemen. Geef hun deze

kisten als pand voor wat zij ervoor willen geven. Ik roep God en

al zijne heiligen tot getuigen, dat ik dit doe, omdat ik tot het

uiterste gedreven ben, en terwille van hen, die op mij vertrouwen.«

Antolinez, eenigszins huiverig van deze zending, zocht de Joden Raquel

en Vidas op in hun woning, waar zij bezig waren, hun rijkdom en hun

winst te berekenen. Hij vertelde hun, dat de Cid een groote schatting

had geheven, die hij onmogelijk kon medenemen, en dat hij hun die in

bewaring wilde geven, wanneer zij hem een behoorlijke som daarop wilden

leenen; maar zij moesten plechtig beloven, de kisten gedurende een vol

jaar niet te openen. De Joden overlegden samen en stemden er in toe,

de kisten te verbergen en gedurende minstens een jaar den inhoud niet

te onderzoeken. »Maar zeg ons eens«, zeiden zij, »met hoeveel is de

Cid tevreden en welke interest wil hij ons voor dat jaar geven?«

»Van alle kanten komen arme menschen bij mijn meester, den Cid, om

hulp«, zeide Antolinez; »hij heeft minstens zeshonderd Marken noodig.«

»Wij willen hem die som met genoegen geven«, zeiden Raquel en Vidas,

»want de schat van zulk een machtig heer als de Cid, kan niet anders

dan onmetelijk groot zijn.«

»Haast u dan«, zeide Antolinez, »want de nacht nadert en mijn meester,

de Cid, is door een vonnis gedwongen, Castilië oogenblikkelijk te

verlaten.«

»Neen«, zeiden de Joden naar den aard van hun ras, »dat is geen

zaken doen; eerst ontvangen en dan betalen.« Zij verzochten dus te

worden gebracht naar de plaats, waar de Cid kampeerde, en nadat zij

hem begroet hadden, betaalden zij hem de afgesproken som. Zij waren

verbaasd en verrukt over de zwaarte der kisten, en vertrokken hoogst

voldaan, nadat zij Antolinez nog een commissieloon van 30 gouden

Marken hadden gegeven voor het aandeel, dat hij in de zaak gehad had.

Legenden en Romances van Spanje · 第 36 / 165 题