In diezelfde tijden, waarin Rousseau Europa met klachten over zijn
kwalen bezig hield, _heb ik hem nooit ongesteld gezien_; hij stapte
voort, maakte luchtsprongen, bereikte vóór de anderen de bergtoppen en
at met zeer goeden eetlust.
Blz. 171 _Il partit donc_:
Hij vertrok dan en verliet dengeen, wiens hart hij had gewonnen.
Blz. 171 _Lascia le donne e studia matematica_ = Laat de vrouwen maar
met rust en bepaal je ertoe wiskunde te studeeren.
Blz. 176 _La manière dont elle s'est conduite_:
De wijze, waarop zij zich na zijn dood heeft gedragen, zou voldoende
zijn elken twijfel op te heffen, indien wij ons niet reeds volkomen
zeker voelden door het eensgezinde getuigenis van allen, die Rousseau op
verschillende tijdperken zijns levens hebben bezocht. Het staat dan
vast, dat zoowel te Motiers als te Wootton en overal, waar zij haar
meester heeft gevolgd, ze, tot in zijn laatste oogenblikken, haar best
heeft gedaan, argwaan [p.198] en wantrouwen in hem te verwekken en te
voeden en dat zij met het doel, met niemand zijn vertrouwen te moeten
deelen en hem aldus beter te kunnen beheerschen, allen verdacht bij hem
maakte, die in zijn nabijheid kwamen en erin slaagden, hem te behagen.
Wat moet deze vrouw, die, toen zij zich te Motiers verveelde, niets
verzuimde te doen wat er Rousseau het verblijf onverdragelijk kon maken,
wel niet gedaan hebben in de eenzaamheid van Wootton, waar haar niets
zoozeer na aan het hart moet hebben gelegen dan hem in de
noodzakelijkheid te brengen, het te verlaten. Men kan dan ook verzekerd
zijn, dat zij, om meer schijn van waarheid aan haar lasterlijke en
valsche ingevingen te verleenen, de zegels van de aan haar meester
gerichte brieven verbrak, die, dupe van dezen streek, er duizend
gevolgtrekkingen uit afleidde, de eene nog vreemder dan de andere, over
wier zonderlingheid zich echter niemand, die dit alles in aanmerking
neemt, langer verwonderen kan.
Blz. 177 _Hume, Mercier_:
Hume, Mercier, d'Escherny, Dusaulx, allen, die over Rousseau hebben
geschreven, zijn 't op dit punt eens.