Aanvankelijk had ik niets meer beoogd dan mij een _amusement_ te
verschaffen. Ik _merkte_ echter, dat ik meer had gedaan en mij een
gezellin had gegeven. Een weinig omgang met dit uitmuntende meisje, een
weinig nadenken over mijn toestand, deden mij gevoelen dat ik, _slechts
denkend aan mijn vermaak_, mijn geluk had gevonden.
Blz. 179 _Autrefois j'avois fait_:
Vroeger had ik van haar uitdrukkingen een woordenboek samengesteld, om
Mevrouw de Luxembourg te amuseeren, en hare kluchtige vergissingen zijn
dan ook beroemd geworden in de kringen, waarin ik heb geleefd.
Blz. 180 _Enfin nous nous expliquâmes_:
Eindelijk vond er een verklaring tusschen ons plaats: schreiend bekende
zij mij een enkelen misstap, vrucht van hare onwetendheid en de sluwheid
van een verleider, tegen het einde harer kindsheid gebeurd. Zoodra ik
haar begreep, slaakte ik een vreugdekreet. Maagdelijkheid! riep ik uit,
wie zou die dan in Parijs, bij een twintigjarig meisje nog denken te
vinden!
Blz. 181 "_Une faute_":
"Een vergrijp," zegt Petitain, "dat zij hem grootmoediglijk heeft
vergeven."
Blz. 182 _Je m'y déterminai gaillardement_:
Luchtig-weg nam ik het besluit, en zonder het minste gewetensbezwaar;
het eenige, dat ik had te overwinnen, was dat van Thérèse, die ik al de
moeite van de wereld had, dit eenige middel, om haar eer te redden
(sic!) te doen aanvaarden. [p.199] Het volgend jaar dezelfde zwarigheid
en dezelfde uitweg, slechts vergaten wij ditmaal een naamcijfer aan de
kleertjes te hechten. (Met behulp van zulk een naamcijfer kon men dan
later, als een kind door de ouders werd opgeëischt, dit onder de menigte
der in de vondelingenhuizen verpleegden terugvinden, v.C.) Overigens
niet meer nagedachten mijnerzijds _noch goedkeuring_ van den kant der
moeder: _kermend gehoorzaamde zij._
Blz. 186 _Refroidissement dans Thérèse_ = Verkoeling in Thérèse.
Blz. 186 "_une cerbère odieuse_" = een afschuwelijke Cerberus.
Blz. 188 _Ingrat_: ondankbaar.
* * * * *