DE BLOEITIJD VAN DE ROMANCE.

Misschien zijn de eerste gegevens, die wij bezitten over de echte

Spaansche Romance, die van Ayala, Kanselier van Castilië (1407),

die zich in zijn Rimado de Palacio beklaagt over den tijd, dien hij

verspilde met het lezen van zulk een »leugenachtig prul« als Amadis

de Galliër. Hij zou zijn tijd slechter hebben kunnen besteden, maar

hoe het zij, door zijn uitspraak krijgen wij een denkbeeld van den

machtigen indruk, dien deze soort van romance op den Castiliaanschen

geest maakte, die inplaats van zich tevreden te stellen met het

slaafsch nabootsen van het Fransche voorbeeld, het herschiep in iets

zuiver Spaansch. In geen enkel ander land van Europa vond het zaad

van de Romance zulk een geschikten bodem om te ontkiemen en zich te

ontwikkelen, en zeker gaf het nergens zulk een bijna tropische weelde

en overdaad van bloem en vrucht.

Amadis werd gevolgd door een lange rij van dergelijke verhalen,

die de lezer alle in dit boek zal ontmoeten. Het wordt algemeen

erkend door de critici, te beginnen met Cervantes, als de beste en

belangrijkste van de Spaansche Romances, en het werd vertaald in het

Fransch, het Italiaansch en de meeste Europeesche talen; zelfs werd

er, naar men zegt, een speciale vertaling van gemaakt voor Joodsche

lezers. Met één slag had de Spaansche Romantiek de Fransche ridderlijke

fantasie overwonnen op haar eigen terrein. Maar Amadis was niet,

zooals Cervantes schijnt te meenen, het eerste ridderverhaal, dat in

Spanje gedrukt werd. Want deze onderscheiding komt Tirante de Witte

toe (1490), dat volgens Southey geen ridderlijken geest ademt. Onder

anderen maken wij hierin kennis met Warwick den Konings-maker, die

met goed gevolg een inval in Engeland door den Koning der Canarische

Eilanden afslaat, en ten slotte geheel alleen den overrompelaar doodt

en zijn krijgsmacht op de vlucht jaagt. Maar al vergist Cervantes zich

in zijne bibliographie, de verklaring van zijn barbier, dat »Amadis

het beste is van alle boeken, die in deze soort geschreven zijn,« is

niet ver van de waarheid. [15] Tasso beschouwde het als »het mooiste

en misschien ook het leerzaamste verhaal in zijn soort, dat men kan

lezen.« Gaf hij slechts het oordeel weer van den kritischen scheerder,

zooals men wellicht uit zijn taal zou kunnen opmaken?

Amadis werd gevolgd door een menigte van dergelijke gedichten. Door

het buitengewone succes bij het publiek, ontstond er een heele

literatuur van gelijke strekking en karakter, zij het ook niet van

gelijke waarde. De eerste van deze letterkundige voortbrengselen

was Palmerin de Oliva, waarvan de eerst bekende uitgave in 1525 in

Sevilla verscheen, en die, evenals de Amadis, weer gevolgd werd door

soortgelijke gedichten, zooals Primaleón, Platir en Palmerin van

Engeland, misschien wel het beste van deze reeks.

Men neemt als vaststaand aan, dat Amadis en Palmerin van Portugeeschen

oorsprong zijn, en ik zal hierop later terugkomen; maar ik wil hier

slechts vermelden, dat er geen Portugeesch origineel bestaat, noch

gedrukt, noch in manuscript. Maar deze romances werden zóó zuiver

Castiliaansch als de Arthur-legenden Engelsch werden, ondanks hun

vreemden oorsprong; en Spaansch zijn zij gebleven, zoowel voor het

volk als voor de critici van geheel Europa.

De Palmerin-reeks wakkerde slechts de hartstocht voor Romantiek aan,

en Spanje snakte zóó naar een letterkundig voedsel, dat geschikt leek

voor zijne behoeften, dat zij, die trachtten het publiek te voorzien

van romantische lectuur, nauwelijks in staat waren, een voldoende

hoeveelheid ervan te leveren. Het natuurlijk gevolg hiervan was een

stroom van haastig geschreven minderwaardige verhalen. De fantasie,

die eerst alleen maar gewaagd was, werd nu schaamteloos, en het toppunt

werd in dit opzicht bereikt in uitingen van een ongezonde verbeelding

als Belianis van Griekenland, Olivante de Laura, en Felixmarte van

Hyrcania. Maar ofschoon de meeste van deze voortbrengselen onzinnig

waren en beleedigend voor het menschelijk intellect en den goeden

smaak, vonden zij toch ontelbare lezers, en alles wijst er op, dat

het beroep van uitgever in het Spanje van de zestiende en zeventiende

eeuw buitengewoon voordeelig moet zijn geweest. Deze flauwe verhalen,

die de schoonheid, de ware fantasie en den eenvoud misten van de

andere romances, stonden tot deze in dezelfde verhouding als een

menigte romans, uitgegeven in het begin der negentiende eeuw, tot die

van Scott, die zij trachtten na te bootsen. Mexia, de sarcastische

geschiedschrijver van Karel V, verbaast zich in zijn verhandeling over

de Romance (1545) over de onnoozelheid van een publiek, dat zich met

zulk een flauwe kost bezighoudt; »want«, zegt hij, »er zijn menschen,

die gelooven, dat al die dingen werkelijk gebeurd zijn, ofschoon het

grootste gedeelte ervan onmogelijk is.« Zoo zou een criticus van onze

dagen kunnen spreken over de voorkeur van het groote publiek voor de

goedkoope romans, of de minderwaardige sensatie-lectuur, artikelen,

die in het groot worden gefabriceerd door de al te vlugge machines

van de »Vernuft-Onderneming«.

Een andere merkwaardige en nog minder sympathieke uiting van

het verlangen naar romantiek bij het Spaansche publiek, waren de

godsdienstige verhalen als De Hemelsche Ridderschap, De Ridder van de

Heldere Ster, en andere minderwaardige producten, waarin Bijbelsche

figuren zijn bekleed met ridderlijke eigenschappen, en op zoek gaan

naar avonturen. De tijd, waarin al deze verschillende typen der

Spaansche Romance elkander opvolgden, was merkwaardig kort. Maar

er verliep een halve eeuw tusschen het verschijnen van Amadis en de

allerlaatste van zijne waardelooze imitaties. Het is niet moeilijk een

verklaring te vinden voor de vlugge fabricatie en verspreiding van zulk

een hoeveelheid goede en slechte lectuur. Wanneer wij bedenken, dat

Spanje sedert eeuwen het land was geweest van de ware ridderlijkheid,

dat zijn fantasie sterk ontwikkeld was in een langdurigen strijd

met zijne heidensche vijanden, en dat het, in de ridderverhalen, die

het nu met zulk een groote bewondering las, de afspiegeling vond van

zijn eigen hoffelijken en heldhaftigen geest--den fijnstbesnaarden

en ridderlijksten geest van Europa.

Legenden en Romances van Spanje · 第 22 / 165 题