DE OPKOMST VAN HET CASTILIAANSCH.

De ontwikkeling van het Castiliaansch uit het oorspronkelijke Latijn,

dat door de Romeinsche kolonisten in Spanje werd gesproken, werd

door verschillende plaatselijke omstandigheden bemoeielijkt. Bij het

samentrekken van woorden uit de Romeinsche taal, liet men niet dezelfde

letters weg als in het Italiaansch. Ook verkortte men de woorden niet

in die mate, als in het Provençaalsch of Galiciaansch. Waarschijnlijk

tengevolge van de overheersching van het Gothische element onder hen,

die Castiliaansch spraken, is de taal rijk aan aspiraten, en heeft

zij een sterker bouw dan de andere Romaansche talen. De Latijnsche

f is in het Castiliaansch dikwijls veranderd in een h, zooals bij

hablar = fabulari (spreken). De letter f, die sterk geaspireerd wordt,

vervangt dikwijls de l, zoodat filius (zoon) hijo wordt. De zachte ll

daarentegen komt in de plaats van de Latijnsche pl, en zoo vinden wij

het Latijnsche planus (zacht), in het Castiliaansch terug als llano

(spreek uit: lyàh-no). Het Spaansche ch neemt de plaats in van het

Latijnsche ct, zooals facto = hecho, dictu = dicho, enz.

Nog andere bewijzen voor de verwantschap met het Germaansch ontbreken

niet. Zoo heeft de g voor de c en i, die in het Gothisch en Duitsch

een keelklank is, hetzelfde karakter in het Castiliaansch. De Spaansche

verandering van de o in de ue vindt hare analogie in het Duitsch. Wij

kunnen bv. het Castiliaansche cuerpo en pueblo vergelijken met het

Duitsche Körper en Pöbel.

Legenden en Romances van Spanje · 第 11 / 165 题