DE MOORSCHE »MODE« IN DE SPAANSCHE ROMANCE.

Van Moorsche grootschheid van gedachte en diepte van gevoel, vinden

wij weinig in de Spaansche letterkunde, tenminste tot aan het begin

der vijftiende eeuw. Hare eigenschappen waren beslist, zoo nu en dan

zelfs hinderlijk, Europeesch, hetgeen verklaard moest worden uit

haar oorsprong. [16] Maar het schijnt, dat met de Castiliaansche

bezetting van de Moorsche gedeelten van Spanje, de atmosfeer, die

de Saraceen had achter gelaten, grooten invloed uitoefende op den

Spanjaard, die zijn ouden vijand schijnt te hebben omgeven met een

stralenkrans van romantiek, en voor wiens fijne beschaving, waarvan

de bewijzen zoo ruimschoots voorhanden waren in zijn architectuur en

andere kunstuitingen, hij zulk een diepe bewondering had. Wanneer

onze gevolgtrekkingen juist zijn, moet er ongeveer in dien tijd

een Moorsche »Mode« in de Spaansche letterkunde zijn opgetreden,

zooals er in Engeland een hartstocht ontwaakte voor alles wat

Oostersch was, ten tijde van Byron en Moore, toen de Engelschen

in de Levant begonnen te reizen. Maar deze mode was voornamelijk

pseudo-Saraceensch, niet beïnvloed door letterkundige voorbeelden,

en meer het indirect gevolg van atmosfeer en de kunstuitingen dan van

het persoonlijk contact met de bevolking. Lang vóór de vijftiende eeuw

echter, met hare manie voor alles wat Moorsch was, had de Arabische

geest al ingewerkt op de Spaansche letterkunde, zij het ook slechts

in geringe mate en onbewust. Wat echter de uiterlijke vormen van de

Spaansche letterkunde betreft, deze hadden, noch in proza, noch in

poëzie, iets van de Moorsche overgenomen, en dit is voornamelijk

het geval met de assonanten, die de Castiliaansche dichtkunst

kenmerkten, een prosodie, welke gevonden wordt in de gedichten

van alle Romaansche talen uit vroegere tijden. De Mooren schijnen

echter de balladen van de Spaansch-Moorsche grensbewoners naar hunne

behoeften te hebben veranderd, voornamelijk die, welke betrekking

hebben op het verlies van Alhamia. Zij zijn in ieder geval gebaseerd

op Moorsche legenden. Sommige duffe geleerden, zooals de Markies

van Santillana, hanteerden den Arabischen versvorm zooals Swinburne

de Fransche rondeau, of Dobson de ballade, of zooals droogstoppels

aan de Engelsche universiteiten in Grieksche hexameters schrijven,

waarbij zij, uit bewondering voor het uitheemsche en diepzinnige,

de onbegrensde mogelijkheden over het hoofd zien, die hun eigen

taal hun biedt. Dit maakwerk, waarmede vele letterkundigen uit

alle tijden zich hebben beziggehouden, had niet meer invloed op den

grooten stroom van Castiliaansche literatuur, dan dergelijke pogingen

plegen te hebben op de letterkundige oogst van een land. Sommige

van de populaire Coplas, of coupletten, schijnen echter rechtstreeks

uit het Arabisch te zijn vertaald, hetgeen niet te verwonderen is,

wanneer wij denken aan het groote aantal menschen van gekruist ras,

dat in het midden der zeventiende eeuw Spanje bewoonde. Het staat ook

vast, dat Arabisch de spreektaal was van duizenden Christenen in het

zuiden van Spanje. Maar het blijkt meer en meer, dat het een ernstigen

tegenstander had in het Spaansch, een tegenstander, die het Arabisch

even hardnekkig bestreed als de Spanjaard het den Moor deed. [17]

Misschien is wel de beste maatstaf voor het verval van het

Arabisch als spreektaal in Spanje het feit, dat de schrijvers van

verscheidene romances beweren, dat het slechts vertalingen uit

het Arabisch zijn--meestal de scheppingen van Moorsche toovenaars

en sterrewichelaars. Deze beweringen kunnen gemakkelijk worden

weerlegd. Maar wanneer wij dit vraagstuk objectief beschouwen, moeten

wij erkennen, dat de Spaansche literatuur zich evenmin kon vrijhouden

van Arabischen invloed, als dit het geval was met de Spaansche muziek,

de architectuur en het handwerk. Al deze invloeden waren echter

ongetwijfeld van lateren datum en wat de romances betreft, was de

invloed meer »geestelijk« dan »materieel.« Christelijk Spanje had

gedurende achthonderd jaar de Saracenen van zich af weten te houden

en toen het tenslotte erin toestemde uit den Saraceenschen beker te

drinken, vulde het dien met Spaanschen wijn. Maar de uitheemsche drank,

die dezen beker vroeger tot den rand toe vulde, had den geheimzinnigen

geur en smaak van het Oosten erin achtergelaten, wel is waar zwak,

maar toch onmiskenbaar.

Legenden en Romances van Spanje · 第 25 / 165 题