Er zijn bewijzen te over, dat de eeuwenlange strijd op leven en dood
met de Saracenen, een geweldigen invloed heeft uitgeoefend op de
Spaansche romantische verbeelding. Maar was die invloed van directen
aard, en het gevolg van een voortdurend contact met de Mooren, of kwam
hij voort uit de atmosfeer van betoovering, die de Saraceen in Spanje
achterliet, een betoovering, die nog versterkt werd door de wonderen
van zijn architectuur en zijn kunst? Er bestaat bijna geen Spaansche
romance, waarin de Moor niet beschreven wordt als een caballero en een
waardig vijand. Maar is het de werkelijke Moor, dien wij ontmoeten in
deze lijvige boekdeelen, die naast onze moderne boeken statige galeien
lijken in gezelschap van visscherspinken; of is het de Saraceen der
verbeelding, een Oosterling, door de fantasie geschapen, zooals de
Turk in de werken van Byron? Het vraagstuk van den invloed der Moorsche
literatuur op de Spaansche romance is vertroebeld door een ongelukkig
wanbegrip van het publiek. Laat ons dus even den aard onderzoeken van
de Arabische letterkundige scheppingen, en nagaan, in hoeverre deze
in staat waren, de Castiliaansche kunst en fantasie te beïnvloeden.
De geschiedenis van de ontwikkeling van het Arabisch uit het dialect
van een zwervende woestijnbevolking tot een taal, waarvan de schoonheid
en dichterlijkheid wellicht ongeëvenaard zijn, is op zichzelf
belangrijk genoeg, om een geheel boekdeel over een romantisch tijdperk
te vullen. De vorm, waarin het Arabisch voor het eerst in Spanje
optrad in het begin der achtste eeuw, moet de bewondering opwekken
van iedereen, die belang stelt in letterkundige volmaaktheid. Het
ontwikkelde zich in zeer korten tijd als letterkundige taal en
handhaafde zich als zoodanig. Het was, alsof de tonen van een harde
trompet langzamerhand waren opgenomen in die van een zilveren klaroen,
waarvan de tonen zelfs nog helderder klinken, totdat zij tenslotte zulk
een graad van scherpte bereiken, dat het oor er pijnlijk door getroffen
wordt. Deze rijke taal, de ware taal van den letterkundigen aristocraat
is, doordat zij zoo lastig te leeren is, en door de moeilijkheid van
hare letterteekens, bij de groote massa van Europeanen zoo goed als
onbekend, ook al, omdat er bij vertaling zooveel verloren gaat van
hare fijnere schakeeringen. Zelfs bij het grootste gedeelte van de
Arabieren in Spanje, waren de fijnbeschaafde verzen, waaraan hunne
letterkunde zoo rijk was, onbekend. Hoeveel verder moesten zij dan
wel niet afstaan van den Castiliaan of den Cataloniër?