DE ZANGERS VAN HET OUDE SPANJE.

Met het optreden van den juglar werd er afstand gedaan van den Cantar,

want hij pleegde hem te veranderen en te besnoeien, langer of korter

te maken, naar zijn gevoel voor de behoeften en den smaak zijner

toehoorders het hem ingaf. Menigmaal trachtte hij den Cantar te gieten

in den vorm van een volkslied, wat het geheel niet altijd ten goede

kwam. Dikwijls was hij niet slechts vergezeld van een instrumentalist,

maar door een remendador of gebarenspeler, die zijn verhaal door

een stom spel toelichtte. Deze zonen van de luchtige kunsten waren

berucht om hun onverschilligheid voor het aardsche slijk en zij

leefden meestal van de hand in den tand. Een korst brood en een

beker wijn was hun voldoende, wanneer het geld schaarsch was. Nog

niet bezoedeld door den dorst naar goud, trokken zij van feestzaal

naar feestzaal, van kasteel naar kasteel, slechts denkende aan hun

zending--het verzachten van de zeden van een barbaarsche eeuw.

Gij lang gestorven broeders van de minnezangen,

Die voor uw loon een beker wijn en lof slechts hebt ontvangen,

Gij leeft nog voort in 't hedendaagsche lied!

Maar deze eenvoudige toestand was niet blijvend. Met het toenemen van

den smaak voor de cantares, werden de trovadores en hunne trawanten,

zooals dat meestal pleegt te geschieden, begeerig naar de genietingen

van het leven, zich beroepende op de eeuwenoude bewering, dat de

uiterlijke kenteekenen van de schoonheid het geboorterecht van den

kunstenaar zijn, en vergetende, hoe noodlottig het is, »te bezoedelen

met rijkdom en macht, den rijken en hemelschen geest van den dichter.«

Deze »geesten uit hooger sfeer« versmaadden helaas de goede gaven

niet. Koningen, prinsen en edelen overlaadden den trovador met

hunne gunsten, vleiden hem, door zijn kunst en zijn leven na te

bootsen, en voegden zichzelf bij hun gilde. Weinig menschen van

geest zijn zóó geschapen, dat zij een natuurlijke hooghartigheid

en heerschzucht volkomen kunnen onderdrukken. In die dagen schijnt

dichterlijke aanmatiging even veelvuldig te zijn voorgekomen als

militaire blufferij, en de trovadores, verwend en gevierd als zij

waren door vorsten en edelen, werden tenslotte onverdraaglijk in hunne

onbeschaamdheid en begeerigheid. Het land was overstroomd door echte

en zoogenaamde zangers, wier levenswijze overal schandaal verwekte,

zelfs in een tijd, waarin men in dit opzicht niet kieskeurig was. Het

publiek kreeg genoeg van die eeuwige cantares en het getokkel op

één snaar. Het werd meer en meer gebruikelijk romances te lezen,

inplaats van ernaar te luisteren, en zóó kwam het voor, dat de

juglares langs de heirwegen van Spanje trokken en op de hoeken der

straten hunne liederen voordroegen in een toestand van verarming, die

vrij wat droeviger was te aanschouwen dan hunne vroegere gebrekkige,

maar toch eervolle omstandigheden.

Weinige van de oude Spaansche cantares zijn bewaard gebleven,

in tegenstelling met de meer dan honderd chansons, die Frankrijk

kan vertoonen. Maar wat ervan is overgebleven, is voldoende om ons

een duidelijk beeld te geven van het type. Zooals wij reeds vroeger

aantoonden, hebben wij onze bekendheid met meer dan één ervan te danken

aan de omstandigheid, dat zij werden opgenomen in de oude Kronieken

van Spanje. Een uitstekend voorbeeld van dit proces van letterkundig

balsemen wordt ons gegeven door de wijze, waarop de cantar van Bernaldo

de Carpio werd ingebed in de betrekkelijk vervelende massa van de

Algemeene Kroniek van Spanje, die in 1260 door Koning Alfonso den

Wijze werd samengesteld, en waar men dit gedicht zal kunnen vinden

in de hoofdstukken VII en XII van het derde deel. De dichterkoning

verklaart, dat hij zijne geschiedenis van Bernaldo heeft gegrond op

»Oude balladen« en in den geest, zoowel als den vorm van zijn verhaal

van den legendarischen held kunnen wij den invloed van den cantar

duidelijk waarnemen.

Legenden en Romances van Spanje · 第 28 / 165 题