4. de modernere voortbrengselen van een bewuste kunst.

Ik geloof, dat de balladen of romanceros weer verdeeld moeten worden

in twee soorten: die, welke spontaan uit het volk zijn voortgekomen,

zonder letterkundige basis, en die, welke eigenlijk Cantares de gesta

of gedeelten uit kronieken zijn, die in den loop der tijden een ander

uiterlijk hebben gekregen. Ik ben met de meeste onderzoekers van de

oude Spaansche literatuur van meening, dat de Cantares of Kronieken

niets hebben overgenomen van de balladen uit eenig tijdperk, die, naar

ik stellig geloof, slechts een volksuiting zijn. Natuurlijk omvatten

deze twee soorten niet de meer »poëtische« of vervalschte balladen, die

geschreven werden, nadat de ballade een erkende vorm voor proefnemingen

op het gebied van bewuste dichtkunst was geworden; het is duidelijk,

dat deze soort in geen der beide klassen kan worden ondergebracht.

Wij bezitten geen stellige aanwijzing omtrent de mate van vervalsching

of verandering, die de balladen ondergingen, voordat zij verzameld en

uitgegeven werden. Het zou echter vreemd zijn, wanneer geen balladen

uit den vroegsten tijd tot ons waren gekomen, zij het dan ook in

veranderden vorm, en het lijkt mij een even overdreven uiting van

zucht tot kritiek, wanneer men de oudheid zou ontkennen van een lied,

alleen omdat het eerst in een later tijdperk gedrukt werd, of omdat

men het nooit in oude manuscripten heeft aangetroffen, als wanneer men

zou twijfelen aan de oudheid van een legende of een volksgebruik, op

grond van het feit, dat deze in onze dagen nog gangbaar zijn, tenzij

men hun ontstaan in een latere periode zou kunnen bewijzen. Toch

schijnt het mij toe, dat weinig van deze balladen ouder zijn dan

bijv. die van Schotland of Denemarken.

Weinig balladen van Europa zijn meer waard bestudeerd te worden dan

de Spaansche. Maar op deze plaats kunnen wij haar slechts beschouwen

in hare verhouding tot de Romance. Dat zij nauw verwant is aan de

romantische literatuur van het Schiereiland, zien wij reeds dadelijk

aan den naam, dien de Spanjaarden aan deze gedichten hebben gegeven,

nl. Romanceros. [14] Sommige ervan zijn eigenlijk slechts in naam

romances of Cantares de gesta, doch inderdaad behandelen zij alle

onderwerpen, die in de Cantares bezongen zijn, of in de Kronieken

beschreven, zooals de Cid, Bernaldo de Carpio, Graaf Alarcos

enz. Zij schijnen echter weinig gemeen te hebben met de latere,

werkelijke romance, zooals Amadis, Palmerin of Felixmarte, en wel,

omdat in den tijd, toen deze in de mode waren, de ballade reeds het

eigendom geworden was van het volk. Zooals de markies van Santillana

(1398-1458), die zelf een verdienstelijk dichter was, opmerkte in

een brief, die beroemd is geworden om het licht, dat hij werpt op

den toestand van de Spaansche letterkunde van dien tijd: »Er zijn

verachtelijke dichters, die zonder systeem, methode of maat van die

liederen en romances maken, waarin het gemeene volk behagen schept.«

Zoo zouden Lovelace of Drummond of Hawthornden hebben kunnen schrijven

over de Engelsche balladedichters.

Waar de balladen dus waren overgelaten aan de boeren en de

arbeidersklasse, daar waren de hoogere standen, die tijd tot lezen

hadden, aangewezen op de Kronieken en de enkele Cantares de gesta,

die op schrift waren gebracht. Maar als gevolg van de vernietiging der

Moorsche staten in Spanje, van den toenemenden rijkdom onder de hoogere

standen en de uitvinding der boekdrukkunst, ontstond een meerdere

vraag naar gedrukte boeken, die in de behoefte naar ontspanning

zouden voorzien. Een groote scheppingsdrang ontwaakte. Eerst werd

de romantische stof, die als het ware versteend en begraven lag in

de Kronieken, tot nieuw leven gewekt. Voor sommige dezer gedichten

was het slechts een kleine stap naar de eigenlijke romances. Maar

Spanje snakte naar iets nieuws, en in het begin der vijftiende eeuw

wendden de romancedichters hunne oogen opnieuw naar Frankrijk, welks

onuitputtelijke bron van geestelijken rijkdom hun een overvloed van

romantische stof begon te verschaffen.

Legenden en Romances van Spanje · 第 21 / 165 题