Drie Romaansche of Romeinsche talen werden er gesproken in dat
gedeelte van Spanje, dat in handen van de Christenen bleef. In
Catalonië en Aragon het Provençaalsch, Cataleensch of Limousinsch;
in Asturië, Oud-Castilië en Leon, Castiliaansch, en in Galicia,
Gallegoosch, waaruit het Portugeesch is voortgekomen. Het Cataleensch
was bijna volkomen gelijk aan het Provençaalsch of de langue d'oc
van Frankrijk en met het bestijgen van den troon van Provence door
Raymond Berenger, Graaf van Barcelona, in 1092, werden de volken
van Catalonië en Provence onder één regeering samengevoegd. Het
Provençaalsch, de taal der Troubadours, was van Franschen oorsprong,
en draagt de duidelijke sporen van zijne afstamming van het Latijn
van Provençaalsch-Gallië. Het schijnt, dat het in Catalonië werd
geïmporteerd door de Spanjaarden, die naar Provence vluchtten, om te
ontkomen aan het Moorsche juk, en die langzamerhand weer Zuidwaarts
trokken, toen de meer Noordelijke gedeelten van Spanje weer bevrijd
waren van de aanvallen der Arabieren. De politieke saamhoorigheid
van Catalonië en Provence bracht natuurlijk met zich mede gelijkheid
van levensgewoonten zoowel als van taal, en zoo zien wij dan ook,
dat de bevolking van de Catalonische kust en de provincie Aragon de
ridderlijkheid en de hoffelijkheid van het Noordelijker vaderland
van de Gai Saber had overgenomen.
Door geheel Provençaalsch Catalonië werden die romantische
liefdes-samenkomsten gehouden, waar van gedachten gewisseld werd over
de erotische avonturen van de helden en heldinnen uit de liederen,
met een ernst, die bewijst, dat de liefde gelijkwaardig werd geacht aan
wetten en godsdienst, en dat de beoefening van de kunst der liefde de
hoofdbezigheid was van de hoogere standen. Uit deze verheerlijking van
de liefdesbetrekkingen tusschen de sexen ontstond de daaraan verwante
wetenschap der ridderlijkheid, welker geest en wetten niet minder
overdreven en gestreng waren. Deze Provençaalsche ridderlijkheid vond
langzamerhand ingang in Castilië; zij verhoogde en verlevendigde de
verbeelding der bevolking en maakte den Spaanschen geest ontvankelijk
voor de romantische literatuur. Maar in geen enkel tijdperk was de
Castiliaansche verbeelding zuiver passief; zij onderwierp iedere
letterkundige strooming, die haar beroerde, aan zulk een geweldige
tooverkracht, dat in verloop van tijd alle vreemde elementen hun eigen
karakter verloren en uit de smeltkroes van den Spaanschen geest te
voorschijn kwamen als bijna zuiver Castiliaansch. De volmaaktheid
in berijmde verzen werd ongetwijfeld bereikt door de Troubadours
van Provence en Catalonië, en deze vorm van dichtkunst baande den
weg voor een lyrische poëzie, die, zoo zij al niet uitblonk door
grootschheid of oorspronkelijkheid, zelden overtroffen werd in
welluidendheid en fijnheid; maar het is opmerkelijk, dat al deze
verzen, met uitzondering van enkele politieke satyren, slechts één
onderwerp behandelden.... de vervoering der liefde. Bij kennismaking
met de dichtkunst in de beminnelijke Provençaalsche taal, wordt men
getroffen door de welluidendheid; zij is altijd melodieus en men
vindt er steeds een zekere statigheid in terug, die men in de Pavane
aantreft, en die waarschijnlijk evenzeer voortvloeit uit den geest der
taal als uit het zuivere maatgevoel der zangers. Maar het eentonig
herhalen van de gevoelens der liefde, die men steeds uitdrukte door
dezelfde begrippen en woorden, de weinige natuurlijkheid van deze
eenvormige zinnen, en het ontbreken van warm menschelijk gevoel,
zijn spoedig een teleurstelling voor den lezer, die met vreugde het
geheele dichterlijke koninkrijk van Provence zou willen afstaan aan
den taalgeleerde of den letterkundigen oudheidkenner, in ruil voor
natuurlijker en minder opgeschroefde schoonheden van klanken, die
beter geschikt zijn menschelijke gevoelens uit te drukken en minder
blijk geven van opzettelijk te zijn geschreven voor een bepaalde
letterkundige kaste. De dichtkunst van Provence herinnert ons aan die
oude weefsels, waarvan het ontwerp zuiver decoratief is, waar stijve,
gestyleerde bloemen met geregelde tusschenpoozen wederkeeren, en
die zich onderscheiden door een zekere eentonige gelijkmatigheid van
kleur. De tafereelen van de jacht of van het buitenleven betooveren
ons niet door hun levendigheid of eenvoud en de verdeeling der kleuren
van het zijden weefsel is niet natuurlijk en bekoorlijk. [4]
De Provençaalsche en Catalanische troubadours hadden inderdaad een
zekeren invloed op de ontwikkeling van de Castiliaansche dichtkunst
en romantiek en er zijn talrijke bewijzen voor hun verkeer met
Castilië. Het »Boek van Apollonius« uit de 13e eeuw, is vol van
Provençalismen, evenals de latere »Geschiedenis der Kruistochten.«
Gedurende de vervolgingen, waaraan zij blootstonden tijdens de
Albigenser-oorlogen, vluchtten zij in grooten getale naar Spanje, waar
zij een schuilplaats vonden voor hunne onverdraagzame vijanden. Zoo
vluchtte Aimeric de Bellinai naar het hof van Alfonso IX en hij bleef
later aan het hof van Alfonso X, evenals Montagnagunt en Folquet
de Lunel, Raimond de Tours en Bertrand Carbunel, die met Riguier
hunne werken opdroegen aan dien vorst, of treurzangen dichtten ter
gelegenheid van zijn dood.
Koning Alfonso schreef zelf verzen van onloochenbaar Provençaalsch
karakter en nog in 1433 schreef de Markies de Villena, een familielid
van den beroemden Markies van Santillana, dien wij later nog zullen
ontmoeten, een verhandeling over de kunst der Troubadours, [5] welke
hij wilde herboren zien in Castilië. [6]
Het Galiciaansch, een Romaansche taal, die denzelfden oorsprong had als
het Portugeesch, is nauw verwant aan het Castiliaansch. Maar het is
niet zoo rijk aan keelklanken, zoodat wij mogen aannemen, dat het in
zijne samenstelling minder overeenkomst heeft met het Germaansch dan
zijne zustertaal. Evenals het Portugeesch heeft het een overvloed van
sis-klanken, en wordt het, zooals het Fransch, neuzig uitgesproken,
wat naar alle waarschijnlijkheid in verband staat met het bestijgen
van den troon door een Bourgondische dynastie in vroeger tijden. Maar
reeds spoedig hield de Galiciaansche invloed op de Castiliaansche
literatuur op, ofschoon het omgekeerde volstrekt niet het geval was.